Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
J.M. van der Stouwe, griffier.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De minister bevestigde dat eiser sinds 31 december 2025 met onbekende bestemming is vertrokken, wat door een MOB-melding werd onderbouwd.
Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder bericht vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Gezien het ontbreken van contact en de vertrekmelding concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het besluit.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.