Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15252

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
7 juni 2026
Zaaknummer
C/09/694553 / FA RK 25-8584
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot eenhoofdig gezag over drie minderjarige kinderen

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders zijn sinds 2022 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit over de kinderen. De vader kampt met een alcoholverslaving en onderhoudt geen contact met de kinderen sinds november 2022. De moeder draagt de feitelijke zorg en ervaart praktische problemen door het gezamenlijke gezag.

De rechtbank overweegt dat gezamenlijk gezag alleen wenselijk is als ouders in staat zijn tot gezamenlijke besluitvorming. Gezien het ontbreken van contact en het niet verschijnen van de vader op de zitting, acht de rechtbank een wijziging in het gezag noodzakelijk in het belang van de kinderen. De moeder krijgt het eenhoofdig gezag toegewezen, uitvoerbaar bij voorraad.

De rechtbank benadrukt dat het beëindigen van het gezag niet het contact tussen vader en kinderen hoeft te verhinderen. De moeder zal de vader blijven informeren over belangrijke zaken. Tevens wordt het belang van spoedige opstart van speltherapie voor een van de kinderen onderstreept. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder over de drie minderjarige kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8584
Zaaknummer: C/09/694553
Datum beschikking: 7 mei 2026

Gezag

Beschikking op het op 2 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. van der Vlis te Haarlem.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

Bij beschikking van 27 november 2025 is in deze procedure het verzoek tot verkrijging van het eenhoofdig gezag en het verzoek ten aanzien van de proceskosten aangehouden tot een nader te bepalen mondelinge behandeling. Gelijktijdig is in zaaknummer met kenmerk C/09/692507 bij voorlopige voorziening vervangende toestemming aan de moeder verleend – welke de toestemming die van de vader vervangt – om [de minderjarige 2] aan te melden bij Oog voor Thuis.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het bericht van 19 februari 2026 van Oog voor Thuis;
- het F9-formulier van 8 maart 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
- het bericht van 16 maart 2026 van de zijde van de moeder.
Op 23 april 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat en F. Roos en M. van der Bom namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben in een eerder gesprek met de kinderrechter, voorafgaand aan de zitting van 13 november 2025, hun mening over het verzoek kenbaar gemaakt.

Verzoek en verweer

Ter beoordeling ligt nog voor: het verzoek van de moeder tot verkrijging van het eenhoofdig gezag over de kinderen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van 26 september 2017 tot 8 april 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] ,
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 1] .
- De vader heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] erkend.
- De kinderen verblijven bij de moeder.
- Blijkens aantekeningen in het gezagsregister van 17 november 2015 en 18 april 2016 oefenen de ouders sindsdien over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] het gezamenlijk gezag uit. Partijen zijn van rechtswege met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 3] belast.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 13 september 2023 is – voor zover hier aan de orde – bepaald dat er geen regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal gelden tussen de vader en de minderjarigen en is toestemming verleend om [de minderjarige 1] aan te melden bij GovoorJeugd.
- Bij beschikking van 27 november 2025 is een voorlopige voorziening getroffen inhoudende dat aan de moeder vervangende toestemming is verleend om [de minderjarige 2] aan te melden bij Oog voor Thuis.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:253n tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:251a eerste en derde lid BW kan het gezamenlijk gezag worden beëindigd indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van een eerdere beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Gelet op de overeenkomstige toepassing van artikel 1:251a eerste en derde lid BW dient in dat geval beoordeeld te worden of a) er een onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of b) een wijziging van het gezag anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd, in die zin dat de vader niet in staat is om met de moeder het gezag gezamenlijk uit te oefenen en de kinderen klem en verloren raken tussen de ouders. De ouders zijn niet in staat om met elkaar te communiceren en het vertrouwen hiertoe is compleet weg bij de moeder. Sinds november 2022 heeft de moeder de gehele feitelijke zorg voor de kinderen en is er geen sprake van contact tussen de vader en de kinderen. De vader kampt met een alcoholverslaving. De Raad heeft in 2023 geadviseerd aan de vader om mee te werken met begeleid contact. Hieraan heeft hij nooit meegewerkt. De moeder stuit op praktische problemen omdat partijen gezamenlijk het gezag over kinderen uitoefenen en de moeder geen gezagsbeslissingen kan nemen. Zij verzoekt daarom het eenhoofdig gezag over de kinderen te verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat de ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over het kind blijven uitoefenen. Voor gezamenlijk gezag is echter wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over de minderjarigen in gezamenlijk overleg kunnen nemen.
Gelet op wat uit de stukken blijkt en op de zitting naar voren is gebracht is de rechtbank van oordeel dat een wijziging in het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De moeder heeft al lange tijd geen contact meer met de vader. De vader is ook niet op de zitting verschenen. Er kunnen momenteel geen gezagsbeslissingen genomen worden en hulpverlening voor de kinderen komt niet van de grond. De moeder en de kinderen kunnen vanwege het gebrek van toestemming van de vader eveneens niet naar het buitenland op vakantie. De rechtbank acht het van belang dat de moeder voortaan gezagsbeslissingen kan nemen over de kinderen, zonder dat zij telkens tevergeefs toestemming aan de vader hiervoor moet vragen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen.
De rechtbank wijst erop dat beëindiging van het gezag niet in de weg staat aan het kunnen hebben van contact tussen de vader en de kinderen. Het is te betreuren dat dit contact tussen de vader en de kinderen er momenteel niet is. De moeder heeft op de zitting aangegeven dat zij de vader zal blijven informeren over belangrijke zaken omtrent de kinderen, zoals zij dat nu ook doet. De Raad heeft op de zitting het belang hiervan aangestipt. Mocht er namelijk een moment komen dat de vader weer in het leven van de kinderen komt, dan heeft hij een ingang voor het opstarten van contact met hen en is hij op de hoogte van wat zich in het leven van de kinderen heeft afgespeeld. De rechtbank gaat ervanuit dat de moeder de vader zal blijven informeren over belangrijke zaken aangaande de kinderen.
Op de zitting is ook gesproken over de geadviseerde speltherapie voor [de minderjarige 2] . Het is belangrijk dat dit zo snel mogelijk wordt opgestart. Nu de moeder met het eenhoofdig gezag wordt belast en de rechtbank deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren, is voor het opstarten van de speltherapie niet ook nog een afzonderlijke vervangende toestemming van de rechtbank nodig.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1992 te [geboorteplaats 2] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] ,
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats 1] ,
verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. van der Vliet, kinderrechter, bijgestaan door
mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 mei 2026.