Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14955

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
NL25.44485
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 31 lid 6 onder c VwArt. 1a VluchtelingenverdragArt. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid gegronde vrees vervolging Hazara in Afghanistan

Eiser, van Afghaanse nationaliteit en geboren in 2007, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister wees de aanvraag af omdat eiser naar het oordeel van de minister meerderjarig is en zijn verklaringen over problemen met de Taliban onsamenhangend en onvoldoende onderbouwd zijn. De rechtbank bevestigt dat de minister terecht uitging van de meerderjarige leeftijd, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen en twijfel over de authenticiteit van documenten.

Eiser stelde dat hij als Hazara een reëel risico loopt op vervolging door de Taliban vanwege familiegeschillen en zijn weigering tot samenwerking. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt waarom hij persoonlijk doelwit zou zijn en dat zijn verwijzingen naar algemene discriminatie van Hazara's niet volstaan.

De rechtbank concludeert dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Steinebach-de Wit en griffier Kasper-Kleve op 4 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44485

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Y.M. van der Lei)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Afghaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2007. De minister heeft met het bestreden besluit van 21 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en H. Malwand-Barak als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft verklaard dat na de machtsovername van de Taliban mensen van de moskee naar zijn huis zijn gekomen om te vragen of hij met hen wilde samenwerken, maar hij heeft dit geweigerd. Een dag later is de Taliban naar zijn huis gekomen. Hij was niet thuis, maar er heeft een huiszoeking plaatsgevonden waarbij eisers moeder is mishandeld. Daarnaast heeft de Taliban documenten van eisers oom ontdekt die voor de voormalige overheid heeft gewerkt. De Taliban is vervolgens op zoek gegaan naar eiser in de winkel waar hij werkte, maar eiser is gevlucht. Eiser is bang om bij terugkeer naar Afghanistan gedood te worden door de Taliban omdat hij behoort tot de Hazara bevolkingsgroep.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de problemen met de Taliban.
De minister stelt zich op het standpunt dat verklaringen over de naam, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn maar de leeftijd niet. Eiser heeft wisselend verklaard over zijn geboortedatum en heeft geen verschoonbare verklaring gegeven voor het feit dat hij in Italië met een andere geboortedatum geregistreerd stond. Ook is er verschil tussen de leeftijdsschouw van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), omdat de KMAR naar aanleiding van de verrichte schouw twijfelde aan de door eiser opgegeven leeftijd van 15 jaar en de IND naar aanleiding van de schouw eiser evident minderjarig acht. Bureau Documenten heeft de door eiser overlegde Tazkera onderzocht en geconcludeerd dat deze waarschijnlijk niet echt is en waarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. De reden hiervoor is dat de verschijningsvorm en de opmaak en afgifte van het document afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Gelet hierop heeft de minister de in Italië opgegeven geboortedatum van [geboortedatum 2] 2003 aangehouden.
De verklaringen over de problemen met de Taliban vindt de minister niet geloofwaardig. De minister heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat eiser zijn verklaringen niet heeft onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen. Daarom heeft de minister beoordeeld of de asielmotieven alsnog geloofwaardig zijn. Volgens de minister vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. [2]
4.1.
Ten aanzien van het geloofwaardig geachte asielmotief heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiser enkel op grond daarvan niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. [3] Het is niet gebleken dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Afghanistan een reëel risico loopt op ernstige schade. [4] De minister heeft daarom de asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Leeftijd
Het betoog van eiser
5. Eiser stelt dat zijn verklaringen over zijn leeftijd consistent zijn en zijn opgegeven leeftijd geloofwaardig is. Het is ook niet gebleken op welke wijze de meerderjarige leeftijd in Italië is vastgesteld. Voor het opgeven van een meerderjarige leeftijd in Italië had eiser namelijk een plausibele verklaring. Hij beroept zich op het beginsel van de voordeel van de twijfel, zodat van zijn minderjarigheid moet worden uitgegaan. Nu de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hiervan geen sprake is, is het besluit volgens eiser onzorgvuldig tot stand gekomen.
Het oordeel van de rechtbank
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende gemotiveerd waarom is uitgegaan van de meerderjarige leeftijd van eiser. De minister heeft aan de hand van verschillende feiten en omstandigheden kunnen uitgaan van de meerderjarigheid van eiser. Eiser heeft verklaard geboren te zijn op [geboortedatum 1] 2007. Omdat eiser bij aankomst in Nederland nog geen identificerende documenten had overlegd, is hij geschouwd zowel door de KMAR als de IND. De KMAR en de IND zijn hierbij tot een verschillende conclusies gekomen, namelijk de KMAR heeft naar aanleiding van de schouw onderbouwd aangegeven dat twijfel is over de door eiser opgegeven leeftijd van 15 jaar en de IND heeft zich naar aanleiding van de door hen verrichte schouw gesteld dat eiser evident minderjarig is. Daarbij komt dat eiser ook in Italië als meerderjarige geregistreerd stond, waarbij deze registratie ook gebaseerd was op eisers verklaringen. De rechtbank volgt eiser weliswaar in zijn betoog dat hij voor deze afwijkende verklaringen in Italië een niet onaannemelijke verklaring heeft, maar hiermee heeft eiser niet onderbouwd dat hij minderjarig is. Daarbij heeft de minister kunnen betrekken dat de door eiser aangeleverde Tazkera, die is onderzocht door Bureau Documenten, waarschijnlijk niet echt is en waarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Eiser heeft ook geen andere echt bevonden documenten overgelegd. De rechtbank vindt het verder van belang dat de minister omdat sprake was van twijfel over eisers opgegeven leeftijd, rekening heeft gehouden met het feit dat hij mogelijk minderjarig zou zijn. Eiser heeft namelijk een AMV-gehoor gehad, waarbij hij kindvriendelijk is gehoord en ook in zijn nader gehoor is eiser bijgestaan door een voogd van Nidos. De rechtbank volgt daarom eiser niet in zijn stelling dat het bestreden besluit door het hanteren van de meerderjarige leeftijd onzorgvuldig zou zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Het tweede asielmotief: de problemen met de Taliban
Het betoog van eiser
6. Eiser betoogt dat de problemen met de Taliban geloofwaardig zijn. Hij heeft twee redenen genoemd waarom hij in het vizier is gekomen van de Taliban. Ten eerste de lange aanhoudende vijandelijke verhoudingen tussen de familie van eiser en de Taliban. Daarnaast heeft eiser geweigerd mee te werken met de moskee en dit zou eveneens een reden kunnen vormen op grond waarvan de problemen zijn geïnitieerd. Eiser benadrukt dat hij hierover niet tegenstrijdig heeft verklaard. Het is ook niet voor niets dat de tante van eiser is ingetrokken bij zijn familie, omdat de betreffende oom eveneens problemen had ondervonden met de Taliban. Het feit dat de vrouw en kinderen van eisers oom bij eiser in huis leefden, er documenten van deze oom in het huis werden bewaard en er bovendien een foto van deze oom aan de muur hing, staat los van de moeizame verhoudingen tussen
de familie en de Taliban. Het gaat hier bovendien niet om openlijke verwijzingen naar deze oom, maar verwijzingen in het besloten karakter van een woning.
Eiser is verder van mening dat zijn verklaringen niet alleen zijn gebaseerd op vermoedens of aannames of eisers eigen invulling. Ten aanzien van de werkwijze van de Taliban stelt eiser dat zijn vermoeden kan worden gestaafd door middel van objectieve verifieerbare informatie. Het is algemeen bekend dat de Taliban ronselt en invloed uitoefent juist via moskeeën. Het is daarom niet onlogisch dat eiser zelf een link legt tussen de Taliban en het bezoek van de personen uit de moskee. Eiser verwijst verder naar een artikel op de website van de Islamic Voice, waaruit blijkt dat moskeeën in Afghanistan worden gebruikt als “intruments of power” waarbij de Taliban deze moskeeën nu juist gebruikt om controle te behouden en de publieke opinie te beïnvloeden. Eiser stoelt daarom zijn vermoeden nu juist op de praktijk die wijdverbreid is in de tribale/rurale samenleving van Afghanistan, waarbij de Taliban zijn grip op de bevolking wil verstevigen en continueren.
Het oordeel van de rechtbank
6.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers verklaringen over de problemen met de Taliban geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft kunnen concluderen dat eisers verklaringen over de aanleiding van de problemen met de Taliban onsamenhangend zijn. Eiser is er niet in is geslaagd om inzichtelijk te maken om welke reden hij in het vizier is gekomen van de Taliban. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft mogen tegenwerpen dat eisers verklaringen ten aanzien van eisers gestelde problemen met de Taliban in samenhang met de benadering door de Imam, gebaseerd zijn op vermoedens en aannames. Eiser heeft niet onderbouwd dat de moskee hem zou hebben benaderd in opdracht van de Taliban. De minister heeft hierbij van belang kunnen vinden dat eiser niet kan bevestigen of er een verband is tussen het bezoek van de moskee en de gestelde problemen van de Taliban. Eiser zou ook niet zeker weten of degenen van de moskee van de Taliban zouden zijn of niet. [5] De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat eisers verwijzing naar het artikel op de website van de Islamic Voice en het feit dat in algemene zin bekend zou zijn dat de Taliban ronselen en invloed zouden uitoefenen via moskeeën, niet maakt dat eiser in zijn specifieke situatie inzichtelijk heeft gemaakt hoe de Taliban van zijn weigerig om via de moskee samen te werken op de hoogte zijn geraakt.
Tot slot heeft de minister kunnen tegenwerpen dat eiser, met de lange aanhoudende vijandelijke verhoudingen tussen de familie van eiser en de Taliban, nog niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk doelwit is van de Taliban of dat hij persoonlijke problemen heeft ondervonden of in de negatieve aandacht van de Taliban is komen te staan.
Eiser stelt dat hij door de problemen van zijn familie, is verhuisd en vervolgens ondergedoken heeft gezeten [6] . De minister heeft het ongerijmd kunnen vinden dat eiser stelt dat hij door de problemen van zijn familie zelf problemen zou hebben en vervolgens verklaart naar de moskee te gaan, dicht bij de moskee te wonen en te werken in een winkel waar eiser continu zichtbaar is voor de Taliban. De minister heeft ook kunnen wijzen op eisers verklaring, dat zijn moeder sinds eisers vertrek, niet is benaderd door de Taliban [7] , waardoor het niet aannemelijk is dat eiser concreet doelwit is van de Taliban. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Gegronde vrees voor vervolging /reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan
Het betoog van eiser
7. Eiser stelt dat de minister in het bestreden besluit onvoldoende is ingegaan op het feit dat hij behoort tot de Hazara bevolking. Eiser wijst op de massamoorden onder leiding van de Taliban, het door de Taliban stelselmatig discrimineren van Hazara's, de materiële discriminatie en aanslagen en geweld zoals de “schoolaanslagen” die hebben plaatsgevonden, waarbij tientallen Hazara's (waaronder veel kinderen) zijn omgekomen. Gelet op de recente ontwikkelingen met betrekking tot de positie van Hazara's in
Afghanistan, is eiser van mening dat bij terugkeer naar Afghanistan er sprake zal zijn van een reëel risico op ernstige schade.
Het oordeel van de rechtbank
7.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende deugdelijk gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als Hazara een gegronde vrees voor vervolging heeft bij terugkeer naar Afghanistan. Hiervoor is van belang dat de problemen met de Taliban niet ten onrechte ongeloofwaardig zijn bevonden en eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten aangedragen waaruit blijkt dat de Taliban daadwerkelijk specifiek naar hem op zoek zou zijn. Eisers betoog ziet enkel op de algemene situatie van Hazara's in Afghanistan. Eiser maakt hiermee niet inzichtelijk dat hij persoonlijk meer risico zou lopen dan anderen uit de Hazara bevolkingsgroep. Verder heeft de minister kunnen betrekken dat uit eisers verklaringen is gebleken dat hij en zijn familie toegang hadden tot basisvoorzieningen. Dat eiser ervoor heeft gekozen om niet naar school te gaan, maakt niet dat eiser gediscrimineerd werd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende rekening gehouden met de actuele omstandigheden. De minister heeft kunnen concluderen dat enkel de verwijzing naar het algemene regime van de Taliban, niet maakt dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. T.C. Kasper-Kleve, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000
2.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
3.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genève, artikel 1a.
4.In de zin van artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
5.Rapport van het nader gehoor, pagina 11.
6.Rapport van het nader gehoor pagina 19.
7.Rapport van het nader gehoor, pagina 17.