Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Sierra Leoonse asielzoeker, diende op 12 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar eerder een aanvraag had ingediend. Eiser stelde dat verweerder de aanvraag aan zich had moeten trekken vanwege zijn duurzame relatie met een zwangere partner die in Nederland is opgenomen in de nationale procedure.
Eiser overlegde een huwelijksakte en medische dossiers met psychische en lichamelijke klachten, waaronder een aangifte van mensenhandel. Verweerder betoogde dat deze relatie en omstandigheden niet tijdig waren gemeld en dat er geen objectief bewijs was voor een duurzame relatie of bijzondere medische omstandigheden die overdracht aan Kroatië zouden verhinderen.
De rechtbank oordeelde dat de huwelijksakte niet rechtsgeldig was en dat de duurzaamheid van de relatie niet was aangetoond. De zwangerschap van de partner en haar asielprocedure in Nederland vormden geen bijzondere omstandigheden. Ook was er geen bewijs dat medische zorg in Kroatië ontoereikend zou zijn of dat overdracht tot onomkeerbare gezondheidsachteruitgang zou leiden.
De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat verweerder terecht geen gebruik maakte van zijn discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.