Partijen zijn gehuwd in Eritrea en zijn gezamenlijk gezagdragers over drie minderjarige kinderen met de Nederlandse en Eritrese nationaliteit. De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming om met de kinderen naar Oeganda te reizen tijdens de zomervakantie van 2026 en om paspoorten voor hen aan te vragen, omdat de juridische vader geen toestemming geeft en onbereikbaar is.
De rechtbank stelt vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, waardoor zij bevoegd is om naar Nederlands recht te beslissen. De moeder heeft meerdere F9-formulieren ingediend en de vader is openbaar opgeroepen, maar heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen.
De rechtbank weegt het belang van de kinderen, waaronder het kunnen ontmoeten van hun oma in Oeganda, en constateert dat het reisadvies voor Oeganda geel is. Gezien het ontbreken van verweer en het belang van de kinderen, verleent de rechtbank de moeder vervangende toestemming voor de reis en voor het aanvragen van paspoorten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.