Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15243

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
C/09/664882 / FA RK 24-2807
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken na ouderschapsbemiddelingstraject mislukt

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van twee minderjarige kinderen na het mislukken van een ouderschapsbemiddelingstraject. De vader had contact gezocht met de rechtbank omdat de moeder zich niet had aangemeld bij de bemiddelingsinstantie, wat door de vader werd ondersteund met correspondentie van Jeugdformaat. De moeder stelde dat de kinderen geen contact wilden met de vader, maar stond open voor een ander hulptraject.

Tijdens de zitting waren beide ouders, hun advocaten, een tolk, een begeleider en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. De Raad adviseerde geen nieuw traject te starten, maar juist snel afspraken te maken om het contact te herstellen. De rechtbank constateerde dat het contact tussen de vader en de kinderen weliswaar plaatsvond, maar dat de kinderen hierover tegenstrijdige verklaringen gaven.

De ouders kwamen met hulp van de Raad en hun advocaten tot een zorgregeling: [de minderjarige 1] verblijft wekelijks van zondagmiddag tot dinsdagavond bij de vader, en [de minderjarige 2] van zondagmiddag tot zondagavond. De vader is verantwoordelijk voor het halen en brengen. De regeling wordt na zes maanden geëvalueerd. De rechtbank sprak ook een kindbrief uit waarin de kinderrechter aan de kinderen uitlegde waarom de regeling werd vastgesteld, ondanks hun wensen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank stelt een zorgregeling vast waarbij de minderjarigen wekelijks bij de vader verblijven en bepaalt dat de regeling na zes maanden wordt geëvalueerd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2807
Zaaknummer: C/09/664882
Datum beschikking: 7 mei 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 18 april 2024 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E. Robalo te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te ’s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 31 juli 2024 van deze rechtbank is het verzoek ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden zodat de ouders via een traject van ouderschapsbemiddeling aan hun onderlinge communicatie konden gaan werken.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
 de brief van 23 februari 2026 namens de vader, met bijlagen;
 de brief van 3 maart 2026 namens de moeder;
 het bericht van 9 april 2026 namens de vader, met bijlagen.
Op 9 april 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
 de vader in het bijzijn van zijn advocaat, F.L. Haji als tolk en meneer [naam 1] als zijnde begeleider van de vader;
 de moeder bijgestaan door haar advocaat;
 [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Bij de beschikking van 31 juli 2024 is met de ouders afgesproken dat de moeder via een doorverwijzing van de huisarts contact op zou nemen met ’t Zorghuisje om deel te kunnen nemen aan een ouderschapsbemiddelingstraject. Gebleken was immers dat voor het herstellen van het contact tussen de vader en de kinderen het van groot belang was dat de communicatie tussen de ouders zou worden verbeterd. Uit de berichten van beide ouders is gebleken dat de beoogde hulpverlening niet tot stand is gekomen.
De vader stelt dat de moeder zich niet heeft aangemeld bij de betreffende instantie die verantwoordelijk is voor het ouderschapstraject. Ter ondersteuning van deze stelling heeft de vader een mailwisseling tussen hem en Jeugdformaat overlegd waaruit blijkt dat er vanuit Jeugdformaat meermaals geprobeerd is contact op te nemen met de moeder, maar dat dit niet gelukt is. Als gevolg hiervan heeft Jeugdformaat aangegeven het dossier te sluiten. De vader geeft aan nog steeds graag contact te willen met beide kinderen. In de afgelopen periode heeft de vader contact gehad met [de minderjarige 1] per telefoon en hem ook gezien. Volgens de vader nam [de minderjarige 1] het initiatief om contact op te nemen en moest hij dit volgens de moeder stiekem doen. De vader heeft dan ook niet altijd laten weten aan de moeder dat hij [de minderjarige 1] gezien of gesproken had.
De moeder geeft aan dat zij wel heeft meegewerkt aan het opstarten van een ouderschapstraject. Uit de gesprekken met Humanitas die zijn gevoerd met de kinderen, is volgens de moeder gebleken dat de kinderen geen contact willen met de vader. Dit hebben de kinderen ook bij haar aangegeven. De moeder geeft aan dat het lastig is om mee te werken aan een traject als de wensen van de kinderen daar niet liggen, maar staat zij hier wel voor open als een ander hulptraject nodig is. Volgens de moeder zal de vader zijn best moeten doen om het contact met de kinderen te herstellen. De moeder stelt dat zij de kinderen nooit heeft verboden om contact te hebben met hun vader, maar geeft aan dat zij in een moeilijke positie verkeerd als de kinderen bij haar aangeven geen contact te willen. Volgens de moeder moest het contact tussen [de minderjarige 1] en de vader dan ook geheim blijven op verzoek van de vader, want zij heeft [de minderjarige 1] nooit verboden om contact te hebben met de vader.
Op de zitting is de Raad om haar visie gevraagd. Het is volgens de Raad niet nodig om een nieuw traject op te starten. Dat [de minderjarige 1] stiekem naar de vader is gegaan, heeft er volgens de Raad mogelijk mee te maken dat er een loyaliteitsconflict speelt bij [de minderjarige 1] waardoor hij niet durft aan te geven of en wanneer hij contact heeft met een van zijn ouders. Het is gebleken dat de beoogde hulpverlening niet tot stand is gekomen en het is belangrijk dat het contact tussen de vader en de kinderen nu snel wordt hersteld en daarom moeten er volgens de Raad nu afspraken komen om het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen.
Uit de stukken en op de zitting is de rechtbank gebleken dat de beoogde hulpverlening niet tot stand is gekomen. In de tussentijd heeft de vader geregeld contact gehad met [de minderjarige 1] en hem ook regelmatig gezien. [de minderjarige 1] heeft dit niet verteld tijdens het kindgesprek met de rechter en de beide ouders hebben hun eigen visie op de achterliggende reden hiervan. Wel zijn de ouders het erover eens dat er sprake is geweest van contact tussen [de minderjarige 1] en de vader. Nadat dit op de zitting duidelijk is geworden, bleek dat zowel de vader als de moeder afspraken wilden maken met betrekking tot de opbouw van het contact tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . De zitting is daarom geschorst om de ouders de gelegenheid te geven in onderling overleg een opbouwende zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] overeen te komen. De ouders zijn met behulp van de Raad en de advocaten de volgende zorgregeling overeengekomen. [de minderjarige 1] verblijft wekelijks van zondag 12:00 uur tot en met dinsdag 18:00 uur bij de vader. Voor [de minderjarige 2] is een andere regeling afgesproken, namelijk dat zij wekelijks van zondag 12:00 uur tot zondag 18:00 uur bij de vader zal verblijven. De vader is verantwoordelijk voor het halen en brengen van de kinderen. Verder hebben de ouders afgesproken dat zij na zes maanden met hun advocaten de afgesproken zorgregeling evalueren en kijken naar mogelijkheden tot een uitbreiding van de zorgregeling.
Kindbrief
De rechtbank heeft met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gesproken. [de minderjarige 1] heeft aangegeven geen contact met zijn vader te wensen, en dat hij hem al gedurende langere tijd niet had gezien. Dat laatste punt bleek op de zitting anders te liggen.
De rechtbank weet niet waarom [de minderjarige 1] tijdens het gesprek niet alles heeft willen vertellen. Voor alle duidelijkheid: de rechtbank verwijt dat [de minderjarige 1] niet. Het is helemaal aan hem wat hij wel en niet wil delen. In overleg met de ouders heeft de rechtbank besloten om [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een brief te sturen om uit te leggen wat de uitkomst van de rechtszaak is. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke boodschap [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben ontvangen.
“Beste [de minderjarige 1] ,
Ik ben de kinderrechter die met jou heeft gepraat over je vader. Je vertelde mij toen dat je hem niet meer wil zien. Je bent boos en teleurgesteld omdat hij is weggegaan.
Ik heb ook met je ouders gepraat. We hebben afgesproken dat we toch nog een keer gaan proberen of je weer naar je vader toe kunt. Ik weet dat dat niet is wat jij op dit moment wil. Maar omdat ik het belangrijk vind dat een kind zijn vader ziet, heb ik deze afspraak gemaakt met je ouders.
Met vriendelijke groet,
Erik Boot
Kinderrechter”
“Beste [de minderjarige 2] ,
Ik ben de kinderrechter die met jou heeft gepraat over je vader. Je vertelde mij toen dat je papa niet meer wil zien. Je hebt geen leuke herinneringen van de tijd dat hij nog bij jullie woonde.
Ik heb ook met je ouders gepraat. We hebben afgesproken dat je af en toe naar je vader toe gaat. Ik weet dat dat iets anders is dan wat jij wil. Maar ik vind het belangrijk dat je je vader goed leert kennen en hem af en toe ziet. Daarom heb ik deze afspraak gemaakt met je ouders.
Met vriendelijke groet,
Erik Boot
Kinderrechter”

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarige:
 [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ,
bij de vader zal zijn wekelijks van zondag 12:00 uur tot en met dinsdag 18:00 uur;
en de minderjarige:
 [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ,
bij de vader zal zijn wekelijks van zondag 12:00 uur tot zondag 18:00 uur;
waarbij de vader de kinderen zal halen en terugbrengen;
en verklaart deze regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2026.