ECLI:NL:RBDHA:2026:15714

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
NL26.29004
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.R. van der Winkel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 4.39 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet

Eiseres, van onbekende nationaliteit, is in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. De minister baseerde de maatregel op zware gronden zoals het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het zich onttrekken aan toezicht, het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit en het niet naleven van terugkeerverplichtingen.

Eiseres betwistte alle gronden behalve dat zij eerder een kennisgeving tot vertrek had ontvangen en dat zij geen gevolg zou geven aan haar terugkeerplicht. De rechtbank oordeelde dat de minister de feitelijke juistheid van de zware gronden voldoende had toegelicht, onder meer dat eiseres geen geldig reisdocument had bij binnenkomst, zich pas na drie maanden meldde voor asiel en geen medewerking verleende aan haar vertrekprocedure.

De rechtbank concludeerde dat deze feiten het risico rechtvaardigen dat eiseres zich aan toezicht zal onttrekken, waardoor de maatregel van bewaring gerechtvaardigd is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.29004

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres,

(gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. K.J. Diender).

Procesverloop

Bij besluit van 22 mei 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen G.I. Marcus- Goerewitsj. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres stelt van onbekende nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1986.
Gronden
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken en eiseres de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft als zware gronden vermeld dat eiseres:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van haar identiteit en nationaliteit;
3i. te kennen heeft gegeven dat zij geen gevolg zal geven aan haar verplichting tot terugkeer;
en als lichte gronden vermeld dat eiseres:
4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
3. Eiseres heeft alle gronden gemotiveerd betwist, met uitzondering van de zware gronden 3c en 3i.
4. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 25 maart 2020 [2] en de bevestiging van die uitspraak op 25 juli 2025 [3] dat voor het opleggen van (onder meer) de zware gronden 3a, 3b, 3c, 3d en 3i is vereist dat die gronden feitelijk juist zijn, en dat de minister daarop – als dat het geval is – geen nadere toelichting hoeft te geven. Dit betekent dat als de gronden feitelijk juist zijn, het risico dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken in beginsel is gegeven.
Voor wat betreft de zware grond 3a stelt de rechtbank vast dat de minister de feitelijke juistheid van deze grond in de maatregel van bewaring voldoende heeft toegelicht. Uit deze toelichting volgt dat eiseres bij haar inreis in Nederland niet beschikte over een geldig paspoort, visum en een inreisstempel van het Schengengebied. Dat eiseres in Nederland een asielaanvraag heeft ingediend, maakt niet dat de minister deze grond niet mocht tegenwerpen. De toelichting van eiseres doet immers aan de feitelijke juistheid van deze grond niet af. Ook de stelling dat eiseres zou beschikken over een kopie paspoort, maakt het voorgaande niet anders. Nog daargelaten dat de minister eerst na de inbewaringstelling van eiseres dit document heeft ontvangen van de Zwitserse autoriteiten, kan een kopie van een paspoort niet worden aangemerkt als een geldig reis- en/of identiteitsdocument (met visum en inreisstempel).
Voor wat betreft de zware grond 3b stelt de rechtbank vast dat de minister de feitelijke juistheid van deze grond in de maatregel van bewaring voldoende heeft toegelicht. Uit deze toelichting volgt dat eiseres zich eerst drie maanden na haar aankomst heeft gemeld in Ter Apel voor het indienen van een asielaanvraag. Eiseres heeft hiermee niet voldaan aan het bepaalde in artikel 4.39 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Dat eiseres zich na haar aanmelding niet heeft onttrokken aan het toezicht, maakt het voorgaande niet anders.
Deze grond is feitelijk juist.
Voor wat betreft de zware grond 3d stelt de rechtbank vast dat de minister de feitelijke juistheid van deze grond in de maatregel van bewaring voldoende heeft toegelicht. Uit deze toelichting volgt dat eiseres niet in het bezit is van een paspoort of enig ander identiteitsdocument. Eiseres weigert contact met de consulaire of diplomatieke vertegenwoordiging van haar land en ook heeft ze geweigerd de laissez-passer aanvraag te ondertekenen. Verder valt uit het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling op te maken dat eiseres geen medewerking verleent aan haar vertrekprocedure. Dat er een kopie paspoort aanwezig is dat inmiddels is toegezonden aan de diplomatieke vertegenwoordiging van Ghana doet niet af aan de feitelijke juistheid van deze grond. Immers, een kopie document kan niet worden aangemerkt als een identificerend document. Deze grond is dan ook terecht aan de maatregel van bewaring ten grondslag gelegd.
4.1
Deze zware gronden zijn voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen en daarmee is het risico dat eiseres zich zal onttrekken aan toezicht gegeven. Wat eiseres heeft aangevoerd over de overige gronden behoeft geen bespreking meer. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Ambtshalve toets
5. Ook overigens ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van
bewaring onrechtmatig is. [4]
Conclusie
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. van der Winkel, rechter, in aanwezigheid van
D.K. Bloemers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), ECLI:NL:RVS:2020:829.
4.Zie ECLI:EU:C:2022:858 en ECLI:EU:C:2025:647 en ECLI:NL:RVS:2026:329.