ECLI:NL:RBDHA:2026:15032
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan België in Dublinprocedure voor alleenstaande vrouw
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat België verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor alleenstaande vrouwen nog door een meervoudige kamer moet worden behandeld, maar dat het niet wenselijk is om de voorlopige voorzieningprocedure te staken totdat die uitspraak er is.
De voorzieningenrechter weegt de belangen af en concludeert dat het toewijzen van de voorlopige voorziening niet ingrijpend is, omdat het verzoekster alleen toestaat haar beroep in Nederland af te wachten. Het niet toewijzen zou kunnen leiden tot overdracht aan België met mogelijk onomkeerbare gevolgen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot overdracht aan België wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.