ECLI:NL:RBDHA:2026:15088

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
5 juni 2026
Zaaknummer
NL26.14427
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingesteld beroep op niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel

Eisers hebben op 16 juli 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft vervolgens op 16 oktober 2025 een verzoek tot overdracht van de asielaanvragen aan Frankrijk gedaan, dat op 17 december 2025 werd geaccepteerd. Nederland had vanaf 18 december 2025 zes maanden de tijd om de overdracht te effectueren. Op 12 maart 2026 trok de minister de verzoeken in, waardoor Nederland verantwoordelijk bleef voor de behandeling van de aanvragen en de beslistermijn van zes maanden vanaf die datum ging lopen.

Eisers hebben hun beroep ingesteld voordat deze beslistermijn was verstreken, namelijk vóór 12 september 2026. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is omdat niet is voldaan aan de vereiste ingebrekestelling en het verstrijken van de beslistermijn. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober op 29 mei 2026. Eisers wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingesteld vóór het verstrijken van de beslistermijn.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.14427 en NL26.14429
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] ,V-nummer: [V-nummer]
[eiser 2], V-nummer: [V-nummer] , eisers (gemachtigde: mr. J. Hemelaar),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hun niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt een zitting niet nodig en heeft partijen gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk en gegrond?

3. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.3 Indien de minister onderzoekt of de aanvraag niet in behandeling dient te worden
1. Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2025/4 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2025 weer een beslistermijn van zes maanden.
genomen4, vangt deze termijn aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek.5
4. Eisers hebben op 16 juli 2025 hun asielaanvragen in Nederland ingediend. Naar aanleiding van deze aanvragen heeft de minister op 16 oktober 2025 aan de Franse autoriteiten verzocht om eisers over te nemen.6 Deze verzoeken zijn geaccepteerd op
17 december 2025. Nederland had vanaf 18 december 2025 zes maanden de tijd om eisers over te dragen. De minister heeft op 12 maart 2026 de verzoeken bij de Franse autoriteiten ingetrokken. Hierdoor staat de verantwoordelijkheid van Nederland vast op 12 maart 2026 en ging de termijn van zes maanden om op de asielverzoeken te beslissen lopen.
5. In de zaken van eisers betekent dit dat de minister uiterlijk op 12 september 2026 dient te beslissen op de aanvragen. Aangezien deze beslistermijnen nog niet zijn verstreken, hebben eisers hun beroepen te vroeg ingesteld. De beroepen zijn daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
4 Artikel 30 van Pro de Vw.
5 Artikel 42, zesde lid, van de Vw.
6 Artikel 18, eerste lid en onder b van de Dublinverordening.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
29 mei 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.