Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15137

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/675939 / FA RK 24-8311
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BWArt. 1:377b BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek omgangsregeling, bijzondere curator en informatieregeling in belang minderjarige

De moeder verzocht de rechtbank om een omgangsregeling vast te stellen tussen haar en het minderjarige kind, een bijzondere curator te benoemen om de belangen van het kind te behartigen, en een maandelijkse informatieregeling van de vader aan de moeder over het welzijn van het kind.

De vader voerde verweer en stelde dat er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden sinds de vorige beschikking in 2023, dat de moeder niet meewerkt aan begeleid contact en dat de verstandhouding tussen de ouders zeer gespannen blijft. De Raad voor de Kinderbescherming ondersteunde het standpunt dat het benoemen van een bijzondere curator niet nodig is omdat de stem van het kind al duidelijk is.

De rechtbank overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat de wens van het kind om geen contact met de moeder te hebben zwaar weegt. Gezien de langdurige gespannen relatie tussen de ouders en het ontbreken van veranderingen sinds de vorige beschikking, wees de rechtbank de verzoeken van de moeder af. Ook het verzoek tot een informatieregeling werd afgewezen omdat de vader reeds vier keer per jaar informeert.

De rechtbank benadrukte dat de moeder moet stoppen met het dagelijks sturen van e-mails aan de vader en moedigde de vader aan het kind aan te moedigen contact met de moeder te zoeken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken van de moeder tot omgangsregeling, benoeming bijzondere curator en informatieregeling af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8311
Zaaknummer: C/09/675939
Datum beschikking: 6 mei 2026

Omgang en informatieregeling

Beschikkingin het kader van het op 21 augustus 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. Remport Urban te Linne.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres,
advocaat: mr. S. Scheimann te Rotterdam;

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift van de moeder;
- het F9-formulier van 21 november 2024, van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het verweerschrift van de vader, ingekomen op 20 maart 2026.
Op 7 april 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder en de vader, bijgestaan door hun advocaten en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De [minderjarige] heeft in raadkamer zijn mening kenbaar gemaakt.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad.
  • [minderjarige] is erkend door de vader.
  • Zij zijn de ouders van het nog minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 te [geboorteplaats].
- [minderjarige] woont bij de vader.
- De vader is met het eenhoofdig gezag belast. Bij beschikking van 13 oktober 2021 van deze rechtbank is het ouderlijk gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd.
- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Hongaarse nationaliteit.
- [minderjarige] heeft van 19 september 2017 tot 19 september 2023 onder toezicht gestaan van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland.
- Bij beschikking van 14 april 2023 van deze rechtbank zijn de verzoeken van de moeder tot het vaststellen van een omgangsregeling en het benoemen van een bijzondere curator afgewezen.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift van de moeder strekt ertoe:
  • een bijzondere curator te benoemen ex artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) teneinde de rechtbank te informeren over de belangen van [minderjarige] als het gaat om de omgang tussen hem en de moeder en zijn (half)broertje moederszijde;
  • een omgangsregeling te bepalen waarbij [minderjarige] regelmatig, dat wil zeggen toewerkend naar minimaal één contactmoment per veertien dagen met zijn (half)broertje moederszijde en de moeder, althans een andere in goede justitie vast te stellen regeling te bepalen;
  • een maandelijkse informatieverplichting van de vader jegens de moeder vast te stellen, waarbij de vader per e-mail informatie aan de moeder dient te geven over het wel en wee van [minderjarige] (school inclusief rapport, sport, vriendjes, hobby’s, gezondheid, ontwikkeling en eventuele behandeling), althans een andere in goede justitie vast te stellen regeling en frequentie,
een en ander zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator, vaststelling van een omgangsregeling en een informatieverplichting.
Omgangsregeling en benoeming bijzondere curator
In artikel 377e, eerste lid, BW is – voor zover hier relevant – bepaald dat de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De moeder verzoekt tussen haar en [minderjarige] een omgangsregeling vast te stellen en een bijzondere curator over [minderjarige] te benoemen. Er is gedurende de ondertoezichtstelling en met alle hulpverlening nooit een omgangsregeling tot stand gekomen. De gewijzigde omstandigheid sinds de vorige beslissing zit volgens de moeder in het tijdsverloop en dat de traumatherapie van [minderjarige] nu positief is afgerond. Dit was bij de vorige beslissing een reden om geen omgangsregeling vast te stellen. De moeder heeft [minderjarige] al heel lang niet gezien. De moeder wenst eerst met de vader in gesprek te gaan en door middel van mediation tot afspraken te komen. Als er een goede basis is gevormd moeten daarna afspraken gemaakt worden over [minderjarige] en de omgang. De moeder wil dat er beter wordt gekeken naar wat [minderjarige] zelf wil. Zij heeft het gevoel dat [minderjarige] nu met name de mening van de vader vertolkt. Daarom verzoekt zij een bijzondere curator te benoemen.
De vader voert verweer en stelt primair dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden.
De traumatherapie van [minderjarige] was volgens de vader al afgerond bij de vorige beslissing. Daarnaast kan enkel tijdsverloop geen gewijzigde omstandigheid vormen. In het verleden is vaak geprobeerd begeleid contact tussen [minderjarige] en de moeder op te starten, maar dit is nooit gelukt omdat de moeder niet wil meewerken aan begeleid contact. Zij kan niet samenwerken met hulpverlening en weigert zich aan te passen in het belang van [minderjarige]. Bij de vorige beschikking is al overwogen dat de moeder geen inzicht toont in wat goed is voor [minderjarige]. Sinds de vorige beschikking is niets veranderd volgens de vader, want dit inzicht toont de moeder nog steeds niet. Bovendien stuurt de moeder nog steeds gemiddeld zeven e-mails per dag naar de vader met de vraag hoe het met [minderjarige] gaat. Dit is niet in het belang van [minderjarige]. De vader heeft ter zitting aangegeven niet met de moeder mediation te willen proberen. Zij moet eerst aan haarzelf werken, voordat de vader en [minderjarige] in beeld komen. [minderjarige] begeeft zich nu eindelijk in rustig vaarwater. Het gaat goed op school en hij ervaart rust en stabiliteit. Dit moet nu niet doorbroken worden.
De Raad heeft op de zitting aangegeven dat er meermaals onderzoek is gedaan naar de omgang tussen de moeder en [minderjarige] en wat in zijn belang is. Het is de moeder in al die tijd niet gelukt om bij de behoeften en wensen van [minderjarige] aan te sluiten. Zij heeft zich niet aan de afspraken gehouden die met de hulpverlening gemaakt zijn, zoals het continu contact zoeken met de vader en [minderjarige], ook buiten de afgesproken momenten. Dit heeft voor angst gezorgd bij [minderjarige]. Hoewel de Raad altijd van mening is dat contact met beide ouders in het belang van het kind is, ziet de Raad nu dat het belang van [minderjarige] om iets anders vraagt. Bij de moeder ontbreekt het aan inzicht in haar eigen gedrag en wat dit doet met [minderjarige]. Dit gesprek is vaak geprobeerd aan te gaan met haar, maar heeft niet tot resultaat geleid. Tot op heden toont zij geen erkenning en inzicht hierin. Het benoemen van een bijzondere curator heeft volgens de Raad geen toegevoegde waarde. Het doel daarvan is immers om een stem te geven aan het kind, maar deze stem is al duidelijk. Er is nog steeds sprake van de patstelling waarbij de vader wil meewerken aan contactherstel, mits begeleid, en de moeder die alleen onbegeleid contact met [minderjarige] wil. Dat de moeder nog altijd elke dag gemiddeld zeven e-mails per dag stuurt vindt de Raad ook zorgelijk. De verstandhouding van de ouders is nog steeds erg slecht en de Raad vraagt zich af of mediation enige kans van slagen heeft.
De rechtbank overweegt als volgt. Afgezien van het feit van de vraag of sprake is van gewijzigde omstandigheden in de zin van artikel 1:377e BW, zal de rechtbank het verzoek van de moeder afwijzen. De rechtbank acht het vaststellen van een omgangsregeling niet in het belang van [minderjarige]. Er is sinds de beschikking in 2023 niets veranderd wat dit anders maakt. De ouders hebben nog steeds evenveel ruzie en een zeer gespannen verstandhouding. De moeder bestookt de vader nog steeds met e-mails over [minderjarige]. Op de zitting is gesproken over het contact tussen [minderjarige] en zijn halfbroertje [naam 2]. Ook hierover verschillen partijen van mening waarom dit niet niet tot stand komt, terwijl zij wel beiden op de zitting aangeven het goed te vinden als de (half)broertjes contact met elkaar hebben.
De kinderrechter heeft voorafgaand aan de zitting met [minderjarige] gesproken. Hij heeft aangegeven nu geen contact met zijn moeder te willen. Deze mening van [minderjarige] weegt de rechtbank in haar oordeel zwaar mee. Op grond van de voorgeschiedenis van de ouders, de wens van [minderjarige] en het ontbreken aan verandering sinds de vorige beschikking zal de rechtbank het verzoek van de moeder afwijzen.
Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat het benoemen van een bijzondere curator niet aangewezen is. De wens en de stem van [minderjarige] is duidelijk en de rechtbank acht zich voldoende geïnformeerd om hierover een beslissing in het belang van [minderjarige] te nemen. De rechtbank wijst dit verzoek van de moeder eveneens af.
De rechtbank acht het betreurenswaardig dat na zoveel jaren de verhouding tussen partijen nog steeds slecht is. Dit belast [minderjarige] nog altijd. Op de zitting is geen wil gebleken van partijen om dit te verbeteren. De moeder wil niet meewerken aan begeleid contact en de vader wil niet meewerken aan mediation. Zo komen ouders niet verder en blijft [minderjarige] tussen beiden instaan. De rechtbank wil de moeder meegeven te stoppen met dagelijks
e-mails te sturen naar de vader over [minderjarige]. Dit is niet bevorderlijk voor de onderlinge verhouding tussen de ouders en het gevoel wat dit teweegbrengt bij [minderjarige]. Daarnaast acht de rechtbank het wenselijk dat de vader [minderjarige] concreter en vaker aanmoedigt om op enige manier contact te zoeken met zijn moeder, door bijvoorbeeld op haar verjaardag een kaartje te sturen. Deze positieve aanmoediging verbetert het beeld van [minderjarige] over zijn moeder.
Informatieregeling
Op grond van artikel 1:377b BW is de met het gezag belaste ouder gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen over gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige en deze te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen.
De moeder verzoekt om een informatieregeling te bepalen waarin de vader maandelijks per e-mail informatie dient te geven aan de moeder over hoe het gaat met [minderjarige].
De vader stelt dat hij al informatie verstrekt aan de moeder over [minderjarige]. De vader informeert de moeder vier keer per jaar sinds april 2024. De moeder reageert nooit op deze berichten. Dit verzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard, subsidiair moet het worden afgewezen.
De rechtbank zal dit verzoek van de moeder afwijzen. De vader heeft met stukken onderbouwd dat hij de moeder vier keer per jaar informeert over [minderjarige]. Er loopt aldus al een regelmatige informatievoorziening van de vader naar de moeder over [minderjarige]. De rechtbank moedigt de vader aan om de moeder te blijven informeren, wellicht ook vaker en met bijzondere gelegenheden.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst de verzoeken van de moeder af;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door
mr. L.E. Meisters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2026.