ECLI:NL:RBDHA:2026:15521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag wegens schending verdedigingsrechten
Eiser diende op 16 januari 2024 een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder verklaarde deze op 21 augustus 2025 niet-ontvankelijk omdat geen nieuwe relevante feiten waren aangevoerd. Eiser overlegde nieuwe documenten uit Turkije, waaronder een brief van een advocaat en een beslissing van een rechter-commissaris, die een lopend opsporingsonderzoek tegen hem aantoonden.
Verweerder liet deze documenten onderzoeken door Bureau Documenten (BD), dat twijfels uitte over de authenticiteit en bevoegdheid van de stukken. Verweerder weigerde echter eiser en zijn gemachtigde volledige inzage in de onderzoeksstukken te geven, met een beroep op bescherming van onderzoeksmethoden en artikel 23 van Pro de Procedurerichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat het recht op verdediging een fundamenteel karakter heeft en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de uitzonderingsgrond van toepassing is. De procedure volgens artikel 8:29 Awb Pro biedt geen toereikende waarborg voor het recht op verdediging in de besluitvormingsfase. Hierdoor is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en wordt het vernietigd. Verweerder krijgt twaalf weken om een nieuw besluit te nemen, en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de opvolgende asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende waarborging van het recht op verdediging.