Uitspraak
Vervangende toestemming erkenning
Beschikking op het op 3 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de moeder] ,
[minderjarige] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift van de moeder, tevens voorwaardelijk zelfstandig verzoek;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek;
- het voorlopig verslag van de bijzondere curator van 22 mei 2025;
- het F9-bericht van de bijzondere curator van 26 mei 2025;
- het F9-bericht van de man van 22 juli 2025;
- het F9-bericht van de moeder van 18 augustus 2025, met bijlage;
- het F9-bericht van de man van 26 augustus 2025, met bijlagen.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en twee begeleiders;
- de bijzondere curator via een videoverbinding;
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad en hebben samengeleefd.
- Uit de moeder is geboren de voormelde [minderjarige] .
- [minderjarige] is niet erkend.
- De moeder heeft van rechtswege het eenhoofdig gezag over [minderjarige] .
- De moeder geeft geen toestemming voor de erkenning door de man.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 29 april 2025 is mr. D.G.M. van den
Beoordeling
- dat de identiteit van degenen van wie voor onderzoek een monster is afgenomen zorgvuldig is vastgesteld;
- het rapport moet voorts te zijn gedagtekend en ondertekend door een met name genoemd persoon met een daartoe relevante studie die de conclusie van het DNA-onderzoek voor zijn rekening neemt.
Beslissing
gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt aangehouden tot 1 augustus 2026 pro forma;