Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 9 mei 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 19 mei 2025 van de vrouw, met bijlage;
- het bericht van 4 juni 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 23 juli 2025, met bijlagen;
- het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, ingekomen op 19 augustus 2025, met bijlage;
- het bericht van 1 september 2025 van de vrouw, met bijlage;
- het bericht van 12 maart 2026 van de vrouw, met bijlagen;
- het bericht van 26 maart 2026 van de man, met bijlagen;
- het bericht van 1 april 2026 van de vrouw, met bijlagen.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2023 in [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De man en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Braziliaanse nationaliteit.
Verzoek en verweer
- tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
- te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
- de man te veroordelen dat hij als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen € 313,- per kind per maand bij vooruitbetaling aan de vrouw zal voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bijdrage met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
- de man te veroordelen dat hij als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw € 150,- per maand, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bijdrage, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
- te bepalen dat het huurrecht van de woning gelegen aan de [adres] aan de vrouw wordt toebedeeld;
- te bepalen dat partijen moeten overgaan tot het verdelen van de beperkte gemeenschap van goederen en deze verdeling vast te stellen.
- de man te benoemen tot huurder van de woning aan de [adres] ;
- te bepalen dat een zorgregeling zal gelden, waarbij de kinderen bij de man zijn eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19.00 uur, en de andere week op vrijdagmiddag uit school tot vrijdag 19.30 uur, alsmede de helft van de vakantieperioden en de helft van de reguliere christelijke feestdagen.
Beoordeling
(nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot echtscheiding.