ECLI:NL:RBDHA:2026:15573

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
10 juni 2026
Zaaknummer
NL26.21004 en NL26.20963
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen minister van Asiel en Migratie

Verzoeksters hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Denemarken volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling. Zij vroegen tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, omdat de rechtbank op dezelfde dag al uitspraak heeft gedaan op de hoofdberoepen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdberoepen zijn behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.21004 en NL26.20963

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster 1] , v-nummer: [V-nummer 1] , verzoekster 1,

[verzoekster 2], v-nummer: [V-nummer 2] , verzoekster 2,
Mede ten behoeve van de minderjarige kinderen van verzoekster 2,
[minderjarige 1], v-nummer: [V-nummer 3] ,
[minderjarige 2], v-nummer: [V-nummer 4] ,
Hierna: verzoeksters,
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 7 april 2026 heeft verweerder de asielaanvragen van verzoeksters niet in behandeling genomen, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandelingen daarvan.
Verzoeksters hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL26.21003 en NL26.20962, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 8 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.