Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
Overlijden, faillissement etcetera van een natuurlijke persoon; verplichting tot aanbieding van de aandelen in het kapitaal van [holding 1].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres de opheffing van het conservatoir eigenbeslag dat gedaagde op haar heeft gelegd wegens een geschil over een lening en aandeelhoudersovereenkomst. Eiseres heeft vervangende zekerheid aangeboden in de vorm van een pandrecht op haar 40%-aandelenbelang in holding 1, wat gedaagde betwistte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bevoegdheid tot opheffing van het beslag rechtstreeks volgt uit artikel 705 lid 1 Rv Pro en dat het arbitragebeding hieraan niet in de weg staat. Gezien de aangeboden zekerheid en het belang van eiseres bij opheffing, en het ontbreken van een gegrond bezwaar van gedaagde, wordt het beslag opgeheven onder de voorwaarde dat het pandrecht wordt gevestigd.
Gedaagde wordt veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan de vestiging van het pandrecht en tot betaling van de proceskosten. De voorzieningenrechter ziet geen reden om een volmacht te veroordelen of het vonnis in de plaats te laten treden van medewerking, omdat de inhoud van de pandakte onvoldoende is bepaald. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het conservatoir eigenbeslag wordt opgeheven onder de voorwaarde dat een pandrecht wordt gevestigd op het aandelenbelang van eiseres.