Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15302

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/09/690312 / FA RK 25-6266
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens blokkade vader en belang minderjarige

De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. Dit verzoek volgt op een eerdere afwijzing in 2022, waarbij het gezamenlijk gezag bleef bestaan omdat de jeugdbeschermer nog in gesprek was met de ouders. Inmiddels is het contact tussen vader en kind al sinds 2022 fysiek afwezig en is de ondertoezichtstelling beëindigd omdat herstel niet te verwachten was.

De vader is niet verschenen bij de zitting en blokkeert belangrijke gezagsbeslissingen, waaronder toestemming voor noodzakelijke diagnose en behandeling van het kind. De moeder kan niet met de vader overleggen, wat leidt tot conflicten en stagnatie in de hulpverlening. Het kind geeft aan bang te zijn voor de vader en wil geen contact.

De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden sinds de beschikking van 2022 zijn gewijzigd en dat het in het belang van het kind is om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De moeder wordt daarom belast met het eenhoofdig gezag, zodat zij zonder toestemming van de vader beslissingen kan nemen. Het subsidiaire verzoek van de moeder wordt niet meer behandeld. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en aan het kind is een brief gestuurd om de uitkomst op begrijpelijke wijze toe te lichten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en belast haar met het eenhoofdig gezag over het kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6266
Zaaknummer: C/09/690312
Datum beschikking: 8 mei 2026

Gezag

Beschikking op het op 18 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.M. Emeis te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de moeder van 9 april 2026, met bijlagen, waaronder het aanvullende verzoekschrift.
Op 24 april 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder strekt, na aanvulling, tot:
primair
- beëindiging van het gezamenlijk gezag, in die zin dat de moeder verzoekt haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten;

subsidiair

- het verlenen van vervangende toestemming aan de moeder voor diagnose en behandeling van [minderjarige] voor mogelijke adhd, dyslexie en/of traumabehandeling aan [zorginstantie 1] en/of [zorginstantie 2] en/of andere hulpverlenende instanties;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat de omstandigheden zijn gewijzigd.
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in de procedure verschenen.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2006 tot [datum 2] 2015.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] .
  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
  • Bij beschikking van 13 februari 2022 van deze rechtbank is het verzoek van de moeder om haar met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten afgewezen.

Beoordeling

Gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat na ontbinding van het huwelijk door echtscheiding in stand is gebleven worden beëindigd, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Zoals blijkt uit artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd, indien: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder heeft ter onderbouwing van haar verzoek het volgende naar voren gebracht. In 2023 is het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen, omdat [minderjarige] onder toezicht was gesteld en de jeugdbeschermer nog met de ouders in gesprek was om verbetering in het opvoedklimaat te realiseren. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit niet is gelukt. [minderjarige] heeft al sinds 2022 geen fysiek contact meer met de vader. De ondertoezichtstelling is in 2023 beëindigd, omdat niet te verwachten viel dat contactherstel nog behaald zou kunnen worden. De vader speelt sindsdien vrijwel geen enkele rol in het leven van [minderjarige] . Voor de moeder is het niet mogelijk om met de vader te overleggen. Dit mondt slechts uit in ruzie en conflict. Bovendien weigert de vader regelmatig om zijn toestemming te geven voor belangrijke gezagsbeslissingen over [minderjarige] . De huisarts heeft [minderjarige] doorverwezen naar [zorginstantie 1] voor diagnose en behandeling van zijn problematiek, maar de vader weigert hiervoor zijn toestemming te geven. Het is daarom noodzakelijk dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de omstandigheden zijn gewijzigd na de beschikking van deze rechtbank van 13 februari 2022. De ouders zijn al langere tijd niet in staat om te overleggen over [minderjarige] . De vader blokkeert het nemen van gezagsbeslissingen. Hierdoor kan de voor [minderjarige] noodzakelijke hulpverlening niet starten. [minderjarige] heeft hier last van. Daarnaast is er al enkele jaren geen fysiek contact geweest tussen de vader en [minderjarige] . [minderjarige] geeft aan dat hij bang is voor zijn vader en dat hij hem niet wil zien. De rechtbank verwacht niet dat er binnen afzienbare tijd verbetering in deze situatie zal komen en acht het in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de moeder wordt belast met het eenhoofdig gezag. De rechtbank zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen.
Aangezien het primaire verzoek van de moeder wordt toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan haar subsidiaire verzoek.
Brief aan [minderjarige]
De rechtbank heeft [minderjarige] een brief geschreven om de beslissing aan hem uit te leggen. De inhoud van die brief luidt als volgt:
‘(…) Beste [minderjarige] ,
We hebben elkaar een tijdje geleden gesproken op de rechtbank. Jij hebt mij toen verteld dat niet meer wil dat jouw vader nog het ouderlijk gezag over jou heeft. Voor jou is het heel belangrijk dat jouw moeder voortaan alleen alle beslissingen over jou kan nemen omdat jij dan de hulp kan krijgen die jij nodig hebt.
Na ons gesprek was de zitting. Jouw vader is daar niet verschenen. Jouw moeder was er wel, met haar advocaat. Na de zitting heb ik een beslissing genomen. Ik heb besloten dat voortaan alleen jouw moeder nog het ouderlijk gezag over jou heeft. Vanaf nu kan dus jouw moeder alle beslissingen over jou nemen, zonder jouw vader.
Ik hoop dat deze brief jou duidelijkheid geeft.
Ik wens je verder heel veel succes met school en alle andere dingen! (…)’

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats] , het gezag zal toekomen over de minderjarige:
- [minderjarige] geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ;
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 8 mei 2026.