Bever c.s. vordert inzage en afschrift van bepaalde stukken van [bedrijf 1] in een geschil over ontbinding van koopovereenkomsten voor vastgoedpercelen. De koopovereenkomsten betroffen tien percelen grond in Noordwijk, waarbij mondelinge afspraken over winstverdeling en kostenvergoeding tussen partijen centraal staan.
Eerder had Bever c.s. al een verzoek tot inzage ingediend dat werd afgewezen. Nu wordt een soortgelijk verzoek gedaan, dat de rechtbank als een verkapt rechtsmiddel beoordeelt omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een herbeoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat de gevraagde stukken onvoldoende specifiek zijn en dat het belang van Bever c.s. bij inzage ontbreekt, mede omdat de stukken niet direct betrekking hebben op de rechtsbetrekking tussen partijen. Ook het verschoningsrecht van notarissen speelt een rol bij de afwijzing van het verzoek.
De rechtbank veroordeelt Bever c.s. in de proceskosten en verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Het vonnis is gewezen door drie rechters en op 13 mei 2026 in het openbaar uitgesproken.