Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Leiden
(gemachtigde: mr. E.C. van Lent)
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
“het verwijderen van de brandtrap is een verbetering voor het monument en akkoord. Het vervangen van het hekwerk ten behoeve van een dakterras is akkoord.”Niet nader toegelicht is of het aanbrengen van een hekwerk rondom het platte dak van de aanbouw bij het koetshuis vanuit het behoud van monumentale waarden al dan niet aanvaardbaar is, aldus eiseres. Dit klemt volgens eiseres des te meer, nu uit het door een Woo-verzoek bekend geworden WML-advies van 30 juni 2021 blijkt dat een dakterras destijds juist expliciet niet akkoord was bevonden.
[…] “Zoals u weet staat komende vrijdag de hoorzitting gepland voor uw bezwaar inzake de verleende onttrekkingsvergunning voor het adres [adres 1] . Aan de orde is daar de vraag of de onttrekkingsvergunning terecht en op juiste gronden is verleend. Naar het oordeel van het college is dat inderdaad het geval. Er is echter wel een ander punt waar we tijdens het bestuderen van het dossier tegenaan gelopen zijn. Voor de brandtrap en het dakterras aan het pand, dat een rijksmonument is, is geen omgevingsvergunning verleend. Naar aanleiding van het bezwaar is er een legalisatieonderzoek uitgevoerd naar de vraag of belde bouwwerken gelegaliseerd kunnen worden. Inmiddels is bekend geworden dat het voor beide bouwwerken niet mogelijk is een omgevingsvergunning te verlenen. Om deze reden is de kwestie voorgelegd aan de afdeling Bouwtoezicht, Juridische Handhaving en Veiligheid die zich zullen beraden over het vervolgtraject.” […]
Conclusie en gevolgen
10.1. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde van eiseres heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting deelgenomen. De rechtbank gaat uit van wegingsfactor 1. De vergoeding voor proceskosten bedraagt in totaal (2 x 934 =) € 1.868,-.