ECLI:NL:RBDHA:2026:15079

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
NL26.20497
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvragen op 28 juni 2024 en had een beslistermijn van zes maanden, die niet werd nageleefd. Eisers stelden de minister op 25 maart 2026 tijdig in gebreke en dienden daarna beroep in.

De rechtbank overweegt dat de beslistermijn van 21 maanden voor de behandelingsprocedure is overschreden en dat eisers nog niet zijn gehoord over hun asielmotieven. Daarom legt de rechtbank een nadere beslistermijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Bij overschrijding verbeurt de minister een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.

Daarnaast krijgt de eisers een proceskostenvergoeding van € 467 toegekend, omdat zij een professionele gemachtigde hebben ingeschakeld. De rechtbank beschouwt de zaken als samenhangend vanwege familiebanden en gelijke procedurele omstandigheden, waardoor de vergoeding en dwangsom beperkt blijven tot het bedrag van één zaak.

De beroepen worden gegrond verklaard, het niet tijdig beslissen wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 22 mei 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van acht weken op met een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.20497 en NL26.21435

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1]en
[eiser 2], V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] , eisers (gemachtigde: mr. J.W.F. Menick),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvragen).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk en gegrond?
3. De minister heeft de aanvragen op 28 juni 2024 ontvangen. De beslistermijn is zes maanden.3 Binnen die termijn heeft de minister niet beslist op de aanvragen. Eisers hebben de minister op 25 maart 2026 en dus tijdig in gebreke gesteld. Voorts hebben eisers meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroepen ingesteld tegen het uitblijven van een
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
beslissing. De beroepen zijn daarom ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
4. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.4 In deze zaken is dit aan de orde.
5. Bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn maakt de rechtbank een afweging. Daarbij houdt zij rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.5 Dat de beslistermijn van 21 maanden waarbinnen de behandelingsprocedure dient te worden afgerond in dit geval is overschreden, is één van de aspecten die de rechtbank in deze afweging meeweegt. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat uit de beschikbare stukken blijkt dat eisers nog niet zijn gehoord omtrent hun asielmotieven. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvragen bekend moet maken.

De rechtbank verbindt een rechterlijke dwangsom aan de uitspraak

6. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.6 De rechtbank bepaalt in deze zaken dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van
€ 15.000,-.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en dat de minister binnen acht weken alsnog een besluit op de aanvragen bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom.
8. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hun een beroepschriften in te dienen. Omdat de zaken alleen gaan over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
9. De rechtbank beschouwt deze zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Immers, eisers zijn familie van elkaar en hebben samen gereisd. De procedures van eisers lopen vrijwel gelijk op en eisers hebben dezelfde advocaat. Hierdoor vertonen de zaken
4 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
6 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
Zie https://www.rechtspraak.nl/onderwerpen/overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/extra-dwangsom.
onderlinge overeenkomsten in zowel inhoud als procesverloop. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak zou worden toegekend.7 Dit geldt ook voor de te verbeuren rechterlijke dwangsom.8

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluiten;
  • draagt de minister op om
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-, toe te kennen in zaaknummer NL26.20497;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-, toe te kennen in zaaknummer NL26.20497.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
7 Artikel 3 van Pro het Bpb.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
22 mei 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.