ECLI:NL:RBDHA:2026:15433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep verblijfsvergunning
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank in Roermond had bepaald dat de minister binnen zestien weken moest beslissen. De minister heeft dit niet tijdig gedaan, maar heeft op 10 februari 2026 alsnog een besluit genomen. Hierop heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog een besluit te nemen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van de indiener.
De rechtbank kent een vast bedrag toe van € 467,-, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener. Er zijn geen overige kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 30 april 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoeker.