Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15820

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
C/09/701819 / FA RK 26-2793
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 34 PaspoortwetArt. 36 Paspoortwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervangende toestemming voor vakantie en paspoortaanvraag voor minderjarige kinderen

Partijen zijn gehuwd in Eritrea en zijn gezamenlijk gezagdragers over drie minderjarige kinderen met de Nederlandse en Eritrese nationaliteit. De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming om met de kinderen naar Oeganda te reizen tijdens de zomervakantie van 2026 en om paspoorten voor hen aan te vragen, omdat de juridische vader geen toestemming geeft en onbereikbaar is.

De rechtbank stelt vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, waardoor zij bevoegd is om naar Nederlands recht te beslissen. De moeder heeft meerdere F9-formulieren ingediend en de vader is openbaar opgeroepen, maar heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen.

De rechtbank weegt het belang van de kinderen, waaronder het kunnen ontmoeten van hun oma in Oeganda, en constateert dat het reisadvies voor Oeganda geel is. Gezien het ontbreken van verweer en het belang van de kinderen, verleent de rechtbank de moeder vervangende toestemming voor de reis en voor het aanvragen van paspoorten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank verleent de moeder vervangende toestemming om met de minderjarige kinderen naar Oeganda te reizen en paspoorten aan te vragen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2793
Zaaknummer: C/09/701819
Datum beschikking: 12 mei 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 19 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.P. Friperson in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de juridische vader] ,

de juridische vader,
wonende op een voor de rechtbank onbekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 25 maart 2026, met bijlagen, van de moeder;
  • het F9-formulier van 13 april 2026, van de moeder;
  • het F9-formulier van 18 april 2026, met bijlagen, van de moeder;
  • het F9-formulier van 2 mei 2026, met bijlagen, van de moeder.
Nu de rechtbank is gebleken dat de juridische vader geen bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland heeft, is de juridische vader voor deze zitting openbaar opgeroepen in de Staatscourant van 2 april 2026, nummer 13038.
Op 8 mei 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is verschenen: de advocaat van de moeder.
De moeder en de juridische vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Feiten

  • Partijen zijn op [dag] 2013 gehuwd in Eritrea.
  • Zij zijn de juridische ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ;
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De vrouw heeft de Nederlandse nationaliteit en de man heeft de Eritrese nationaliteit.

Verzoek

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • vervangende toestemming aan haar te verlenen om te reizen met de kinderen naar [plaats] , Oeganda, in de zomervakantie 2026;
  • een verklaring van toestemming aan haar te verlenen als bedoeld in artikel 34 van Pro
de Paspoortwet, ter vervanging van een verklaring van de man voor het verkrijgen
van Nederlandse paspoorten voor de kinderen, als bedoeld in artikel 36, eerste lid, Paspoortwet,
althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht.
De juridische vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfsplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.
Vervangende toestemming vakantie [plaats] , Oeganda
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kan de moeder aan de rechtbank vervangende toestemming vragen. De rechtbank neemt daarbij een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De moeder wil graag met de kinderen naar [plaats] , Oeganda reizen, onder andere zodat de kinderen hun oma kunnen ontmoeten. Zij woont nog in Eritrea. Een bezoek aan Nederland is voor de oma niet mogelijk, een terugkeer naar Eritrea voor de moeder niet. Oeganda is een land dat zij allebei kunnen bereiken. De juridische vader is al jaren onbereikbaar voor de moeder. Het lukt haar dan ook niet om toestemming van hem te krijgen voor de reis.
De rechtbank zal de moeder vervangende toestemming verlenen om in de zomervakantie van 2026 met de kinderen naar [plaats] , Oeganda, op vakantie te gaan. Uitganspunt is dat de kinderen belang hebben bij een vakantie met hun moeder. Dat belang is in deze zaak extra groot omdat de kinderen op deze manier hun oma kunnen ontmoeten. De juridische vader heeft geen verweer gevoerd en het reisadvies van de Rijksoverheid ten aanzien van Oeganda is geel, zodat de rechtbank geen reden ziet om af te wijken van haar uitgangspunt.
Vervangende toestemming paspoorten
Op grond van artikel 34 lid 1 van Pro de Paspoortwet wordt bij een paspoortaanvraag voor een minderjarige een toestemmingsverklaring overgelegd van beide ouders die het gezag uitoefenen. Uit het tweede lid van voormeld artikel blijkt dat als één van de ouders weigert toestemming te geven, de rechtbank vervangende toestemming kan verlenen. De rechtbank neemt daarbij een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Ook ten aanzien van de aanvraag voor de paspoorten van de kinderen kan de moeder geen toestemming krijgen van de juridische vader. Zoals hiervoor overwogen, wil de moeder naar Oeganda reizen. Voor die reis hebben de kinderen een paspoort nodig. Nu door de vader geen verweer is gevoerd en niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich hiertegen verzet, zal de rechtbank de door de moeder verzochte vervangende toestemming op grond van artikel 34, tweede lid Paspoortwet, toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de juridische vader vervangt – om met de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ,
naar [plaats] , Oegenda, te reizen in de zomervakantie van 2026;
verleent toestemming aan de moeder – die de toestemming van de juridische vader vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een paspoort voor de kinderen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 12 mei 2026.