ECLI:NL:RBDHA:2026:15403
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek wegens medische redenen
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op medische gronden op basis van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft dit verzoek op 18 augustus 2022 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde het besluit bij het bestreden besluit van 19 november 2024.
Tegen deze afwijzing is beroep ingesteld bij de rechtbank, geregistreerd onder zaaknummer NL24.48385. Verzoeker vroeg vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het uitstel van vertrek tijdelijk zou worden toegestaan.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 3 maart 2026. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig. De echtgenote van verzoeker was ook aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.