ECLI:NL:RBDHA:2026:15391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning Syriër
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op 4 juni 2024. De minister moest in beginsel binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië van 14 december 2024 tot 13 juni 2025 werd de beslistermijn verlengd met één jaar, tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 16 oktober 2025 schriftelijk in gebreke, terwijl de verlengde beslistermijn pas op 4 december 2025 zou aflopen. Hierdoor was de ingebrekestelling te vroeg ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Er werd geen zitting gehouden en de uitspraak werd in het openbaar bekendgemaakt op 21 april 2026 door rechter R.J.A. Schaaf.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.