Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15667

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
C/09/694136
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:151 BWArt. 4:161 BWArt. 111 lid 2 sub m RvArt. 111 lid 3 RvArt. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot aanvullende rekening en verantwoording executeur nalatenschap

De zaak betreft een geschil tussen erfgenaam en voormalig executeur over de wijze waarop de executeur rekening en verantwoording heeft afgelegd over het beheer van de nalatenschap van de overleden erflaatster.

De erfgenaam vordert een gedetailleerde en controleerbare rekening en verantwoording, inclusief bankafschriften, correspondentie, facturen, fiscale documenten en een toelichting op het gevoerde beleid. De executeur heeft reeds een document en een ordner met administratie overgelegd en stelt dat hij voldoende verantwoording heeft afgelegd.

De rechtbank oordeelt dat de vordering tot aanvullende rekening en verantwoording niet toewijsbaar is. De executeur heeft voldoende inzicht gegeven in zijn werkzaamheden, declaraties en fiscale keuzes. De rechtbank wijst erop dat de procedure zich beperkt tot het afleggen van rekening en verantwoording en dat een inhoudelijke beoordeling van het beleid of aansprakelijkheid buiten deze procedure valt.

De vordering wordt afgewezen en de erfgenaam wordt veroordeeld in de proceskosten van de executeur, begroot op €1.826 exclusief bijkomende kosten. Het vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en op 20 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Vordering tot aanvullende rekening en verantwoording executeur wordt afgewezen en erfgenaam wordt veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak-/rolnummer: C/09/694136 / HA ZA 25-981
Vonnis van 20 mei 2026
in de zaak van
[eiseres]te [woonplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. N.T. Vogelaar,
tegen
[gedaagde] in hoedanigheid van (voormalig) executeur in de nalatenschap van [erflaatster]te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. L. van Osch,

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift van 6 juni 2025 ingediend bij de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, met de producties 1 tot en met 12;
- de door [eiseres] ingediende productie 13;
- de door [gedaagde] ingediende producties 1 tot en met 11;
- de door [eiseres] ingediende productie 14;
- de mondelinge behandeling van 10 oktober 2025;
- de verwijzingsbeschikking tevens spoorwissel van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 24 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 6;
- de akte ten behoeve van de mondelinge behandeling tevens houdende wijziging van eis aan de zijde van [eiseres] ; en
- het bericht van de advocaat van [naam] , de zus van [eiseres] , dat zij zich aan het oordeel van de rechtbank zal refereren en niet ter zitting zal verschijnen.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 23 maart 2026 plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft, conform de instructie van de rechtbank, de advocaat van [gedaagde] aan de hand van spreekaantekeningen een mondelinge toelichting gegeven. Verder hebben partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is de dochter van [erflaatster] (hierna: erflaatster) die op [dag 1] 2023 overleden is. [eiseres] en haar zuster [naam] zijn erfgenamen van erflaatster en beiden hebben de nalatenschap zuiver aanvaard. De vader van [eiseres] en [naam] is (voor)overleden op [dag 2] 2022.
2.2.
[gedaagde] is bij uiterste wil van erflaatster van 26 maart 2015 benoemd tot executeur-testamentair, welke benoeming hij heeft aanvaard. [gedaagde] was de administrateur van erflaatster en de vader van [eiseres] . [gedaagde] is op basis van een verklaring erfrecht en executele van 2 mei 2023 met zijn werkzaamheden gestart.
2.3.
Op 26 november 2024 heeft [eiseres] een verzoek tot ontslag van [gedaagde] als executeur ingediend bij de kantonrechter in de rechtbank Den Haag.
2.4.
Op 3 december 2024 heeft [gedaagde] een verzoek tot ontslag als executeur ingediend bij de kantonrechter in de rechtbank Den Haag. Bij dit verzoek is een document gevoegd waarin (de stand van) de bankrekeningen, het onroerend goed en de effecten op naam van erflaatster zijn vermeld en de bankrekeningen op naam van [bedrijf] B.V. (hierna: de vennootschap) per datum overlijden erflaatster. Ook is er een document gevoegd waarop (de saldi van) de bankrekeningen, het onroerend goed, betalingen aan de erfgenamen, de aanslagen erfbelasting en legaten zijn weergegeven. Achter dit document zijn overzichten gevoegd waarin per bankrekening wordt weergegeven welke mutaties hebben plaatsgevonden in de periode tussen de datum van overlijden van de erflaatster op 26 maart 2023 en de indiening van het verzoekschrift ontslag op 2 december 2024.
2.5.
Bij beschikking van 20 december 2024 heeft de kantonrechter ontslag verleend aan [gedaagde] .
2.6.
Bij brief van 15 april 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor een ondeugdelijke uitvoering van de werkzaamheden als executeur en een schadevergoeding van € 23.982,09 gevorderd.
2.7.
Bij brief 24 april 2025 heeft [gedaagde] de aan hem gemaakte verwijten en aansprakelijkheid van de hand gewezen.
2.8.
Op 26 september 2025 heeft [gedaagde] een ordner met administratie van de executele afgegeven bij het kantoor van de advocaat van [eiseres] .

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert, na wijziging van eis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen:
Eerste fase: rekening en verantwoording
volledige, deugdelijke, gespecificeerde en controleerbare rekening en verantwoording af te leggen van het door hem gevoerde beheer van de nalatenschap, over de periode van zijn benoeming als executeur (2 mei 2023 – 20 december 2024), alsmede verantwoording af te leggen over de handelingen die hij nadien nog heeft verricht;
gelijktijdig daarmee een volledige boedelbeschrijving van de nalatenschap te overleggen;
gelijktijdig daarmee alle op het beheer van de nalatenschap betrekking hebbende onderliggende bescheiden in het geding te brengen, voor zover niet reeds overgelegd, waaronder in ieder geval:
a. alle bankafschriften van alle tot de nalatenschap behorende bankrekeningen over de gehele beheerperiode;
b. alle correspondentie en e-mailberichten die gedaagde in zijn hoedanigheid van executeur heeft gevoerd of ontvangen, voor zover deze betrekking hebben op het beheer en de afwikkeling van de nalatenschap, waaronder in ieder geval de correspondentie met:
i. Rabobank en ING Bank inzake de nalatenschapsrekeningen;
ii. de notaris inzake de verklaring van erfrecht, de boedelbeschrijving en de afwikkeling van de nalatenschap;
iii. de fiscaal adviseur inzake de fiscale aangiften en de waardering van vermogensbestanddelen;
iv. de Belastingdienst inzake aangiften, aanslagen en beschikkingen betreffende de nalatenschap;
v. de mede-erfgenaam, voor zover die correspondentie betrekking heeft op het beheer en de afwikkeling van de nalatenschap, waaronder de goedkeuring van declaraties;
vi. overige derden die betrokken zijn geweest bij het beheer of de afwikkeling van de nalatenschap, voor zover de correspondentie betrekking heeft op concrete vermogensbestanddelen, schulden, betalingen of verplichtingen van de nalatenschap;
c. alle facturen, betalingsbewijzen en overige bewijsstukken van ontvangsten en uitgaven;
d. alle overeenkomsten, belastingaangiften, aanslagen en overige administratie van de nalatenschap;
e. alle stukken betreffende aan- en verkopen, overboekingen, vorderingen, schulden en overige mutaties binnen de nalatenschap;
4. te bepalen dat de onder 1 bedoelde rekening en verantwoording zodanig inzichtelijk en controleerbaar dient te zijn ingericht dat daaruit in ieder geval blijkt:
een sluitend overzicht van alle inkomsten en uitgaven van de nalatenschap, met vermelding van het beginvermogen per datum overlijden en het eindvermogen per datum einde beheer, alsmede een verantwoording van alle mutaties die nadien nog hebben plaatsgevonden;
een gedetailleerde specificatie van alle door gedaagde verrichte werkzaamheden als executeur, met vermelding van datum, aard van de werkzaamheid, bestede tijd per werkzaamheid en gehanteerd uurtarief, vergezeld van een toelichting op de noodzaak en redelijkheid van de bestede tijd;
een overzicht van alle ingediende fiscale aangiften en alle opgelegde aanslagen, met vermelding van de data van indiening en oplegging, een gemotiveerde verklaring waarom belastingrente van minimaal € 6.712 in rekening is gebracht en in hoeverre
vermijdbaar was, een toelichting op de boeking van de vrijval van de pensioenvoorziening in 2023 en het daardoor ontstane fiscale nadeel, en een toelichting op alle overige fiscale keuzes die de nalatenschap financieel hebben geraakt, met, voor zover aanwezig, het onderliggende advies waarop deze keuzes zijn gebaseerd;
en specificatie van alle door gedaagde doorbelaste externe kosten, met vermelding
van de aard van de werkzaamheden en de noodzaak daarvan;
e. een verantwoording van het door gedaagde gevoerde beleid bij het beheer van de nalatenschap, in het bijzonder de keuzes bij het beheer en de verkoop van aandelen en de timing van uitkeringen aan erfgenamen en legatarissen;
f. welke bedragen gedaagde onder zich heeft gehad of nog onder zich heeft en welk saldo gedaagde volgens zijn eigen opgave aan de nalatenschap verschuldigd is;
5. op straffe van een dwangsom;
Tweede fase beoordeling en afwikkeling
6. De zaak na ontvangst van de onder 1 tot en met 3 bedoelde stukken te verwijzen naar de rol voor akte aan de zijde van eiseres, teneinde eiseres in de gelegenheid te stellen zich over de afgelegde rekening en verantwoording uit te laten en daarover nadere vragen te stellen;
7. te bepalen dat gedaagde gehouden is de door eiseres gestelde nadere vragen binnen een door de rechtbank te bepalen termijn volledig, schriftelijk en onder overlegging van de relevante stukken te beantwoorden;
8. [eiseres] na ontvangst van de onder 7 bedoelde beantwoording in de gelegenheid te stellen bij akte haar definitieve standpunt in te nemen en haar eis zo nodig aan te vullen, te wijzigen of te vermeerderen, waaronder eventueel een vordering tot terugbetaling aan de nalatenschap van het bedrag dat gedaagde op grond van de rekening en verantwoording verschuldigd blijkt te zijn; en
9. iedere verdere beslissing aan te houden;
met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ontvankelijkheid
4.1.
In deze procedure heeft [gedaagde] een aantal formele verweren gevoerd en zich op het standpunt gesteld dat [eiseres] niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. Die verweren zal de rechtbank eerst behandelen en concluderen dat [eiseres] ontvankelijk is in haar vordering.
4.2.
[eiseres] zou de verplichting om in het procesinleidende document te vermelden dat zij deze naar waarheid heeft opgesteld (art. 111 lid 2 sub m Wetboek Pro van Rechtsvordering (Rv)) hebben geschonden. Nu niet wordt toegelicht op welke wijze [gedaagde] door het nalaten van dit vereiste in zijn (proces)belang geschaad is, zal de rechtbank voorbijgaan aan dit verweer. Uit de omstandigheid dat in de mondelinge toelichting van de advocaat van [gedaagde] tijdens de zitting niet meer verwezen wordt naar de schending van de substantiëringsplicht (111 lid 3 Rv), leidt de rechtbank af dat [gedaagde] , na de toelichting van [eiseres] , niet langer een beroep doet op de schending van deze verplichting. Datzelfde geldt voor het beroep op het niet-doen van een bewijsaanbod, nu [gedaagde] ter zitting erkend heeft dat in de akte waarin een eiswijziging is opgenomen, ook een bewijsaanbod is opgenomen. Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat het gevorderde in het procesinleidende stuk onvoldoende bepaald was. De rechtbank begrijpt, ook uit het verweer dat [gedaagde] ter zitting heeft gevoerd, dat dit verweer niet geldt ten aanzien van de gewijzigde eis. Met dit standpunt is het verweer vervallen, althans onvoldoende onderbouwd, waarmee ook dit verweer niet tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] kan leiden.
Bereik van deze procedure
4.3.
De rechtbank zal eerst het bereik van haar beoordeling vaststellen. Met de gewijzigde eis beoogt [eiseres] een fasering van de procedure. De eerste fase beperkt zich tot het afleggen van rekening en verantwoording. Vervolgens kan dan, nadat de gevorderde rekening en verantwoording heeft plaatsgevonden en de gevorderde stukken in de procedure zijn gebracht, en na een aanvulling of wijziging van eis, een inhoudelijke beoordeling plaatsvinden van de executele en eventuele tekortkomingen daarin. De rechtbank acht een dergelijke wijze van procesvoering in strijd met de goede procesorde. Deze procedure is aangevangen met een verzoek tot het afleggen van rekening en verantwoording. Na toepassing van de wisselbepaling (art. 69 Rv Pro) is deze procedure voortgezet als bodemprocedure en heeft [eiseres] de eis ten aanzien van de wijze waarop rekening en verantwoording moet worden afgelegd aangevuld. Hierop heeft [gedaagde] ook zijn verweer gericht.
4.4.
De rechtbank begrijpt dat deze procedure gevoerd wordt tegen de achtergrond van een geschil over de wijze waarop [gedaagde] uitvoering heeft gegeven aan zijn taken als executeur. In dit verband heeft [eiseres] [gedaagde] voorafgaand aan deze procedure buiten rechte aansprakelijk gesteld en een schadevergoeding gevorderd. Indien [eiseres] die vermeende tekortkomingen onderwerp had willen maken van deze procedure, dan heeft zij daartoe voldoende gelegenheid gehad om in het procesinleidende document, althans bij haar eiswijziging, concrete vorderingen in te stellen. Het is in strijd met de goede procesorde en tegen de achtergrond dat vanaf de aanvang van een procedure voor de wederpartij en rechter duidelijk is waarop de procedure betrekking heeft, om te vorderen dat na het afleggen van de rekening en verantwoording, na een tweede wijziging van eis, alsnog een vordering tot schadevergoeding tegen [gedaagde] kan worden ingesteld. De rechtbank zal dan ook geen gelegenheid geven om in een tweede fase de eis – nogmaals – te wijzigen. Ook zal de rechtbank het partijdebat dat betrekking heeft op de wijze waarop [gedaagde] uitvoering heeft gegeven aan zijn taak als executeur buiten beschouwing laten.
Beoordelingskader
4.5.
Deze procedure is erop gericht om [gedaagde] – een nadere – rekening en verantwoording te laten afleggen over het beheer van de nalatenschap, zodat [eiseres] zich een geïnformeerd beeld kan vormen van het gevoerde beleid. In art. 4:151 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) jo. art. 4:161 BW Pro is bepaald dat de executeur aan het einde van de uitvoering van zijn werkzaamheden rekening en verantwoording dient af te leggen. In deze wettelijke bepalingen is niet gespecificeerd op welke wijze dat dient te gebeuren. In de jurisprudentie is wel uitgemaakt dat ‘
de inhoud van hetgeen als rekening en verantwoording mag worden verlangd, telkens wordt bepaald door de aard van de rechtsverhouding welke verplicht tot het zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te rechtvaardigen, en de omstandigheden van het gegeven geval’ (vgl. HR 2 december 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1561).
4.6.
[gedaagde] heeft bij gelegenheid van zijn ontslagverzoek aan de kantonrechter rekening en verantwoording afgelegd met het in randnummer 2.4 genoemde document. Daarnaast heeft [gedaagde] een ordner met diverse administratieve stukken, waaronder bankafschriften, overgedragen aan de advocaat van [eiseres] . Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] hiermee op adequate wijze rekening en verantwoording heeft afgelegd. Het ligt op de weg van [eiseres] om voldoende te stellen dat dit niet het geval is.
Inhoudelijke verwijten van [eiseres]
4.7.
[eiseres] heeft aangevoerd dat de rekening en verantwoording tekortschiet ten aanzien van de volgende onderdelen: (i) een verantwoording van de door [gedaagde] gedeclareerde uren; (ii) een verklaring van de belastingrente; (iii) een toelichting op de winstverwerking; (iv) de werkzaamheden ten behoeve van de vennootschap; (v) een overzicht van de totale kosten van de executele; en (vi) een verantwoording van het beleid.
(i)
Gedeclareerde uren
4.8.
[gedaagde] heeft voor zijn werkzaamheden periodiek gefactureerd en aan deze facturen een specificatie van de door hem uitgevoerde werkzaamheden en bestede tijd toegevoegd. Daarnaast heeft [gedaagde] nog kosten van onder andere mr. Van Osch , die hem (met juridisch advies) bijstond bij de uitvoering van de werkzaamheden, in rekening gebracht. [eiseres] meent dat de rekening en verantwoording van de in rekening gebrachte kosten op twee onderdelen tekortschiet.
4.9.
In de eerste plaats heeft [eiseres] aangevoerd dat op diverse onderdelen sprake is van buitensporige tijdsbesteding, onder andere ten aanzien van de aangifte inkomstenbelasting, aangiften erfbelasting en het opstellen en verwerken van een brief voor zes legaten. Daarnaast noemt [eiseres] bij wijze van voorbeeld nog een aantal andere gevallen waarin in haar optiek te veel tijd besteed is, onder andere voor het opzeggen van de woonhuisverzekering, het opheffen van het telefoonabonnement en het opstellen van een brief voor de beëindiging van de huur van de schapenwei. Dit geldt te meer nu [gedaagde] een tarief hanteert van een accountant, en dat bij een dergelijk tarief een grotere efficiëntie van de uitvoering van de werkzaamheden mag worden verwacht. In de conclusie van antwoord en ter zitting heeft [gedaagde] een toelichting gegeven op de door hem bestede tijd. Hij heeft aangevoerd dat hij [eiseres] bij herhaling om een reactie of akkoord heeft moeten vragen. Daarnaast heeft het hem door de opstelling van [eiseres] veel tijd gekost om afspraken te maken over de verplaatsing van de schapen die voor de voormalige woning van erflater en erflaatster stonden. [eiseres] wenste allerlei aanpassingen aan de brief voor de beëindiging. Eenzelfde probleem deed zich voor bij de prolongatie van de woonhuisverzekering, aldus [gedaagde] .
4.10.
In de tweede plaats heeft [eiseres] aangevoerd dat de tijd die [gedaagde] heeft opgevoerd voor overleg met mr. Van Osch hoger is dan de tijd die mr. Van Osch in rekening heeft gebracht voor dezelfde gesprekken. Dit verschil is onverklaarbaar, aldus [eiseres] . [gedaagde] heeft aangevoerd dat dit verschil te herleiden is tot een verschil in voorbereidingswerkzaamheden, kennis op het betreffende gebied, reistijd en een verschil in gehanteerde tijdseenheden. De opgevoerde uren van zowel [gedaagde] als mr. Van Osch zijn gespecificeerd en kunnen aan de hand daarvan worden getoetst.
4.11.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] met de gespecificeerde declaraties, zoals nader toegelicht in de conclusie van antwoord en tijdens de mondelinge behandeling, voldoende toelichting heeft gegeven op de door hem bestede tijd. Daarmee heeft [gedaagde] ten aanzien van dit geschilpunt voldoende rekening en verantwoording afgelegd. De vraag of deze kosten terecht zijn gedeclareerd en in redelijkheid zijn gemaakt, waarvan [eiseres] aanvoert dat dat niet het geval is, valt buiten het bereik van deze procedure. Dat geldt ook voor de overige punten die in de context van dit deel van het partijdebat aan de orde zijn gekomen.
(ii)
Belastingrente
4.12.
[eiseres] heeft aangevoerd dat de aangiften inkomsten- en erfbelasting te laat zijn ingediend. Dit heeft geleid tot rentebetalingen ten laste van de nalatenschap van in totaal
€ 6.712. Indien eerder aangifte was gedaan of tijdig voorlopige aanslagen waren gevraagd, hetgeen van een zorgvuldig handelend executeur mag worden verwacht, dan hadden deze kosten niet gemaakt hoeven worden.
4.13.
[gedaagde] heeft onder meer aangevoerd dat al bij het opstellen van de conceptaangifte van de inkomstenbelasting over 2022 een discussie met [eiseres] bestond over de wijze waarop de winst over het aanmerkelijk belang in de aangifte betrokken moet worden. [gedaagde] heeft dit meermaals toegelicht en het is ook aan de orde geweest in een overleg in aanwezigheid van de advocaten van partijen. [gedaagde] heeft zich in dezen ook door een fiscalist laten adviseren. Over de winstverwerking en vermogensmutaties in 2023 is eenzelfde discussie gevoerd. [gedaagde] heeft in een e-mailbericht van 3 oktober 2023 aangegeven dat hij geen aangifte erfbelasting over het jaar 2022 kan indienen, zo lang [eiseres] niet instemt met de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2022. Door het uitblijven van medewerking is de belastingrente opgelopen. Op een gegeven moment heeft [gedaagde] een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aangevraagd en gekregen.
4.14.
Verder heeft [gedaagde] , onder verwijzing naar afspraken die zijn gemaakt tijdens een overleg op 7 november 2023, toegelicht op welke wijze de totstandkoming van de aangifte is verlopen. In de kern komt dit verweer erop neer dat [eiseres] hieraan onvoldoende medewerking verleend heeft, althans dat haar reactie op aan haar voorgelegde conceptaangiften is uitgebleven. Pas na lang en herhaaldelijk aandringen heeft [eiseres] ingestemd met de conceptaangifte en heeft [gedaagde] de aangifte kunnen insturen.
4.15.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] met het bovenstaande voldoende heeft toegelicht op welke wijze de belastingaangiften tot stand gekomen zijn, welke keuzes hij heeft gemaakt en wat, in zijn visie, de reden is voor de vertraging in de aangifte. Daarmee heeft [gedaagde] voldaan aan zijn verplichting om rekening en verantwoording af te leggen.
(iii)
Winstverwerking pensioenvoorziening
4.16.
Verder heeft [eiseres] aangevoerd dat [gedaagde] koerswinsten en vrijval pensioenvoorziening van € 241.304 in jaar 2023 heeft geboekt in plaats van 2022. Dit heeft geleid tot een belastingnadeel van € 7.357. [eiseres] is van mening dat gelet op alle feiten en omstandigheden, waaronder de reeds in gang gezette effectenverkopen en de structureel slechte gezondheid van erflaatster, het fiscaal en vermogensrechtelijk verdedigbaar was geweest om (een deel van) de winst al in 2022 te nemen. Dat had geleid tot een gunstiger belastingdruk voor de nalatenschap. Een executeur die boekhoudkundige keuzes maakt die fiscaal nadelig zijn voor de nalatenschap, moet deze keuzes toelichten. Dat laatste heeft [gedaagde] nagelaten.
4.17.
[gedaagde] heeft als verweer, en onder verwijzing naar regels van titel 9 boek 2 Burgerlijk Wetboek, aangevoerd dat hij bij herhaling aan [eiseres] heeft toegelicht dat de winst die in 2023 is genoten en in het jaar 2023 moet worden verwerkt. Hij stelt administratief correct gehandeld te hebben.
4.18.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] met uitleg voldoende heeft toegelicht waarom in zijn optiek de winst in het jaar 2023 moest worden geboekt. [eiseres] heeft op geen enkele wijze onderbouwd op welke wijze dit handelen in strijd is met boekhoudkundige of fiscale regels en dat deze keuze op geen enkele wijze te verantwoorden is. [gedaagde] heeft dan ook op dit onderdeel voldaan aan zijn verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording.
(iv)
Opdracht werkzaamheden vennootschap
4.19.
[gedaagde] heeft aanvullende werkzaamheden verricht ten behoeve van de vennootschap. Tijdens een bespreking op 9 september 2024 zou [eiseres] nadrukkelijk om een offerte hebben gevraagd voorafgaand aan deze werkzaamheden. Deze heeft zij niet ontvangen en de werkzaamheden zijn dan ook zonder dat daartoe een opdracht is gegeven uitgevoerd. Desondanks heeft [eiseres] een vergoeding voor deze werkzaamheden in rekening gebracht. Tevens heeft [gedaagde] zonder toereikende toelichting de bankrekening van de vennootschap laten opheffen.
4.20.
Hiertegen wordt door [gedaagde] als verweer gevoerd dat tijdens een overleg op 9 september 2024 de afspraak gemaakt is dat hij de werkzaamheden voor de vennootschap zou uitvoeren. Conform deze afspraak heeft hij op 4 oktober 2024 de cijfers van de vennootschap aan de erfgenamen toegezonden en heeft hij akkoord gevraagd voor de conceptaangifte dividendbelasting. Deze werkzaamheden behoren ook bij zijn taak als executeur. In het kader van de liquidatie van de vennootschap heeft [gedaagde] ook de bankrekening opgeheven.
4.21.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] voldoende heeft toegelicht op basis van welke grondslag hij de werkzaamheden heeft uitgevoerd, namelijk dat dit tot zijn taak als executeur behoort en dat hij hiertoe een opdracht heeft gekregen. Ook heeft hij voldoende toegelicht waarom hij de bankrekening van de vennootschap heeft laten opheffen. Met deze toelichting heeft hij zijn handelwijze voldoende verantwoord. Of deze verantwoording ook in rechte stand houdt, is een vraag die niet in deze procedure voorligt en derhalve niet beantwoord zal worden
(v)
Overzicht totale kosten executele
4.22.
Verder heeft [gedaagde] , zo stelt [eiseres] , geen overzicht gegeven van de totale kosten van de executele. De rekening en verantwoording bevat geen (samenvattend) overzicht waaruit de hoogte van de notariskosten, het executeursloon, fiscaal advies en overige kosten blijkt.
4.23.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat in de ordner die hij heeft afgeven alle declaraties met bijlagen zitten. Dit betreft zes declaraties die tijdens de executele heeft ingediend en twee slotdeclaraties. Uit deze declaraties kunnen de kosten voor de executele worden afgeleid. In de spreekaantekeningen die de advocaat van [gedaagde] bij haar mondelinge toelichting tijdens de zitting heeft gebruikt, is nog een tabel opgenomen waarin de verschillende kosten zijn uitgesplitst naar kosten voor de executeur, juridisch advies (Bureau West) en fiscaal advies (MVRO)
4.24.
De rechtbank is van oordeel dat de declaraties voldoende inzicht geven in de gemaakte kosten en dat daarmee voldoende rekening en verantwoording is afgelegd over de betreffende kosten. De notariskosten zijn niet op deze facturen vermeld, maar de hoogte daarvan kan eenvoudig uit het overzicht van het verloop van de bankrekening, die bij de rekening en verantwoording van 2 december 2024 is gevoegd, worden afgeleid. Weliswaar is daarmee nog geen verantwoording over deze kosten afgelegd. [eiseres] heeft echter niet toegelicht welk belang zij heeft bij specifiek een verantwoording over de notariskosten, zodat de rechtbank, tegen de achtergrond dat alle andere kosten deugdelijk zijn verantwoord, dit onderdeel van de vordering bij gebrek aan voldoende belang zal afwijzen.
(vi)
Verantwoording beleid
4.25.
[eiseres] heeft aangevoerd dat [gedaagde] geen volledige rekening en verantwoording heeft afgelegd. [gedaagde] heeft alleen een map met enkele bankafschriften en facturen verstrekt, zonder een samenhangend overzicht of structurele toelichting op de financiële keuzes en boekingen. Hierdoor beschikt [eiseres] niet over voldoende informatie om haar rechten als erfgenaam waar te maken en te controleren of haar erfdeel correct is vastgesteld. Vragen die zij heeft gesteld over, naar de rechtbank begrijpt, de onderwerpen die hiervoor onder (i) tot en met (v) aan de orde zijn gekomen, zijn vaag, ontwijkend of slechts in algemene zin beantwoord.
4.26.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij de erfgenamen vooraf geïnformeerd heeft over alle stappen die hij heeft genomen en dat hij de acties pas heeft uitgevoerd na goedkeuring door de erfgenamen. [eiseres] was daarbij betrokken en indien zij het daarmee niet eens was geweest had zij haar bezwaren kenbaar kunnen maken, hetgeen zij op punten ook heeft gedaan.
4.27.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering dat [gedaagde] , in aanvulling op de rekening en verantwoording die hij al heeft afgelegd, het beleid van de executele moet verantwoorden, niet kan worden toegewezen. Overwogen wordt dat art. 4:151 BW Pro geen concrete eisen stelt aan de wijze waarop rekening en verantwoording moet worden afgelegd en ook niet verplicht tot het opstellen van een algemeen verslag over het beleid van de executeur bij het einde van de executele. De wijze waarop bij het einde van de executele rekening en verantwoording moet worden afgelegd wordt onder meer bepaald door de aard en omvang van de nalatenschap en de door de executeur verrichte handelingen. Bovendien, en dat heeft in veel gevallen zelfs de voorkeur, kan deze verantwoording ook lopende de executele plaatsvinden.
4.28.
Bij de beantwoording of [gedaagde] in algemene zin voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd, acht de rechtbank het volgende relevant.
4.28.1.
[gedaagde] heeft ter gelegenheid van zijn ontslag als executeur rekening en verantwoording afgelegd aan de kantonrechter. Hiervoor heeft het in randnummer 2.4 genoemde document opgesteld, dat ook in bezit van [eiseres] is.
4.28.2.
Verder heeft [gedaagde] een ordner met administratie met betrekking tot de executele ter beschikking gesteld aan de (de advocaat van) [eiseres] . Uit de inhoudsopgave van deze ordner kan worden opgemaakt dat de administratieve bescheiden per onderwerp geordend zijn.
4.28.3.
Daarnaast heeft tijdens de executele regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de erfgenamen en [gedaagde] over door hem te nemen beslissingen en het daarbij te voeren beleid. Op 7 november 2023 en 9 september 2024 heeft een overleg plaatsgevonden in aanwezigheid van de advocaten van partijen.
4.28.4.
Verder heeft te gelden dat [gedaagde] over de onder (i) tot en met (v) genoemde geschilpunten voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd.
4.29.
De rechtbank is van oordeel dat al deze handelingen in samenhang beschouwd maken dat [gedaagde] voldoende rekening en verantwoording heeft afgelegd. [gedaagde] heeft tijdens de executele en bij het einde daarvan voldoende informatie verstrekt aan [eiseres] geven om haar rechten als erfgenaam waar te maken en te controleren of haar erfdeel correct is vastgesteld. Weliswaar bevat het document waarin rekening en verantwoording is afgelegd geen toelichting op alle gemaakte kosten, deze kunnen naar het oordeel van de rechtbank voldoende worden opgemaakt uit de bankmutaties die als bijlage bij dit document zijn gevoegd.
4.30.
Dat de rekening en verantwoording geen betrekking heeft op de periode 2 december 2024 (daags voor de indiening van het ontslagverzoek) tot en met 20 december 2024 (de datum van de ontslagbeschikking) kan niet leiden tot een ander oordeel. Gesteld noch gebleken is dat in deze periode mutaties hebben plaatsgevonden zodat [eiseres] geen belang heeft bij een nadere rekening en verantwoording over deze periode. Ook de vordering dat [gedaagde] verantwoording moet afleggen over de periode na zijn ontslag als executeur volgt hetzelfde lot, nu gesteld noch gebleken is dat hij na zijn ontslag nog werkzaamheden heeft verricht.
4.31.
Ter zitting heeft [eiseres] nog aangevoerd dat een schuld van 1,2 miljoen en sieraden ontbreken op de rekening en verantwoording. De rechtbank is met [gedaagde] van oordeel dat deze stellingen te laat zijn ingenomen. [eiseres] heeft in een procesinleidend document en een uitgebreide nadere akte ruimschoots de gelegenheid gehad om haar stellingen te onderbouwen en dus ook in te gaan op deze – in haar ogen – tekortkomingen in de rekening en verantwoording. Deze stellingen had zij bovendien ook eerder kunnen innemen. [eiseres] handelt in strijd met de goede procesorde door pas op de zitting met deze stelling te komen en daarmee [gedaagde] de mogelijkheid voor een adequaat verweer te ontnemen. Deze stellingen zal de rechtbank dan ook verder buiten de beoordeling laten.
4.32.
Ten slotte heeft [eiseres] in het petitum van de gewijzigde eis een groot aantal documenten gevorderd. Voor zover deze documenten niet hiervoor al in de beoordeling betrokken zijn, heeft te gelden dat [eiseres] niet heeft toegelicht waarom [gedaagde] tekort geschoten is in de verstrekking van deze stukken dan wel welk belang zij heeft bij de betreffende documenten of gegevens. Indien specifieke stukken in de ordner met administratieve stukken ontbreken, welke stukken in de visie van [eiseres] onderdeel behoren te zijn van een deugdelijke rekening en verantwoording, dan had [eiseres] dit moet stellen en hiervoor een specifieke vordering moeten formuleren.
Conclusie en proceskosten
4.33.
Uit het voorgaande volgt dat geen van de verwijten dat de rekening en verantwoording van [gedaagde] tekortschiet slaagt. De vordering van [eiseres] wordt afgewezen.
4.34.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van de [gedaagde] betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
griffierecht
€ 331
salaris advocaat
€ 1.306
(2 punten x € 653)
nakosten
€ 189
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€ 1.826

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van [gedaagde] , begroot op een bedrag van € 1.826, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend; en
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op
20 mei 2026.