ECLI:NL:RBDHA:2026:15380
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor urgentieverklaring wegens levensontwrichtende woonsituatie
Verzoeker, die lijdt aan traumaklachten, PTSS, een autismespectrumstoornis en OCD, heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege zijn dakloze situatie die behandeling belemmert. Verweerder wees de aanvraag af op basis van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 en de hardheidsclausule.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft vanwege zijn psychische en sociale situatie en dat de hardheidsclausule kan worden toegepast bij bijzondere omstandigheden. Een medisch onderzoek bevestigde de levensontwrichtende woonsituatie en het ontbreken van een stabiele woonbasis die nodig is voor behandeling.
Verweerder stelde dat verzoeker zelfstandig kan wonen met begeleiding, maar verzoeker toonde aan dat hij ondanks pogingen geen woonruimte kan vinden en dat de wachtlijsten voor begeleid wonen lang zijn. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat verzoeker zijn huisvestingsprobleem binnen afzienbare tijd zelfstandig kan oplossen.
Daarom wordt bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoeker wordt behandeld alsof een urgentieverklaring is verleend, totdat de bodemprocedure is afgerond. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker wordt behandeld alsof een urgentieverklaring is verleend gedurende de bodemprocedure.