ECLI:NL:RBDHA:2026:15118
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister op 7 april 2026 niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting verschenen verzoeker en zijn gemachtigde niet, terwijl de minister zich liet vertegenwoordigen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed op het beroep. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, omdat de gemachtigde een verzoekschrift had ingediend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H. Hanssen - Telman en griffier E.S. Tiggelaar, en is openbaar gemaakt op 5 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.