ECLI:NL:RBDHA:2026:15771
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning grensoverschrijdende dienstverlening en verblijf bij partner
Eiser heeft een verblijfsvergunning aangevraagd voor grensoverschrijdende dienstverlening, terwijl eiseres een verblijfsvergunning voor verblijf bij haar partner (eiser) heeft aangevraagd. Verweerder heeft beide aanvragen afgewezen omdat eiser niet kon aantonen dat hij rechtmatig in Portugal verbleef en werkte, een vereiste voor de verblijfsvergunning. Eisers maakten bezwaar en vroegen voorlopige voorzieningen, maar deze werden afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van een geldige verblijfs- of werkvergunning in Portugal. De procedure bij de Portugese immigratieautoriteit is onvoldoende om rechtmatig verblijf aan te tonen. Omdat het verblijfsrecht van eiseres afhankelijk is van dat van eiser, is ook haar aanvraag terecht afgewezen. De rechtbank stelt dat verweerder terecht heeft afgezien van een hoorzitting omdat de bezwaren kennelijk ongegrond waren.
Verder oordeelt de rechtbank dat de opgelegde terugkeerbesluiten naar Colombia terecht zijn, omdat eisers geen geldige verblijfsvergunning of gedoogstatus in Portugal konden aantonen. De stelling dat eisers niet in Nederland verbleven is onvoldoende onderbouwd en verandert niets aan de uitkomst. De beroepen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen en de opgelegde terugkeerbesluiten.