ECLI:NL:RBDHA:2026:15591
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteit met bezwaar of beroep
Verzoekster heeft bij besluit van 18 februari 2025 een afwijzing ontvangen op de ambtshalve beoordeling voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen maakte zij bezwaar en verzocht zij om een voorlopige voorziening om haar bezwaar in Nederland af te wachten.
De minister heeft op 21 april 2026 op het bezwaarschrift beslist. De rechtbank vroeg verzoekster of zij beroep instelde tegen dit besluit, maar de gemachtigde gaf aan geen beroep te zullen instellen. Hierdoor ontbreekt de vereiste samenhang (connexiteit) tussen het verzoek om voorlopige voorziening en een lopende bezwaar- of beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van samenhang met bezwaar- of beroepsprocedure.