Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15327

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/09/700273 / FA RK 26-1915
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:246 BWArt. 1:253q BWArt. 1:253r BWArt. 1:377a lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing gezag moeder en enkel begeleide omgangsregeling voor minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om het gezag van de moeder over hun minderjarige kind te schorsen en het omgangsrecht van de moeder te beperken. De ouders zijn gehuwd maar wonen niet samen en oefenen gezamenlijk gezag uit over het kind, dat bij de vader woont. De moeder kampt naar het oordeel van de rechtbank met een ernstige alcoholverslaving, waardoor zij momenteel niet in staat is het gezag uit te oefenen.

De rechtbank oordeelt dat het in het belang van het kind is het gezag van de moeder te schorsen voor de duur van een jaar, zodat de vader voorlopig het eenhoofdig gezag krijgt. De omgangsregeling wordt beperkt tot één uur per week onder professionele begeleiding, met uitzondering van de zomer- en kerstvakantie, waarin de omgang wordt opgeschort om de vader in staat te stellen met het kind op reis te gaan.

De moeder ontkent haar verslaving en voert verweer, maar de rechtbank acht de verslavingsproblematiek voldoende bewezen. De omgang via bellen zonder professionele begeleiding wordt niet toegewezen vanwege de ongeschiktheid en het negatieve effect op het kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot verdere voorzieningen wordt afgewezen.

Uitkomst: Het gezag van de moeder wordt geschorst voor een jaar en de omgang wordt beperkt tot één uur per week onder professionele begeleiding, met opschorting tijdens schoolvakanties.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1915 (bodemprocedure) en C/09/700273 (223 Rv)
Zaaknummer: C/09/700273 (bodemprocedure) en C/09/700276 (223 Rv)
Datum beschikking: 8 mei 2026

Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang

Beschikking op het op 25 februari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B. Ivanov-Petkova in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader.
Op 10 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat en zijn tolk I. Palzarska, de moeder en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn gehuwd op [dag] 2020.
  • De vader en de moeder wonen niet langer samen.
  • Zij zijn de ouders van het volgende nu nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
  • [minderjarige] woont bij de vader.
  • De ouders en [minderjarige] hebben de Letse nationaliteit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 3 februari 2025 is [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden gesteld met ingang van 3 februari 2025 tot 3 februari 2026;
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 29 augustus 2025 is bepaald dat [minderjarige] contact zal hebben met de moeder:
- één keer per week gedurende één uur, dag en uur nader overeen te komen tussen de ouders en de gecertificeerde instelling, onder begeleiding van een door de gecertificeerde instelling aan te wijzen organisatie en op een neutrale locatie;
- iedere avond middels (video)bellen;
en is bepaald dat de gecertificeerde instelling regie voert over (uitbreiding van) de zorgregeling.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 26 januari 2026 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 3 november 2026;

Verzoek en verweer

De man verzoekt de rechtbank:
- In het kader van de voorlopige voorzieningen procedure te bepalen dat:
o primair voorlopig het gezag van moeder wordt geschorst, subsidiair vader voorlopig wordt belast met het eenhoofdig gezag over het kind en meer subsidiair aan vader vervangende toestemming wordt verleend om alle beslissingen aangaande het kind te nemen, althans alle medische beslissingen c.q. behandelingen, (deelname aan) alle schoolactiviteiten, (deelname aan) alle buitenschoolse activiteiten en vader vervangende toestemming te geven om binnen Europa met het kind te reizen, al dan niet voor de duur van dit geding;
o moeder voorlopig het recht om omgang met de ontzeggen c.q. het omgangsrecht te schorsen primair voor de duur van een jaar, subsidiair voor een door uw rechtbank te bepalen periode, met uitsluitende uitzondering de door de jeugdrechter bij beschikking van 29 augustus 2025 vastgestelde begeleide omgangsregeling van één uur per week onder professionele begeleiding van een gecertificeerde instelling;
o de hiervoor genoemde omgangsregeling zal worden opgeschort gedurende alle schoolvakanties;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
- In het kader van de bodemprocedure te bepalen dat:
o vader met het eenhoofdig gezag belast zal worden over het minderjarig kind der partijen;
o moeder het recht op omgang wordt ontzegd gedurende een jaar, dan wel een door uw rechtbank te bepalen periode, met uitsluitende uitzondering de door de jeugdrechter bij beschikking van 29 augustus 2025 vastgestelde begeleide omgangsregeling van één uur per week onder professionele begeleiding van een gecertificeerde instelling;
o de hiervoor genoemde omgangsregeling zal worden opgeschort gedurende alle schoolvakanties;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft op zitting mondeling verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Op de zitting heeft de vader zijn verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv Pro ingetrokken. De rechtbank zal daarom op dit verzoek niet beslissen.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien [minderjarige] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.
Gezag
Uit de stukken en dat wat op zitting is besproken is het volgende gebleken. De relatie tussen de ouders is eind 2025 beëindigd. Er is sprake van een moeizame verhouding en een belaste voorgeschiedenis met onder andere huiselijk geweld en verslavingsproblematiek.
De vader stelt dat de moeder kampt met een ernstige alcoholverslaving. De moeder onderkent haar alcoholprobleem echter niet en accepteert hier ook geen behandeling voor. De vader stelt dat het de ouders niet lukt om gezamenlijk gezag beslissingen te nemen doordat de moeder grotendeels van de tijd onder invloed is. Ze is niet betrokken bij het kind en zijn ontwikkeling. De vader regelt alles zelf. [minderjarige] raakt klem en verloren tussen de ouders. Een voorbeeld is dat de moeder toestemming weigert te geven voor het vernieuwen van het paspoort van [minderjarige] . De vader wenst dat het kind rust krijgt en hoopt dat deze ingrijpende beslissing van de rechtbank de moeder eindelijk zal doen beseffen, dat zij zich dient te laten behandelen voor haar alcoholverslaving, alvorens zij opnieuw beslissingen omtrent het kind zou kunnen nemen.
De moeder heeft op zitting verweer gevoerd. Zij stelt dat bij haar geen sprake is van alcoholverslaving. Ze wil [minderjarige] graag meer zien.
De rechtbank is van oordeel dat het in stand houden van de huidige situatie niet in het belang is van [minderjarige] . Echter, partijen zijn nog steeds gehuwd.
De rechtbank is mede in dit licht, en ambtshalve de rechtsgronden aanvullend, van oordeel dat in dit geval het gezag geschorst kan worden op grond van artikel 1:253r van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) in samenhang met artikel 1:253q BW. Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit artikel 1:253q BW blijkt dat, wanneer één van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, op één van de in artikel 1:246 BW Pro genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de andere ouder alleen het gezag over de kinderen uitoefent. Op grond van artikel 1:253r BW is het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing, indien één van de ouders, al dan niet tijdelijk, in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen. Gedurende de tijd waarin één van voornoemde omstandigheden zich voordoet, is het gezag van die ouder geschorst, en wordt het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend.
Het is de rechtbank voldoende gebleken dat de moeder door haar alcoholverslaving, hetgeen als een stoornis in de geestelijke vermogens kan worden aangemerkt, op dit moment in de onmogelijkheid verkeert om het gezag uit te oefenen. De schorsing van het gezag van de moeder betekent dat de vader de komende periode alleen het gezag over [minderjarige] uitoefent. Gedurende deze periode kan de vader zelfstandig beslissingen over [minderjarige] nemen.
De rechtbank zal gelet op de omstandigheden van dit geval, te weten dat de onbevoegdheid door alcoholverslaving in beginsel te herstellen is, aan de schorsing een termijn van een jaar verbinden. Hierbij merkt de rechtbank op dat ook de vader zijn verslaving kennelijk onder controle heeft kunnen krijgen.
Ontzegging/opschorting omgang
De vader stelt het (gedeeltelijk) ontzeggen/opschorten van de omgang noodzakelijk is om de moeder te kunnen weren als zij in beschonken toestand [minderjarige] wil zien. Het contact tussen moeder en het kind is ernstig verstoord en er bestaat gevaar voor de veiligheid van het kind. Er is geen omgang mogelijk zonder begeleiding. De belmomenten zijn op dit moment helemaal niet haalbaar: de moeder is beschonken en schreeuwt tijdens deze momenten tegen de vader. De ouders hebben een contactverbod. Ook bespreekt de moeder volwassenzaken met [minderjarige] tijdens deze momenten. Tijdens de belmomenten is er geen professionele begeleiding. De vader moet deze momenten begeleiden. Dit zorgt voor problemen.
De vader wil daarbij de begeleide omgang tussen [minderjarige] en de moeder opschorten gedurende alle schoolvakanties, zodat hij op bezoek kan bij familie in Spanje en Letland.
De moeder heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd. Ze heeft de begeleide omgang laten gaan omdat zij moeilijk contact kan krijgen met de gecertificeerde instelling. Zij stelt dat ze tijdens de belmomenten altijd heeft gevraagd hoe het met [minderjarige] is, hoe het op school en thuis gaat en dat ze hem zegt dat ze hem mist. Het is lastig om met hem te praten omdat hij nog jong is.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank kan op grond van 1:377a lid 1 BW de omgang beperken of ontzeggen als omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang of omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. De rechtbank is van oordeel dat als gevolg van de alcoholverslaving van de moeder al de genoemde gronden in dit artikel aan de orde zijn.
De rechtbank acht gelet op de verslaving de begeleide omgang nog steeds aan de orde en zal deze toewijzen. Dat is dus een vaststelling van een zeer beperkte omgangsregeling en niet een ontzegging, maar praktisch gezien komt het bijna op het zelfde neer. De rechtbank acht de belmomenten zonder professionele begeleiding niet in het belang van [minderjarige] . De ouders komen hier samen niet uit. De rechtbank zal dit contactmoment derhalve niet opnemen in de gewijzigde omgangsregeling. De rechtbank zal ten aanzien van de vakanties, mede gelet op het verhandelde ter zitting, bepalen dat de begeleide omgang geen doorgang zal vinden tijdens de zomer- en kerstvakantie, zodat de vader in die vakanties een buitenlandse reis kan plannen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 29 augustus 2025 van de kinderrechter in deze rechtbank –:
*
schorst het gezag van de moeder ten aanzien van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] , tot 8 mei 2027, zodat de vader voorlopig alleen het gezag over [minderjarige] uitoefent;
*
bepaalt dat [minderjarige] contact met de moeder zal hebben:
- één keer per week gedurende één uur, dag en uur nader overeen te komen tussen de ouders en de gecertificeerde instelling, onder begeleiding van een door de gecertificeerde instelling aan te wijzen organisatie en op een neutrale locatie;
- met uitzondering van de zomer- en kerstvakantie;
*
verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 mei 2026.