Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
‘Ik heb niet “nee” gezegd, ik heb gezegd dat ik niet kan omgaan met wapens en ik doe het liever niet. Ik heb niet letterlijk gezegd “nee’. [3] Verweerder werpt tegen dat dit inconsequent is met eisers latere verklaring:
’Als je nee zegt zit er volgens hun een reden achter en in hun optiek kan ik dan lid zijn van een andere bende en ik misschien in de buurt daar zit om voor een andere bende te spioneren. Voor hun moet er een reden zijn om niet deel te willen nemen aan hun oorlog.’ [4] De rechtbank ziet niet in waarom dit inconsequent is. Duidelijk is dat eiser niet instemmend heeft gereageerd op het rekruteringsverzoek, terwijl hij niet letterlijk nee heeft gezegd.
8.2. Verweerder heeft op de zitting het subsidiaire standpunt ingenomen dat eiser niet eenduidig heeft verklaard over het doen van aangifte. Eerder heeft hij verklaard geen aangifte te hebben gedaan. Ook klopt de datum op de aangifte niet met de datum die eiser in zijn zienswijze heeft vermeld. Ook staat in de Fiscalia aangifte dat er vier mannen zijn langs geweest die bij de [naam groepering 2] horen en dat eiser twee dagen had om zich te melden. Eiser heeft enkel [naam groepering 1] benoemd maar [naam groepering 2] nergens genoemd. Zonder een goede verklaring doet dit af aan de geloofwaardigheid. Ook wijkt het tijdstip van het voorval in de aangifte af van het tijdstip dat eiser heeft verklaard. Verweerder stelt zich verder op het standpunt dat eiser met het overleggen van de aangifte hoogstens heeft aangetoond dat hij aangifte heeft gedaan, maar niet dat daarmee zijn problemen geloofwaardig zijn. Het is immers een verklaring van eiser en geen beoordeling van de Colombiaanse politie. De tegenwerping dat eisers handelen ongerijmd is kan, indien de aangifte echt is, genuanceerd worden maar dit leidt niet tot een ander oordeel volgens verweerder.