Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15616

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
C/09/685041 / FA RK 25-3511
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag en vaststelling zorgregeling voor minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen toe te wijzen en een omgangsregeling vast te stellen. De moeder was tegen gezamenlijk gezag vanwege een verstoorde verstandhouding en stelde voor een ouderschapsbemiddelingstraject te volgen. De kinderen verblijven momenteel bij de moeder en hebben traumabegeleiding vanwege spanningen tussen de ouders.

De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt van de wet is dat ouders gezamenlijk gezag uitoefenen, mits zij in staat zijn tot overleg en gezamenlijke besluitvorming. Ondanks eerdere spanningen en de noodzaak van traumabegeleiding, is gebleken dat de ouders inmiddels voldoende communiceren over belangrijke zaken zoals school en medische zorg. De rechtbank achtte het risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders niet aannemelijk.

De rechtbank wees het verzoek van de vader toe en belastte beide ouders gezamenlijk met het gezag. Tevens werd een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen om de week van vrijdagavond tot zondagavond bij de vader verblijven, met een verdeling van vakanties en feestdagen in onderling overleg. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en stelt een zorgregeling vast waarbij de kinderen om de week bij de vader verblijven.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-3511
Zaaknummer: C/09/685041
Datum beschikking: 11 mei 2026

Gezag en omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 8 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven te Naaldwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Schiettekatte te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 3 april 2026 van de advocaat van de vader, met bijlagen;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek.
Op 13 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] .
- De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de moeder.
- De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen belast.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht:
- de contact/omgangsregeling vast te stellen, waarbij de kinderen bij de vader zijn:
om het weekend vanaf vrijdagavond tot zondagavond, waarbij de moeder de kinderen naar station [plaats 1] brengt en de vader de kinderen terugbrengt naar station [plaats 2] ;
- te bepalen dat de vader het gezag over de kinderen toekomt;
een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bovendien heeft de moeder zelfstandig verzocht:
primair:
- te bepalen dat een omgangsregeling wordt vastgesteld waarbij:
- de kinderen eens per veertien dagen van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 19.00 uur bij de vader thuisbrengt en de vader de kinderen op zondag om 19.00 uur bij de moeder thuisbrengt;
- de vakantie- en feestdagen tussen partijen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld;
subsidiair:
- partijen door te verwijzen naar een ouderschapsbemiddelingstraject zoals Ouderschap Blijft;
- het verzoek van de vader ten aanzien van het ouderlijk gezag aan te houden in afwachting van het ouderschapsbemiddelingstraject;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Beoordeling

Gezag
Juridisch kader
Op grond van artikel 1:253c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde ouder, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders gezamenlijk met het ouderlijk gezag te belasten. Het verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten wordt slechts afgewezen indien: a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Standpunt vader
De vader heeft verzocht om mede met het gezag over de kinderen te worden belast. Hij heeft aangevoerd dat de communicatie tussen de ouders niet optimaal is, maar dat zij wel samen beslissingen over de kinderen kunnen nemen. Ook is de vader mede verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van de kinderen. Gezamenlijk gezag is daarom in het belang van de kinderen.
Standpunt moeder
De moeder heeft zich verzet tegen gezamenlijk gezag, omdat dit niet in het belang van de kinderen is. Hiertoe heeft de moeder gesteld dat de verstandhouding tussen de ouders is verstoord en zij niet in staat zijn om constructief met elkaar te overleggen en afspraken te maken over de kinderen. De moeder acht het dan ook noodzakelijk dat de ouders worden doorverwezen naar een ouderschapsbemiddelingstraject zoals Ouderschap Blijft. Daarbij heeft de moeder aangevoerd dat de vader niet in staat moet worden geacht om de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van de kinderen te kunnen dragen. De kinderen worden namelijk door de vader ingezet voor de communicatie tussen de ouders. Ook belast de vader de kinderen met volwassen zaken. De moeder heeft zich op het standpunt gesteld dat de kinderen al klem en verloren zitten tussen de ouders en dat zij bij gezamenlijk gezag nog verder klem en verloren tussen de ouders zullen raken.
Overwegingen rechtbank
De rechtbank zal het verzoek van de vader toewijzen en overweegt daartoe als volgt. Het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders gezamenlijk het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij belangrijke beslissingen over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans dat zij in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen. Naar het oordeel van de rechtbank is uit de stukken en uit wat ter zitting naar voren is gebracht, gebleken dat de ouders voldoende in staat zijn om met elkaar te overleggen over belangrijke zaken aangaande de kinderen. De rechtbank heeft daarbij de volgende omstandigheden betrokken. Gebleken is wel dat de kinderen en de moeder momenteel traumabegeleiding hebben. Uit het door de moeder overgelegde plan van aanpak van het Sociaal Kernteam [regio] van 14 maart 2024 blijkt dat de problematiek bij de kinderen voornamelijk is veroorzaakt door de spanningsvolle situatie tussen de ouders tijdens het samenwonen ná hun uiteengaan. Gebleken is dat het de ouders toen niet lukte om te communiceren over de kinderen en dat de spanningen regelmatig hoog zijn opgelopen. De kinderen waren daar getuige van, waarbij ook de politie aan te pas is moeten komen om de situatie te de-escaleren. Het Sociaal Kernteam heeft toen aangegeven dat de kinderen emotioneel zijn belast door de ruzies en spanningen tussen de ouders. Echter, inmiddels is gebleken dat de ouders stappen vooruit hebben gezet. Beide ouders hebben nu een eigen woning. Ook is de verstandhouding tussen de ouders minder gespannen dan voorheen. De rechtbank constateert dat de ouders intussen wel met elkaar communiceren over belangrijke zaken ten aanzien van de kinderen, zoals de schoolkeuze van de kinderen en de oogarts van [minderjarige 1] . Verder is het hun gelukt om hulpverlening voor de kinderen te realiseren om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken. De rechtbank ziet dus dat de ouders momenteel beslissingen over de kinderen met elkaar afstemmen en de rechtbank is daarom van oordeel dat de communicatie tussen de ouders nu al het minimaal vereiste niveau heeft om het gezamenlijk gezag te kunnen uitoefenen.
De rechtbank volgt verder niet het verweer van de moeder, dat erop neerkomt dat de kinderen klem zitten en nog verder klem zullen komen te zitten, ten gevolge van een gezamenlijke beslisbevoegdheid van ouders. Het komt de rechtbank voor dat de problematiek van de kinderen, zoals deze hiervoor is beschreven, voortkomt uit een spanningsvolle situatie waarbij de ouders net uit elkaar waren en nog samen in een huis woonden, welke situatie zich nu niet meer voordoet. De rechtbank ziet dus niet dat de spanning die de kinderen (hebben) ervaren, voortkomt uit het door ouders nog te voeren overleg over de kinderen en de rechtbank acht dus ook niet aannemelijk dat de problematiek bij de kinderen verder zal verergeren bij gezamenlijk gezag. Bovendien heeft de rechtbank geen aanwijzingen dat de vader gezagsbeslissingen zal dwarsbomen, nu hiervan in het verleden ook niet is gebleken. Op de zitting hebben beide ouders de toezegging gedaan dat zij zich zullen inzetten voor het verbeteren van hun onderlinge communicatie. Zoals op de zitting is besproken, wonen beide ouders niet in het arrondissement Den Haag, waardoor een verwijzing vanuit de rechtbank in het kader van het Uniform Hulpaanbod niet mogelijk is. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat de ouders zich zelf tot hun huisarts, het Centrum Jeugd en Gezin en/of een andere instantie zullen wenden voor hulpverlening. In dit kader merkt de rechtbank op dat de moeder op de zitting heeft aangegeven dat zij een contactpersoon heeft bij het Centrum Jeugd en Gezin. De rechtbank zal gelet op het voorgaande een eindbeslissing nemen, anders dan de moeder voorstaat, en heeft er vertrouwen in dat de ouders in het hulpverleningstraject indien nodig nadere afspraken met elkaar zullen maken. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders of dat afwijzing van het verzoek van de vader anderszins in het belang van de kinderen is. Daarom zal de rechtbank de vader samen met de moeder belasten met het gezag over de kinderen.
Omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Nu de ouders met het gezamenlijk gezag over de kinderen worden belast, zal de rechtbank in het vervolg spreken van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) in plaats van een omgangsregeling.
Op de zitting hebben de ouders algehele overeenstemming over de zorgregeling bereikt. Zij zijn overeengekomen dat de kinderen om de week van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 19.00 uur bij de vader thuisbrengt en de vader de kinderen op zondag om 19.00 uur bij de moeder thuisbrengt. Ook hebben de ouders afgesproken dat de kinderen de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader verblijven, in onderling overleg tussen de ouders te verdelen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet.

BeslissingDe rechtbank:

bepaalt dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de vader zullen zijn:
- om de week van vrijdag 19.00 uur tot zondag 19.00 uur, waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 19.00 uur bij de vader thuisbrengt en de vader de kinderen op zondag om 19.00 uur bij de moeder thuisbrengt;
- de helft van de vakanties en feestdagen, in onderling overleg tussen de ouders te verdelen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.X.R. Yi als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 mei 2026.