ECLI:NL:RBDHA:2026:15328

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704008 / JE RK 26-700
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening ondertoezichtstelling wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging minderjarige

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2011, vanwege ernstige zorgen over haar mentale en fysieke welzijn. De minderjarige kampt met somberheidsklachten, structurele automutilatie, suïcidale gedachten en spanningsklachten. Daarnaast is er sprake van een belast verleden met huiselijk geweld en een moeizame relatie met de moeder, die zelf kampt met onverwerkte traumatische ervaringen.

De moeder stemde in met het verzoek en volgt sinds kort psychologische hulp, evenals de minderjarige. De gecertificeerde instelling onderschreef het verzoek en benadrukte de noodzaak van een jeugdbeschermer die de moeder kan ondersteunen en de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige kan waarborgen.

De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan. De minderjarige wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd en de thuissituatie biedt onvoldoende veiligheid en emotionele steun. De kinderrechter achtte het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer wordt betrokken om de situatie te verbeteren en de relatie tussen moeder en kind te herstellen.

De beschikking werd voor de duur van een jaar verleend en direct uitvoerbaar verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van één jaar en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/704008 / JE RK 26-700
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] , namens de Raad;
  • [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
  • de moeder bijgestaan door een tolk.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
3.
Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De Raad maakt zich ernstig zorgen om [de minderjarige] . [de minderjarige] kampt met somberheidsklachten, ervaart regelmatig intense emoties en beschikt over onvoldoende regulerende vaardigheden om hiermee om te gaan. Dit uit zich onder andere in structurele automutilatie en terugkerende suïcidale gedachten. Er is daarnaast sprake van een belast verleden met huiselijk geweld en er zijn zorgen over de invloed en het functioneren van de halfbroers van [de minderjarige] . Ook zijn er signalen van onderliggende traumaproblematiek en ervaart [de minderjarige] lichamelijke spanningsklachten zoals misselijkheid. De relatie tussen [de minderjarige] en de moeder verloopt tevens moeizaam. [de minderjarige] voelt zich niet gehoord en begrepen, waardoor ze haar gevoelens niet met de moeder deelt. Het lukt de moeder op haar beurt onvoldoende om aan te sluiten bij de behoeften van [de minderjarige] . Ook heeft de moeder in het verleden hulpverlening tegengehouden. De moeder heeft onverwerkte traumatische ervaringen die invloed hebben op haar emotionele beschikbaarheid en opvoedvaardigheden. De moeder heeft hiervoor sinds kort hulpverlening. Ter zitting is door de Raad aangevuld dat zij recent een verandering bij de moeder hebben waargenomen, in die zin dat de moeder nu inziet dat zij steken heeft laten vallen, zich daarvan bewust is en hier een schuldgevoel over heeft. De Raad acht de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk zodat er zicht komt op de thuissituatie van [de minderjarige] en ook haar veiligheid kan worden gewaarborgd. Ook is het belangrijk dat er een jeugdbeschermer komt die naast de moeder staat en haar ondersteunt, zodat de zorgen over de ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] kunnen worden weggenomen.

4.De standpunten

4.1.
Door de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder geeft aan dat zij sinds kort iedere week naar een psycholoog gaat voor haar problematiek. Ook [de minderjarige] gaat naar een psycholoog en de moeder merkt dat het sindsdien beter met haar gaat. De moeder wil er alles aan doen om de ontwikkeling van [de minderjarige] te bevorderen en heeft een enorm schuldgevoel over de afgelopen periode.
4.2.
De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en het verzoek van de Raad. Ter zitting is door de gecertificeerde instelling aangegeven dat een jeugdbeschermer de moeder kan helpen om in haar kracht te komen staan en om de (thuis)situatie voor [de minderjarige] en de moeder te verbeteren.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [de minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [de minderjarige] heeft een belast verleden waarin zij onder meer slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. Er zijn zorgen over de thuissituatie van [de minderjarige] en haar veiligheid vanwege de invloed en het functioneren van haar halfbroer. Daarnaast zijn er zorgen over het (mentale) welzijn van [de minderjarige] . Ze heeft somberheidsklachten, automutileert structureel en heeft suïcidale gedachten. [de minderjarige] krijgt hulp van een psycholoog en weet in acute situaties zelf hulp in te schakelen, maar het risico op zelfbeschadiging blijft groot. [de minderjarige] eet slecht en ervaart spanningsklachten zoals misselijkheid. Op school wordt gezien dat [de minderjarige] meer verzuimt en moeite heeft met het aanbrengen en vasthouden van structuur. Ook zijn er signalen van onderliggende traumaproblematiek. Dit lijkt voort te komen uit ingrijpende en onveilige ervaringen in combinatie met een langdurig gebrek aan emotionele veiligheid en steun uit directe omgeving. De relatie tussen [de minderjarige] en de moeder is ernstig verstoord, waardoor [de minderjarige] zich voor de moeder afsluit. De moeder is onvoldoende in staat om aan te sluiten bij wat [de minderjarige] nodig heeft. Dit komt onder meer door de persoonlijke problematiek van de moeder. De kinderrechter vindt het positief dat de moeder sinds korte tijd hulpverlening voor zichzelf heeft en, zoals zij ook ter zitting heeft laten zien, kan reflecteren op haar gedrag. Het is van belang dat er een jeugdbeschermer betrokken wordt om de benodigde hulpverlening in te zetten. Er dient onder andere zicht te komen op de (veiligheid van de) thuissituatie en het welzijn van [de minderjarige] . Ook is het van belang dat de relatie tussen [de minderjarige] en de moeder wordt hersteld. De moeder heeft ook behoefte aan een jeugdbeschermer die naast haar komt te staan om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] te kunnen wegnemen. Gelet op het voornoemde zal de de kinderrechter het verzoek om [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar toewijzen.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [de minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 8 mei 2026 tot 8 mei 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.