ECLI:NL:RBDHA:2026:15451
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor overkapping en terrasschotten
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Delft heeft opgelegd vanwege overtreding van de Omgevingswet met betrekking tot een overkapping en terrasschotten bij een horecagelegenheid.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Dit is alleen het geval bij onomkeerbare gevolgen die niet kunnen worden afgewacht tot de bezwaarprocedure is afgerond.
De rechter stelt vast dat een louter financieel belang geen spoedeisend belang vormt en dat verzoekster niet heeft aangetoond dat de dwangsom tot een acute financiële noodsituatie leidt. Ook andere aangevoerde belangen zoals reputatieschade en verminderde horeca-exploitatie zijn niet onomkeerbaar.
Verder is het bestreden besluit niet evident onrechtmatig, omdat dit nader onderzoek vergt in de bezwaarprocedure. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.