ECLI:NL:RBDHA:2026:15169

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
6 juni 2026
Zaaknummer
C/09/699962 / FA RK 26-1724
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:247 BWArt. 1:253 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek moeder tot vervangende toestemming voor verhuizing met minderjarige kinderen

De moeder verzocht de rechtbank om vervangende toestemming om met haar drie minderjarige kinderen te verhuizen naar een andere plaats en hen daar in te schrijven op scholen. De vader verzet zich tegen deze verhuizing en verzocht primair dat het hoofdverblijf van de kinderen bij hem blijft. De rechtbank nam kennis van de stukken, hoorde partijen en de Raad voor de Kinderbescherming en betrok ook de mening van de kinderen.

De rechtbank oordeelde dat de moeder haar verzoek onvoldoende had onderbouwd. Er was geen noodzaak aangetoond voor de verhuizing, noch was duidelijk dat de nieuwe partner gebonden is aan de nieuwe woonplaats. Ook was onvoldoende onderbouwd waarom de voorgestelde scholen geschikt zijn, vooral voor het kind dat speciaal onderwijs volgt. De feitelijke situatie toonde aan dat de vader nog regelmatig contact met de kinderen heeft en dat de afstand tot de nieuwe woonplaats de zorgregeling aanzienlijk zou bemoeilijken.

De rechtbank nam mee dat de oudste minderjarige aangaf niet te willen verhuizen en bij de vader wil blijven, wat tot opsplitsing van de kinderen zou leiden. Ook was de communicatie tussen ouders stroef, waardoor goede afspraken over zorg en contact bij verhuizing onwaarschijnlijk zijn. Gezien deze belangenafweging concludeerde de rechtbank dat het belang van de kinderen zich tegen de verhuizing verzet en wees het verzoek af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.

Uitkomst: Het verzoek van de moeder om vervangende toestemming voor verhuizing met de kinderen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het belang van de kinderen bij contact met de vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1724
Zaaknummer: C/09/699962
Datum beschikking: 6 mei 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 20 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.M. Buitenhuis te Nieuw-Vennep.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. K. el Joghrafi te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier met bijlagen van 12 maart 2026 van de zijde van de moeder.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in een gesprek met de rechter laten weten wat zij van het verzoek vinden.
Op 7 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen de vader en de moeder met hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is [naam] verschenen. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2012 tot [datum 2] 2019.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2];
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2020 te [geboorteplaats 2].
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder, voor [minderjarige 3] is hierover niets afgesproken tussen partijen.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De vader heeft de Nederlandse nationaliteit en de moeder heeft de Slowaakse nationaliteit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 28 januari 2019 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn het echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan aan de beschikking gehecht. In het ouderschapsplan is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:
“Artikel 3.1 – Zorg- en contactregeling
Partijen komen een zorg- en contactregeling overeen, inhoudende dat de vader ieder weekend van vrijdag na zijn werk en na schooltijd van de kinderen tot zondagavond tussen 18.00 en 19.00 omgang zal hebben met de kinderen.
(…)
Partijen komen voorts overeen dat vakanties en feestdagen van de kinderen door partijen bij helfte worden verdeeld. Partijen zullen hieromtrent nader overleg voeren.”

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt:
- haar toestemming te verlenen om met [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te mogen verhuizen naar [plaats 1] aan het adres [adres];
- haar toestemming te geven om de kinderen te mogen laten inschrijven op de scholen zoals benoemd in punt 12 van het verzoekschrift.
- de vader te veroordelen in de kosten van dit geding,
althans een vonnis te wijzen dat de rechtbank in goede justitie zal vernemen te behoren.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Ook verzoekt de vader zelfstandig (naar de rechtbank begrijpt in het geval het verzoek van de moeder wordt toegewezen):
  • primair te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen aan het adres van de man zal zijn;
  • subsidiair: de bestaande zorgregeling te wijzigen voor wat betreft het halen en brengen, in die zin dat de vrouw de kinderen naar de man zal brengen en de kinderen ook weer bij de man zal ophalen.

Beoordeling

Vervangende toestemming verhuizing
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De gewone verblijfplaats van de kinderen is in Nederland, daarom is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing.
Wettelijk kader
Uit vaste jurisprudentie – onder meer het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901 – volgt dat bij de beslissing over vervangende toestemming voor de verhuizing van kinderen alle omstandigheden van het geval in acht moeten worden genomen en tegen elkaar moeten worden afgewogen. Dit kan er ook toe leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van de kinderen. Het gaat dan onder andere om:
  • het recht en belang van de verhuizende ouder en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
  • de noodzaak om te verhuizen;
  • de mate waarin de verhuizing is doorgedacht en voorbereid;
  • de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
  • de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
  • de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in vertrouwde omgeving;
  • de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
  • de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
  • de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin hij is geworteld in zijn omgeving of juist gewend is aan verhuizingen;
  • de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
De rechtbank benadrukt dat bovenstaande opsomming niet is bedoeld als bepaling van criteria waaraan afzonderlijk moet worden voldaan, maar dat voor de beoordeling een belangenafweging moet worden gemaakt met inachtneming van genoemde omstandigheden.
Bij het maken van een belangenafweging overweegt de rechtbank dat de moeder in beginsel het recht heeft om in vrijheid haar leven opnieuw in te richten en samen met de kinderen een leven op te bouwen in [plaats 1], [provincie]. Dit recht van de moeder wordt echter begrensd door het belang van de kinderen om contact te hebben met hun vader en het belang van de vader om zorg te dragen voor de kinderen. Om deze redenen moet de rechtbank beoordelen of het belang van de kinderen zich tegen een verhuizing verzet en moet de rechtbank een afweging maken van de belangen van de ouders en de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal de moeder geen vervangende toestemming verlenen om met de kinderen naar [plaats 1], [provincie] te verhuizen. Zij overweegt daartoe als volgt.
De wens van de moeder om naar [plaats 1] te verhuizen is invoelbaar. De rechtbank is echter van oordeel dat de moeder haar verzoek onvoldoende heeft onderbouwd en doordacht. Weliswaar heeft de vader pas op de zitting verweer gevoerd waardoor zij zich daarop niet heeft kunnen voorbereiden, maar dat doet niet af aan het feit dat de moeder zelfstandig de plicht heeft om haar verzoek te onderbouwen. Dit heeft zij niet gedaan.
Om te beginnen is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een noodzaak tot verhuizing naar [plaats 1]. De moeder heeft niet aangetoond of met stukken onderbouwd dat haar nieuwe partner een co-ouderschap over twee kinderen uitvoert, dat hij een goede baan heeft in [plaats 1] en daar een koophuis heeft. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of de nieuwe partner is gebonden aan [plaats 1].
Daarnaast heeft de moeder niet aangetoond waarom de door haar voorgestelde scholen in [plaats 1] geschikt zijn. [minderjarige 2] gaat momenteel naar speciaal onderwijs. Volgens de moeder heeft de huidige basisschool van [minderjarige 2] aangegeven dat hij in het vervolg naar een reguliere basisschool kan. De vader betwist dit. De moeder heeft daartegenover haar stelling niet nader onderbouwd.
Verder is tijdens de zitting gebleken dat de feitelijke situatie heel anders is dan door de moeder omschreven in het verzoekschrift. Zo is de vader niet volledig verdwenen uit het leven van de kinderen. Hij heeft nog steeds regelmatig contact met ze. Het afgelopen jaar verbleef de vader weliswaar steeds voor drie maanden voor zijn werk in [land], maar tussendoor was hij steeds een maand in Nederland. In die maand haalde hij zelf de kinderen in het weekend op. In de weekenden dat hij in het buitenland was, haalde zijn familie de kinderen op. Inmiddels is het werk in [land] afgerond en woont de vader weer in Nederland. Hij haalt de kinderen gewoon weer elk weekend op.
Op de zitting is ook gebleken dat de verhuizing wel degelijk consequenties zal hebben voor de zorgregeling van de man met de kinderen. De afstand van [plaats 2] naar [plaats 1] is ongeveer 180 kilometer (ongeveer twee uur met de auto) enkele reis en de huidige afstand tussen de vader en de moeder is ongeveer 15 kilometer (ongeveer 20 minuten met de auto) enkele reis. De moeder heeft op zitting aangegeven dat zij als zij mag verhuizen de zorgregeling vanwege de afstand wil wijzigen naar een regeling waarbij de kinderen om het weekend naar de vader gaan (nu is dit ieder weekend). De verdeling van de vakanties bij helfte wil de moeder niet wijzigen. Volgens de moeder kan de vader eventueel worden gecompenseerd in het verlies van contact door middel van doordeweeks telefonisch contact met de kinderen. Dit is een ingrijpende wijziging van de zorgregeling, de vader zal de kinderen veel minder zien dan nu het geval is. Over een compensatie van de tijd die de vader met de kinderen mist, heeft de moeder verder niet nagedacht althans zij heeft hiervoor geen voorstel gedaan.
De rechtbank weegt ook mee dat [minderjarige 1] heeft aangegeven dat hij niet wil verhuizen en dat hij bij de vader wil wonen als zijn moeder verhuist. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij, in het geval zij toestemming krijgt om te verhuizen, [minderjarige 1] hier (bij de vader) wil achterlaten. Dit zal grote gevolgen hebben voor het gezin. Immers, de kinderen zijn tot op heden met elkaar opgegroeid en zij worden bij een verhuizing uit elkaar gehaald als [minderjarige 1] bij de vader blijft en [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met de moeder mee verhuizen naar [plaats 1]. Dit heeft ook grote impact op de mogelijkheden van contact tussen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de vader enerzijds en het contact tussen de moeder en [minderjarige 1] anderzijds. Niet is gebleken dat de moeder heeft nagedacht over deze consequenties en hoe hiermee om te gaan.
Tot slot neemt de rechtbank in haar oordeel mee dat de communicatie tussen de ouders stroef verloopt en dat het hen met veel moeite lukt om afspraken te maken over het contact tussen vader en de kinderen. Anders dan de moeder stelt, acht de rechtbank het daarom niet aannemelijk dat zij in staat zullen zijn om goede afspraken te maken over de zorgregeling als de moeder aan de andere kant van het land woont.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het bij deze stand van zaken niet in het belang van de kinderen is om naar [plaats 1], [provincie] te verhuizen. Het verzoek van de moeder voor vervangende toestemming hiervoor zal daarom worden afgewezen.
De rechtbank komt gelet op deze beslissing niet toe aan de zelfstandige verzoeken van de vader.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2026.