ECLI:NL:RBDHA:2026:15337

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
C/09/703182 / JE RK 26-610
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking verzoek ondertoezichtstelling minderjarige na inzet vrijwillige hulpverlening

De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 13 april 2026 een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2013. De ouders, die het ouderlijk gezag hebben, wonen in verschillende woonplaatsen en zijn vertegenwoordigd door dezelfde advocaat. De zaak is op 8 mei 2026 behandeld door de kinderrechter in een zitting met gesloten deuren, waarbij ook het verzoek voor de broer van de minderjarige werd gecombineerd behandeld.

Tijdens de zitting heeft de Raad het verzoek tot ondertoezichtstelling ingetrokken, omdat het gedwongen kader niet langer passend wordt geacht. Het Jeugd- en Gezinsteam is betrokken en heeft het gezin doorverwezen naar een hulpverlener voor een individueel traject en systeemtherapie. De Raad vertrouwt erop dat het gezin zelfstandig de benodigde hulpverlening zal voortzetten en dat er direct actie wordt ondernomen indien aanvullende hulp nodig is.

De ouders hebben aangegeven dat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is en dat zij bereid zijn vrijwillige hulpverlening te accepteren. Zij benadrukken de impact van traumatische ervaringen op de minderjarige en vinden een ondertoezichtstelling niet proportioneel of subsidiariteit. De kinderrechter constateert dat er geen verzoek meer ligt en verklaart dat er niets meer te beslissen valt, waarna de beschikking mondeling is uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige is ingetrokken en er is niets meer te beslissen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/703182 / JE RK 26-610
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter
Niets meer te beslissen ten aanzien van het verzoek over een ondertoezichtstelling
in de zaak naar aanleiding van het op 13 april 2026 ingekomen verzoekschrift van:
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. M-J.E. Gilsing uit Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
advocaat: mr. M-J.E. Gilsing uit Den Haag
De kinderrechter merkt als informant aan:
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 april 2026;
  • het wijzigingsverzoek van de Raad, ontvangen op 23 april 2026;
  • de stukken van de advocaat van de ouders, ontvangen op 7 en 8 mei 2026.
De advocaat van de ouders heeft ter zitting een pleitnota overgelegd, die aan het dossier is toegevoegd.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. De zaak is, met instemming van partijen, gecombineerd behandeld met het verzoek voor [broer] , de broer van [minderjarige] , met zaaknummer C/09/703186 / JE RK 26-611. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] , namens de Raad;
  • [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling;
- de ouders met hun advocaat.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
Bij het verzoekschrift van 13 april 2026 heeft de Raad verzocht om [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter zitting heeft de Raad te kennen gegeven het verzoek tot het verlenen van een ondertoezichtstelling niet langer te handhaven. Daartoe is aangedragen - samengevat en zakelijk weergegeven - dat het gedwongen kader niet langer passend is. Het Jeugd- en Gezinsteam is betrokken en heeft het gezin naar [hulpverlener] doorverwezen. Daar zal een individueel traject voor [minderjarige] worden gestart alsook systeemtherapie voor het gezin. De Raad vindt het belangrijk dat het gezin aan de slag gaat met het hulpverleningstraject bij [hulpverlener] en heeft er vertrouwen in dat, mocht er aanvullende hulpverlening voor [minderjarige] nodig zijn, dat zij dit in het vrijwillig kader zullen inzetten. De Raad benoemt dat het belangrijk is om te blijven kijken wat [minderjarige] nodig is en om direct actie te ondernemen op het moment dat er hulpverlening voor haar nodig is. De Raad heeft er vertrouwen in dat de ouders dit zelfstandig zullen doen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de ouders is naar voren gebracht dat geen sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging en de ouders bereid zijn hulpverlening te accepteren en daaraan mee te werken in het vrijwillig kader. Het Jeugd- en Gezinsteam is sinds november 2025 betrokken en hebben het gezin doorverwezen naar [hulpverlener] . Dit hulpverleningstraject start binnenkort. Deze hulpverlening wordt ook afgestemd op het traject van broer [broer] bij de Waag. De ouders vinden het belangrijk te onderzoeken wat de impact van de door [minderjarige] meegemaakte traumatische ervaring(en) op haar is, zodat kan worden voorkomen dat zij naar buiten toe goed lijkt te functioneren terwijl ze eigenlijk van binnen vastloopt. De ouders zijn overvraagd geraakt door de intensieve zorg voor [broer] , juist daarom is hulpverlening via een ondertoezichtstelling voor [broer] wel wenselijk. Het gegeven dat de ouders belast zijn, rechtvaardigt niet automatisch een ondertoezichtstelling voor [minderjarige] wanneer de hulpverlening voor haar wordt geaccepteerd en zij in staat zijn daarmee aan de slag te gaan. Daarnaast is het niet duidelijk wat een jeugdbeschermer voor [minderjarige] concreet nog meer kan doen dan wat er nu al wordt gedaan door de ouders. Een gedwongen kader is op dit moment niet het minst ingrijpende en ook niet het meest effectieve middel en voldoet niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

5.De beoordeling

5.1.
Ter zitting is het verzoek tot het verlenen van een ondertoezichtstelling voor [minderjarige] door de Raad ingetrokken. De kinderrechter constateert dat zij, nu er geen verzoek meer ligt, in de onderhavige zaak geen beslissing meer hoeft te nemen.
5.2.
Daarom zal het dictum als volgt luiden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Kroon als griffier.