6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstal is een hinderlijk strafbaar feit dat schade en overlast veroorzaakt voor de getroffen winkelbedrijven. De verdachte heeft daarmee laten zien dat hij geen respect heeft voor andermans eigendommen.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 21 oktober 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte meermaals is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. De rechtbank vindt het zorgelijk dat deze eerdere veroordelingen de verdachte er niet van hebben weerhouden om opnieuw een strafbaar feit te plegen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies over de verdachte van 7 januari 2025, dat is opgemaakt en ondertekend door [naam 1] , reclasseringswerker, en [naam 2] , unitmanager. Uit dat reclasseringsadvies blijkt het volgende.
Gelet op het uittreksel justitiële documentatie (hierna: UJD) kan volgens de reclassering bij de verdachte worden gesproken van een delictpatroon ten aanzien van vermogensdelicten. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog.
Op basis van eerder en onderhavig onderzoek kan de reclassering niet goed vaststellen waarom de verdachte herhaaldelijk tot deze vermogenscriminaliteit komt. Ten tijde van onderhavig delict zou hij werk, inkomen en huisvesting hebben gehad, die hij nu door de consequenties van zijn delictgedrag is kwijtgeraakt. Mogelijk ligt de oorzaak in zijn financiële situatie, de relatiesfeer, vaardigheidstekorten en/of pro-criminele houding. Concrete aanwijzingen voor psychosociale problemen en delictgerelateerde verslavingsproblematiek ontbreken; tijdens een eerder toezicht kon hier geen uitgebreid onderzoek naar worden gedaan middels diagnostiek/behandeling en controles, (mede) doordat hij afspraken niet nakwam. De verdachte zegt nu afspraken met de reclassering na te willen komen en hulp te zullen accepteren; de reclassering ziet hiertoe echter geen mogelijkheden meer nu hij niet over inkomen en een vaste verblijfplaats beschikt. De verdachte heeft de afgelopen jaren niets opgebouwd in Nederland waardoor hij geen recht heeft op sociale opvang en/of een uitkering als hij uit detentie komt. Een eerder toezicht kwam niet van de grond doordat de reclassering onvoldoende met de verdachte in contact kon komen vanwege zijn onbereikbaarheid en het niet nakomen van afspraken.
De reclassering adviseert gelet op het voorgaande om bij veroordeling van de verdachte aan hem een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria
De rechtbank stelt vast dat de verdachte aan de zogenoemde ‘harde’ ISD-voorwaarden als bedoeld artikel 38m Sr voldoet. De bewezenverklaarde diefstal is een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het UJD van de verdachte van 21 oktober 2025 blijkt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar voorafgaand aan het huidige feit meer dan drie keer onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel. Deze straffen zijn volledig ten uitvoer gelegd.
Omdat de verdachte een uitgebreide justitiële documentatie heeft en de reclassering de kans op recidive als hoog inschat, moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte in de toekomst opnieuw een misdrijf zal begaan waarbij de veiligheid van goederen in het geding is.
De verdachte voldoet ook aan de definitie van zeer actieve veelpleger als bedoeld in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. Tegen de verdachte zijn over een periode van vijf jaar processen-verbaal opgemaakt voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, teruggerekend vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit.
Voldaan aan ‘zachte’ criteria
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of ook aan de zogenoemde ‘zachte’ ISD-criteria is voldaan. Dat wil zeggen dat de rechtbank beoordeelt of alle reële, minder ingrijpende alternatieven voor hulpverlening en het voorkomen van recidive zijn uitgeput en dus het uiterste middel van de ISD-maatregel overblijft.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn er voor de verdachte geen reële alternatieven voor de ISD-maatregel voorhanden. Het beïnvloeden van het gedrag van de verdachte met reclasseringstoezicht is naar het oordeel van de rechtbank niet kansrijk en eerder reclasseringstoezicht is mislukt.
Anders dan de verdediging, vindt de rechtbank het niet passend om de verdachte een ‘kale’ gevangenisstraf op te leggen of een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen om de verdachte zo in de gelegenheid te stellen om op eigen kracht terug te keren naar [land], zoals de verdachte – zoals hij (voor het eerst) tijdens de zitting heeft verklaard – wenst.
De rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat hij dit ook daadwerkelijk zal doen en dat hij, mocht de verdachte daadwerkelijk terugkeren naar [land], niet daarna terug zal keren naar Nederland en opnieuw voor overlast en schade voor de Nederlandse maatschappij zal zorgen. De verdachte heeft immers kort voor de terechtzitting bij de reclassering nog aangegeven dat hij niet naar [land] wil terugkeren en in Nederland wil blijven. Voorts heeft de verdachte, los van de enkele mededeling dat hij zijn zus heeft gebeld voor geld voor een kaartje, voor een eventuele terugkeer naar [land] geen concreet plan gemaakt.
Het aangeboden alternatief, erop neerkomend dat aan de verdachte geen ISD-maatregel zal worden opgelegd zodat hij kan terugkeren naar [land], is dus naar het oordeel van de rechtbank geen reële optie.
Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen een onvoorwaardelijke ISD-maatregel passend en geboden. Vooral ter optimale bescherming van de maatschappij, maar ook om het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven, is het belangrijk voldoende tijd te nemen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren en de tijd die de verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten niet aftrekken van de duur van die maatregel. Zo wordt gewaarborgd dat de samenleving verschoond blijft van verdere vermogensdelicten van de verdachte en kan de verdachte hulp krijgen bij het regelen van terugkeer naar [land] zodat hij daar in een enigszins stabiele situatie terechtkomt.