ECLI:NL:RBDHA:2026:14945

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
12045147
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.E. Povel
  • R.T. Mangar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag mentor en benoeming moeder als nieuwe mentor

De moeder verzocht de rechtbank om de huidige mentor, Stichting Veritas Mentorschap, te ontslaan en haarzelf als nieuwe mentor van betrokkene te benoemen. Betrokkene is niet in staat haar mening kenbaar te maken, zodat zij niet is gehoord. De moeder is ontevreden over het huidige mentorschap, met name over de verhuizing van betrokkene naar een zorginstelling en de zorg die daar wordt geboden.

De mentor en bewindvoerder verzetten zich tegen het verzoek. Zij stellen dat het mentorschap adequaat wordt uitgevoerd en dat de verhuizing in het belang van betrokkene is, ondersteund door deskundigen. De zorginstelling rapporteert een positieve ontwikkeling sinds opname. De moeder heeft eerder de gelegenheid gehad de zorg zelf te regelen, maar dit leidde tot zorgen en dreiging van stopzetting van het PGB.

De kantonrechter oordeelt dat geen gewichtige redenen zijn gebleken om de huidige mentor te ontslaan. Het belang van betrokkene staat centraal, en dit wordt volgens de rechtbank het beste gediend door het huidige mentorschap en verblijf in de zorginstelling. De relatie tussen moeder en mentor is gespannen, maar dat is onvoldoende voor ontslag. De rechtbank benadrukt het belang van betere communicatie tussen mentor, zorginstelling, bewindvoerder en familie.

Het verzoek tot ontslag van de huidige mentor en benoeming van de moeder als nieuwe mentor wordt daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de huidige mentor en benoeming van de moeder als nieuwe mentor is afgewezen.

Uitspraak

beschikking

Rechtbank den haag

Zittingsplaats Den Haag
DO/RM
Zaaknr.: 12045147 EJ VERZ 26-70061
MB 10782
datum: 29 april 2026
Beschikking van de kantonrechter op een verzoek tot ontslag van de huidige mentor en benoeming van een nieuwe mentor
op verzoek van:

[de moeder],

geboren te [geboorteplaats 1], [land] op [geboortedatum 1] 1980,
wonende te [woonplaats 1], [adres 1],
hierna te noemen: [de moeder], dan wel de moeder.
Het verzoek strekt tot ontslag van
Stichting Veritas Mentorschap, gevestigd te 3006 AC Rotterdam, postbus 4013 als mentor en benoeming van
[de moeder], voornoemd, tot nieuwe mentor van:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats 2], [land] op [geboortedatum 2] 2005,
wonende te [woonplaats 2], [adres 2],
hierna ook te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 7 januari 2026;
  • het aanvullend verzoekschrift met producties, ter griffie ingekomen op 19 januari 2026;
  • de bereidverklaring van [de moeder] van 26 januari 2026, inclusief begeleidende brief;
  • de brief van de bewindvoerder ([naam 1] namens Perspectief Bewindvoering en Inkomensbeheer) op het verzoek van 30 januari 2026;
  • de e-mail van de huidige mentor ([naam 2] namens Stichting Veritas Mentorschap) op het verzoek van 31 januari 2026;
  • de brief waarin een zitting is bepaald;
  • de brief en gedragsdeskundige verklaring van [naam 3] (gedragswetenschapper en zorgverantwoordelijke ’s Heeren Loo) van 8 april 2026;
  • de pleitnota van [de moeder].
De zaak is behandeld ter zitting van 22 april 2026. Aanwezig was [de moeder], bijgestaan door mr. Collet en meneer Adel, tolk in de taal Farsi. Namens Stichting Veritas Mentorschap was aanwezig mevrouw [naam 2] (de mentor). Namens Perspectief Bewindvoering en Inkomensbeheer was aanwezig mevrouw [naam 1] (bewindvoerder), vergezeld van mevrouw [naam 4] (stagiaire). Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.
Beoordeling
Bij beschikking van 21 mei 2025 van de kantonrechter te Rotterdam is Stichting Veritas Mentorschap benoemd tot mentor van betrokkene. Het verzoek strekt tot ontslag van Stichting Veritas Mentorschap en tot benoeming van [de moeder] tot opvolgend mentor.
De kantonrechter heeft betrokkene niet gehoord, omdat uit de overgelegde stukken voldoende is gebleken dat betrokkene niet in staat is om haar mening kenbaar te maken.
[de moeder] geeft aan dat zij het niet eens is met het huidige mentorschap. De mentor heeft [de moeder] niet, althans onvoldoende betrokken bij de beslissing tot de verhuizing van betrokkene en betrokkene daarop ook niet goed voorbereid. Dit heeft de relatie tussen [de moeder] en de mentor verstoord. De verhuizing is ook niet in het belang van betrokkene; betrokkene kan beter thuis wonen, waar zij wordt omringd en verzorgd door familieleden. [de moeder] is tot slot niet tevreden over de zorg die betrokkene in de zorginstelling (’s Heeren Loo) ontvangt. Zij maakt zich daarom veel zorgen over betrokkene.
De mentor voert verweer tegen het verzoek. Zij betwist dat zij haar rol als mentor niet naar behoren vervult. De mentor handelt vanuit het perspectief en in het belang van betrokkene. Zij houdt [de moeder] op de hoogte van alle zorg gerelateerde aangelegenheden. De mentor benadrukt dat zij zich bij de verhuizing van betrokkene juist heeft ingezet voor een warme overdracht, maar dat (de familie van) [de moeder] dit heeft verhinderd. De mentor geeft daarnaast aan dat de door [de moeder] gewenste terugkeer naar huis (bij moeder) wordt afgeraden door de deskundigen. Zij verwijst in dit verband naar de brieven van de bewindvoerder en de (gedragswetenschapper van de) zorginstelling. Tot slot voert de mentor aan dat het beter gaat met betrokkene sinds zij in de zorginstelling woont.
De bewindvoerder onderstreept het belang van een professionele mentor. Voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot benoeming van een mentor ten behoeve van betrokkene is [de moeder] gedurende meerdere jaren in de gelegenheid gesteld om de zorg voor betrokkene zelf te regelen, met ook ondersteuning vanuit het Wijkteam. Dit leidde tot (grote) zorgen over betrokkene. Daarnaast dreigde het Zorgkantoor het PGB dat [de moeder] ontving stop te zetten omdat zij onder meer van mening waren dat huis onvoldoende zorg geboden werd.
Volgens de zorginstelling sluit de huidige situatie, waarbij betrokkene in een zorginstelling verblijft, beter aan bij de intensieve zorgbehoefte van betrokkene (VG7). Sinds haar verblijf in de zorginstelling wordt vanuit de woning en dagbesteding een duidelijk positiever beeld gezien van betrokkene. Het contact met de familieleden van betrokkene verloopt wisselend en moeizaam, hetgeen de samenwerking rondom de zorg voor betrokkene onder druk heeft gezet.
De kantonrechter stelt voorop dat zij ziet dat [de moeder] veel van betrokkene houdt en dat zij een zeer betrokken moeder is.
De kantonrechter kan een mentor op grond van de wet ontslaan wegens gewichtige redenen. De kantonrechter dient dus te toetsen of daarvan sprake is. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken van gewichtige redenen die aanleiding geven Stichting Veritas Mentorschap als mentor te ontslaan. Het is namelijk niet gebleken dat Stichting Veritas Mentorschap niet in het belang van betrokkene handelt, te meer nu ook de zorginstelling en de bewindvoerder aangeven dat het in het belang van betrokkene is dat zij in de zorginstelling blijft wonen. Dat [de moeder] niet blij is met Stichting Veritas Mentorschap als mentor en dat het contact tussen hen op dit moment niet goed verloopt, maakt dit niet anders. Het gaat namelijk niet om de belangen van [de moeder], maar om de belangen van betrokkene. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen. Dit neemt niet weg dat de kantonrechter het, in het belang van betrokkene, van groot belang acht dat de mentor, zorginstelling en bewindvoerder zich inspannen voor een verbetering van de communicatie met de familie van betrokkene.

Beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek tot ontslag van de huidige mentor en tot benoeming van [de moeder] als opvolgend mentor af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E. Povel, kantonrechter, in samenwerking met R.T. Mangar, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 april 2026
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.