ECLI:NL:RBDHA:2026:14968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
Eiser, van Egyptische nationaliteit, is door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is genomen vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure zal ontwijken of beletten.
Eiser heeft het besluit aangevochten, maar betwist de genoemde zware en lichte gronden niet. De rechtbank oordeelt dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. De minister heeft voortvarend gehandeld, onder meer door het aanvragen van een laissez-passer bij Egypte en persoonlijke rappellering.
De rechtbank stelt vast dat een lichter middel niet volstond, mede omdat eiser eerder al een lichter middel heeft gehad en geen gebruik maakte van terugkeerondersteuning. Ook is niet gebleken van een schriftelijke asielaanvraag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.