ECLI:NL:RBDHA:2026:15734
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag Libische nationaliteit wegens onvoldoende motivering risico ernstige schade
Eiser, een Libische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 10 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder wees deze aanvraag op 11 maart 2026 af als kennelijk ongegrond, met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank behandelde het beroep op 2 juni 2026.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de problemen van eiser met de militie SSA ongeloofwaardig achtte en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bijzondere individuele omstandigheden heeft die hem een verhoogd risico op willekeurig geweld geven. Verweerder heeft echter onvoldoende gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Libië geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank stelt vast dat het algemeen ambtsbericht Libië van juli 2025 aangeeft dat terugkerende Libiërs risico lopen op langdurige ondervraging, arrestatie, detentie, marteling of buitengerechtelijke executie. Verweerder heeft nagelaten deze risico’s voldoende te betrekken bij zijn besluit. Daarom is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en wordt het vernietigd. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering van het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.