ECLI:NL:RBDHA:2026:15081
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens vertraagde beslissing verblijfsdocument
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een verblijfsdocument als verzorgende ouder van een Nederlands minderjarig kind. Op 9 februari 2026 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de bestuursrechter in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteerde de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag voor proceskosten. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 22 mei 2026.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €467,- aan proceskosten en het griffierecht wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag verblijfsdocument.