ECLI:NL:RBDHA:2026:15132

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/685012 / FA RK 25-3499
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II ter-verordeningArt. 10:56 BWArt. 815 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling en kinderalimentatie na overeenstemming partijen

Partijen zijn gehuwd sinds maart 2023 en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht de echtscheiding uit te spreken en stelde een gefaseerde zorgregeling voor, waarbij de kinderen geleidelijk meer tijd bij de man zouden doorbrengen. Tevens verzocht zij om kinderalimentatie en partneralimentatie, en toewijzing van het huurrecht van de woning.

De man verzette zich tegen de alimentatie en het huurrecht, maar stemde in met de echtscheiding. Tijdens de zitting bereikten partijen overeenstemming over de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw, een zorgregeling waarbij de kinderen om de week bij de man verblijven, en kinderalimentatie van €250 per kind per maand vanaf het moment dat partijen niet meer samenwonen.

De rechtbank achtte de afspraken in het belang van de kinderen en wees het verzoek tot echtscheiding toe. De overige verzoeken over huurrecht en partneralimentatie werden ingetrokken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en stelt de zorgregeling en kinderalimentatie vast in het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-3499 (echtscheiding)
FA RK 25-6479 (afwikkeling huwelijksvermogen)
Zaaknummers: C/09/685012 (echtscheiding)
C/09/690692 (afwikkeling huwelijksvermogen)
Datum beschikking: 6 mei 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 9 mei 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B. Beekman in Noordwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa in Lisse.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 19 mei 2025 van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 4 juni 2025 van de vrouw, met bijlagen;
  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 23 juli 2025, met bijlagen;
  • het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, ingekomen op 19 augustus 2025, met bijlage;
  • het bericht van 1 september 2025 van de vrouw, met bijlage;
  • het bericht van 12 maart 2026 van de vrouw, met bijlagen;
  • het bericht van 26 maart 2026 van de man, met bijlagen;
  • het bericht van 1 april 2026 van de vrouw, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om met de kinderrechter te praten, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.
Op 7 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2023 in [plaats] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De man en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Braziliaanse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • tussen partijen de echtscheiding uit te spreken;
  • te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de vrouw;
  • de man te veroordelen dat hij als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen € 313,- per kind per maand bij vooruitbetaling aan de vrouw zal voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bijdrage met ingang van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum;
  • de man te veroordelen dat hij als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw € 150,- per maand, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bijdrage, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
  • te bepalen dat het huurrecht van de woning gelegen aan de [adres] aan de vrouw wordt toebedeeld;
  • te bepalen dat partijen moeten overgaan tot het verdelen van de beperkte gemeenschap van goederen en deze verdeling vast te stellen.
De man voert – onder referte voor het overige – op dit moment nog verweer tegen de verzochte kinderalimentatie, partneralimentatie en toekenning van het huurrecht aan de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de man, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de man te benoemen tot huurder van de woning aan de [adres] ;
  • te bepalen dat een zorgregeling zal gelden, waarbij de kinderen bij de man zijn eenmaal per twee weken van vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19.00 uur, en de andere week op vrijdagmiddag uit school tot vrijdag 19.30 uur, alsmede de helft van de vakantieperioden en de helft van de reguliere christelijke feestdagen.
De vrouw verzoekt de zelfstandige verzoeken van de man af te wijzen, althans een
opbouwregeling vast te stellen, waarbij de kinderen:
- gedurende 2 maanden iedere vrijdag uit school tot 19.30 uur bij de man zijn, waarbij de man [de minderjarige 1] uit school haalt en [de minderjarige 2] bij de vrouw/de opvang haalt;
en vervolgens bij nakoming en goed verloop daarvan:
- gedurende 2 maanden eenmaal per twee weken van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur (na het eten) en de andere week van vrijdag uit school tot vrijdag 19.30 uur bij de man zijn, waarbij de man [de minderjarige 1] uit school haalt en [de minderjarige 2] bij de vrouw/de opvang haalt;
en vervolgens bij nakoming en goed verloop daarvan:
- eenmaal per twee weken van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur (na het eten) en de andere week van vrijdag uit school tot vrijdag 19.30 uur bij de man zijn.
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 van Pro de Brussel II ter-verordening
(nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank past op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toe op het verzoek tot echtscheiding.
Ontvankelijkheid – ontbreken ouderschapsplan
De vrouw heeft geen ouderschapsplan ingediend, zoals op grond van artikel 815 tweede Pro lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is vereist. Toch zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot echtscheiding, omdat het partijen tot op de zitting niet was gelukt om zelf afspraken te maken over de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam is ontwricht en zij verzoekt om de echtscheiding tussen hen uit te spreken. De man heeft daarmee ingestemd. De rechtbank zal het verzoek daarom, als niet weersproken en op de wet gegrond, toewijzen.
Nevenvoorzieningen
Partijen hebben tijdens de zitting afspraken gemaakt over de huurwoning, de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de zorgregeling en de kinderalimentatie. Zij zijn ten aanzien van de woning overeengekomen dat zij voorlopig gezamenlijk in de woning blijven wonen en beiden op zoek gaan naar andere woonruimte. Degene die als eerste andere woonruimte heeft gevonden, zal de huurwoning verlaten. Hoelang partijen nog gezamenlijk in de woning zullen blijven wonen is op dit moment onduidelijk. Partijen zijn het er in ieder geval over eens dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben en zij zijn een zorgregeling overeengekomen die zal ingaan op het moment waarop partijen niet langer samen in de woning verblijven. Deze zorgregeling houdt in dat de kinderen bij de man zijn in de ene week van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur en in de andere week van vrijdag uit school tot vrijdag 19.30 uur, en de helft van de vakanties en feestdagen. De vrouw heeft op de zitting haar twijfels geuit of de man de zorgregeling direct kan nakomen zodra partijen niet meer samenwonen. De rechtbank merkt hierbij op dat de overeengekomen zorgregeling het streven zal zijn, waarbij bezien zal moeten worden of te zijner tijd een opbouw noodzakelijk is. Partijen hebben op de zitting ook overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de man aan de vrouw € 250,- per kind per maand aan kinderalimentatie zal betalen vanaf het moment dat partijen niet meer samen in de huurwoning verblijven. Zij hebben daarbij afgesproken dat de kinderalimentatie voor het eerst geïndexeerd zal worden in het jaar dat volgt op het jaar dat partijen apart zijn gaan wonen.
De rechtbank zal dienovereenkomstig de afspraken van partijen over de hoofdverblijfplaats, zorgregeling en kinderalimentatie beslissen, ook omdat zij dit in het belang van de kinderen acht. Gelet op de bereikte overeenstemming tussen partijen, beschouwt de rechtbank het meer of anders verzochte over de hoofdverblijfplaats, zorgregeling, en kinderalimentatie als ingetrokken. De afspraak over de huurwoning leent zich niet voor opname in het dictum van deze beschikking, maar de rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich hieraan zullen houden.
De verzoeken over het huurrecht, de partneralimentatie en de verdeling heeft de vrouw op de zitting ingetrokken en de man heeft zijn zelfstandige verzoek over het huurrecht ingetrokken, zodat de rechtbank daarop geen beslissing meer hoeft de nemen.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op 27 maart 2023 in Teylingen;
*
bepaalt dat de minderjarigen [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in
[geboorteplaats] en [de minderjarige 2] , geboren [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] , hun
hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;
*
bepaalt dat de kinderen, met ingang van het moment dat partijen niet meer samenwonen, bij de man zullen zijn eenmaal per twee weken van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur, en de andere week op vrijdag uit school tot vrijdag 19.30 uur, alsmede de helft van de vakantieperioden en de helft van de feestdagen;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van het moment dat partijen niet meer samenwonen, een kinderalimentatie voor de kinderen van € 250,- per kind per maand moet betalen, telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, waarbij de kinderalimentatie voor het eerst geïndexeerd zal worden in het jaar dat volgt op het jaar waarin partijen apart zijn gaan wonen;
*
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 mei 2026.