ECLI:NL:RBDHA:2026:15776

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/09/683294 / FA RK 25-2672
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Brussel II ter-verordeningArt. 10:56 BWArt. 815 lid 2 RvArt. 4 lid 3 RvArt. 5 lid 1 Verordening Huwelijksvermogensstelsels
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met zorgregeling afgewezen wegens mentale problematiek vader

De rechtbank Den Haag heeft op 12 mei 2026 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen partijen gehuwd sinds 2013. Partijen zijn het eens over de echtscheiding en de verdeling van het huwelijksvermogen, maar verschillen van mening over de zorgregeling voor de minderjarige kinderen.

De man erkent zijn mentale problematiek en heeft zijn verzoek tot zorgregeling ingetrokken, omdat hij momenteel niet in staat is de zorg op zich te nemen. De vrouw wenst een zorgregeling met een dwangsom om nakoming af te dwingen. De rechtbank oordeelt dat het op dit moment niet in het belang van de kinderen is om een zorgregeling vast te stellen, mede vanwege de mentale gesteldheid van de vader en de teleurstellingen bij de kinderen door niet-nakoming.

De rechtbank wijst het verzoek tot zorgregeling en de dwangsom af, stelt het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw vast en kent haar het huurecht van de echtelijke woning toe. De verdeling van het huwelijksvermogen wordt vastgesteld conform de overeenstemming tussen partijen, met een peildatum van 3 juli 2024. De man draagt zijn eigen schulden en de vrouw de hare. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding.

Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijf kinderen bij moeder vastgesteld, zorgregeling afgewezen wegens mentale problematiek vader.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 25-2672 (echtscheiding)
FA RK 25-6117 (afwikkeling huwelijksvermogen)
Zaaknummers: C/09/683294 (echtscheiding)
C/09/690017 (afwikkeling huwelijksvermogen)
Datum beschikking: 12 mei 2026

Echtscheiding met nevenvoorzieningen

Beschikking op het op 7 april 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. T. Kahya- Ekinci in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat voorheen mr. M.M. Dezfouli in Den Haag, thans: mr. K. Rahimian in Utrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het bericht van 5 mei 2025 van de man, met bijlage;
  • het verweerschrift, met zelfstandige verzoeken, ingekomen op 9 juli 2025;
  • het verweerschrift op de zelfstandige verzoeken, ingekomen op 8 augustus 2025;
  • het bericht van 8 augustus 2025 van de man.
De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken.
Op 14 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar (toenmalige) advocaat mr. M.M. Dezfouli.
Na de zitting is op 29 april 2026 een bericht ingekomen waarin mr. Rahimian zich heeft gesteld als advocaat van de vrouw.

Feiten

  • partijen zijn gehuwd op [datum] 2013 in [plaats 1] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] .
  • De kinderen verblijven op dit moment bij de vrouw.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Partijen hebben volgens de Basisregistratie Personen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
  • te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw zal worden vastgesteld;
  • een zorgregeling vast te stellen zoals omschreven onder 18 van het verzoekschrift;
  • te bepalen dat het huurecht van de woning gelegen in [postcode] [plaats 2] aan de [straatnaam] , naar de rechtbank begrijpt [nummer] aan de vrouw toekomt;
  • te bepalen dat de verdeling van de huwelijksgemeenschap zal worden vastgesteld zoals omschreven onder 20 t/m 32 van het verzoekschrift.
De vrouw stemt in met de verzoeken van de man en verzoekt zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • uit te spreken de echtscheiding tussen de partijen, met elkaar gehuwd op 4 juni 2013 in Rijswijk;
  • te bepalen dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw zal worden vastgesteld;
  • de zorg- en opvoedregeling vast te stellen zoals omschreven onder 18 van het verzoekschrift;
  • te bepalen dat de man bij elke niet-nakoming van het bepaalde bij de zorgregeling aan de vrouw € 100,- verschuldigd is per kind.
  • te bepalen dat het huurecht van de woning gelegen in [postcode] [plaats 2] aan de [straatnaam] , naar de rechtbank begrijpt [nummer] aan de vrouw toekomt;
  • te bepalen dat de verdeling van de huwelijksgemeenschap zal worden vastgesteld zoals omschreven onder 20 t/m 32 van het verzoekschrift.
De man voert verweer tegen het verzoek van de vrouw over de zorgregeling en de daaraan gekoppelde dwangsom, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Op grond van artikel 3 onder Pro a) van de Brussel II ter-verordening (nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019) heeft de Nederlandse rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank past op grond van artikel 10:56 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht toe.
Ontvankelijkheid – ouderschapsplan
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend, zoals op grond van artikel 815 tweede Pro lid Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is vereist. Toch zal de rechtbank partijen ontvangen in hun verzoeken tot echtscheiding, omdat het partijen tot op heden niet is gelukt om volledige overeenstemming te bereiken over de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
Zowel de man als de vrouw verzoeken om de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.
Zij zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De rechtbank zal de verzoeken tot echtscheiding daarom als op de wet gegrond toewijzen.
Hoofdverblijfplaats
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen verzoeken te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal worden vastgesteld.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, ook omdat zij dit in het belang van de kinderen acht.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken tot vaststelling van een zorgregeling tussen de man en de kinderen.
Inhoudelijke beoordeling
De man heeft op de zitting zijn verzoek tot vaststelling van een zorgregeling ingetrokken. Hij heeft aangegeven mentale problemen te hebben en hiervoor onder behandeling te zijn, maar dat deze behandeling tot op heden onvoldoende resultaat heeft opgeleverd. De man geeft aan dat hij op dit moment geen zorgregeling na kan komen en hij wil niet dat de kinderen met zijn problemen worden geconfronteerd. Daarom lijkt het hem beter om geen zorgregeling vast te stellen.
De vrouw wil dat er een zorgregeling wordt vastgesteld, waaraan een dwangsom wordt verbonden. Zij vindt het in het belang van de kinderen dat zij contact hebben met de man en zij vindt dat van de man verwacht mag worden dat hij er voor de kinderen is. Om te waarborgen dat de man de zorgregeling nakomt, acht zij een dwangsom noodzakelijk als prikkel tot nakoming.
De rechtbank stelt voorop dat het in beginsel belangrijk is dat de kinderen regelmatig contact hebben met de man en dat het de verantwoordelijkheid van de man is om aan zijn mentale problemen te werken. Naar het oordeel van de rechtbank is het op dit moment echter niet in het belang van de kinderen om een zorgregeling vast te stellen. Op de zitting is gebleken dat de tussen partijen afgesproken zorgregeling in de afgelopen maanden niet is nagekomen, wat tot teleurstelling bij de kinderen heeft geleid. De kinderen hebben, om verdere teleurstelling te voorkomen, behoefte aan duidelijkheid. Naar het oordeel van de rechtbank is op dit moment afwijzing van het verzoek tot vaststelling van een zorgregeling de enige manier om die duidelijkheid te bieden. Anders dan de vrouw, verwacht de rechtbank dat het opleggen van een dwangsom, gelet op de mentale problematiek van de man en de schulden, niet zal leiden tot een stabiele en consistent nagekomen zorgregeling. De rechtbank acht het bovendien niet in het belang van de kinderen om wekelijks geconfronteerd te worden met de mentale problematiek van de man en ook niet om elke zondag te moeten verblijven bij een man die hen gelet op zijn mentale problematiek niet de zorg, aandacht en structuur kan bieden die zij nodig hebben.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het zelfstandige verzoek van de vrouw tot vaststelling van een zorgregeling en de daaraan gekoppelde dwangsom afwijzen. Tot slot merkt de rechtbank op dat zij van de man verwacht dat hij, zodra zijn mentale gesteldheid dit toelaat, zich tot de vrouw zal wenden met een concreet voorstel voor contactherstel.
Huurrecht
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de woning in Nederland is gelegen, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 derde Pro lid aanhef en sub a Rv rechtsmacht om te beslissen op de verzoeken tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning.
De rechtbank past op grond van Nederlands internationaal privaatrecht Nederlands recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen verzoeken te bepalen dat het huurecht van de woning gelegen in [postcode] [plaats 2] aan de [straatnaam] [nummer] aan de vrouw toekomt.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Afwikkeling huwelijksvermogen
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter op grond van de Brussel II ter-verordening rechtsmacht heeft om te beslissen op het verzoek tot echtscheiding, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 5 eerste Pro lid van de Verordening Huwelijksvermogensstelsels ook rechtsmacht om te beslissen op het verzoek tot afwikkeling van het huwelijksvermogen van partijen.
De rechtbank gaat bij de bepaling van het toepasselijk recht uit van het volgende. Voor de bepaling welk verdrag dan wel welke verordening van toepassing is, moet worden gekeken naar de huwelijksdatum. Omdat het huwelijk van partijen is gesloten na 1 januari 1992 en vóór 29 januari 2019 – namelijk op 4 juni 2013 – is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130 (HVV 1978) van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.
Omdat partijen geen rechtskeuze hebben uitgebracht vóór (artikel 3 HVV Pro 1978) of tijdens (artikel 6 HVV Pro 1978) het huwelijk, moet het toepasselijk recht worden bepaald aan de hand van artikel 4 HVV Pro 1978.
Op grond van artikel 4 HVV Pro 1978 is Nederlands recht van toepassing op het huwelijksvermogensregime van partijen.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen verzoeken te bepalen dat de verdeling van de huwelijksgemeenschap zal worden vastgesteld zoals omschreven onder 20 t/m 32 van het verzoekschrift.
Nu partijen hierover overeenstemming hebben bereikt zal de rechtbank het verzoek met betrekking tot de vaststelling van de verdeling als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Daarbij merkt de rechtbank op dat schulden niet voor verdeling in aanmerking komen. Wel kunnen partijen overeenkomen wie van hen beiden in de onderlinge verhouding welke schulden voor zijn/haar rekening neemt.
De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Beslissing

De rechtbank:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, met elkaar gehuwd op 4 juni 2013 in Rijswijk;
bepaalt dat de minderjarigen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ,
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] ,
hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw zullen hebben;
bepaalt dat de vrouw huurster zal zijn van de woning in [postcode] [plaats 2] aan de [straatnaam] [nummer] , met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand;
stelt de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand:
-
peildatum
als peildatum voor de vermogensrechtelijke afwikkeling en de waardering van de te verdelen goederen en schulden geldt: 3 juli 2024, zijnde de datum welke partijen eerder zijn overeengekomen;
-
verdeling van de huwelijksgemeenschap
activa
de inboedel van de echtelijke woning;
de bankrekening van de vrouw;
de bankrekening van de man;
woning in [land] aan de [adres]
mihir (Goud, 10 armbanden van 30 gram), en
de onderneming van de man: [bedrijfsnaam] met KvK-nummer [KvK-nummer] .
passiva
de schulden van de man, en
de schulden van de vrouw voortkomend uit haar voormalige onderneming.
-
ad a. De inboedel van de echtelijke woning
de inboedel van de echtelijke woning zal aan de vrouw worden toegescheiden, zonder nadere verrekening tussen partijen;
-
ad b. De bankrekening van de vrouw
de bankrekening op naam van de vrouw zal aan haar worden toegedeeld, zonder nadere verrekening tussen partijen;
-
ad c. De bankrekening van de man
de bankrekening op naam van de man zal aan hem worden toegedeeld, zonder nadere verrekening tussen partijen;
-
ad d. De woning in [land]
de woning in [land] zal binnen één maand na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand worden getaxeerd door een erkend makelaar in [land] , aan te wijzen in onderling overleg tussen partijen. Op basis van de aldus vastgestelde taxatiewaarde zal de vrouw als eerste de gelegenheid krijgen om het aandeel van de man in de woning over te nemen. Partijen zullen elkaar over en weer de noodzakelijke medewerking verlenen teneinde de taxatie binnen voormeld tijdbestek te doen plaatsvinden;
indien de vrouw het aandeel van de man in de woning niet binnen twee maanden na de taxatie overneemt, zal de woning worden verkocht aan een derde partij. De netto-opbrengst van deze verkoop – dat wil zeggen na aftrek van redelijke en noodzakelijke verkoopkosten – dient gelijkelijk tussen partijen te worden verdeeld;
-
ad e. Mihir (Goud, 10 armbanden van 30 gram)
de man zal de verschuldigde Mihir aan de vrouw voldoen vanuit zijn aandeel in de verkoopopbrengst van de gezamenlijke woning in [land] , nu hij op dit moment niet over voldoende financiële draagkracht beschikt om het bedrag direct te voldoen. Partijen zijn overeengekomen dat als peildatum voor de waardering van de Mihir geldt 3 juli 2024, waarbij de waarde van één gram goud € 69,97 bedroeg. Op basis daarvan bedraagt het aan de vrouw verschuldigde bedrag aan Mihir € 20.992,26;
de betaling van de aan de vrouw verschuldigde Mihir zal plaatsvinden op het moment waarop de vrouw het aandeel van de man in de woning in [land] overneemt, dan wel – indien geen overname plaatsvindt – direct na de verkoop van de woning aan een derde partij;
-
ad f. De onderneming van de man
de eenmanszaak/onderneming van de man zal aan hem worden toegedeeld, met inbegrip van alle daartoe behorende activa en passiva. De man zal alle aan de onderneming verbonden schulden als eigen schulden voor zijn rekening nemen en de vrouw zal in de interne verhouding tussen partijen ter zake volledig worden gevrijwaard;
-
ad g. De schulden van de man
in de interne verhouding tussen partijen is de man draagplichtig voor schulden die op zijn naam staan en hij zal deze als eigen verplichtingen voldoen;
-
ad h. De schulden van de vrouw
in de interne verhouding tussen partijen is de vrouw draagplichtig voor schulden die op haar naam staan, zowel voor schulden die voortvloeien uit haar voormalige onderneming, alsmede voor eventuele andere op haar naam gestelde schulden, en zij zal deze als eigen verplichtingen voldoen;
verklaart deze beschikking – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Wien als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 mei 2026.