Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15890

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
K/4502/11941599
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.5 algemene voorwaarden Q-ParkArt. 6:96 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering Q-Park wegens treintje rijden zonder geldig parkeerbewijs

Q-Park vordert betaling van schadevergoeding en parkeergeld van gedaagde die op 25 juni 2025 de parkeergarage heeft verlaten zonder geldig parkeerbewijs, door direct achter een voorganger langs de slagboom te rijden, een praktijk bekend als 'treintje rijden'. Q-Park baseert haar vordering op artikel 5.5 van haar algemene voorwaarden en stelt dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Gedaagde erkent het treintje rijden, maar betwist de hoogte van de schadevergoeding en stelt dat hij geen betaalmiddelen had en geen contact kon krijgen met de klantenservice. De rechtbank oordeelt dat gedaagde onvoldoende onderbouwing biedt voor zijn betwisting en dat Q-Park aannemelijk heeft gemaakt dat geen contactpogingen via de intercom zijn geregistreerd.

De rechtbank wijst de vordering van Q-Park integraal toe, inclusief € 382,41 schadevergoeding, € 46,00 parkeergeld, € 64,26 buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente vanaf 25 juni 2025. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het subsidiaire onrechtmatigheidsverweer behoeft geen bespreking omdat het primaire verweer slaagt.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, parkeergeld, incassokosten en proceskosten wegens treintje rijden zonder geldig parkeerbewijs.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
jk/b
Zaaknummer: 11941599 \ RL EXPL 25-20151
Vonnis van 26 mei 2026
in de zaak van
Q-PARK Operations Netherlands B.V.,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Q-Park,
gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde partij],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 oktober 2025, met producties 1 t/m 5,
- de conclusie van antwoord van 5 november 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- een akte van Q-Park van 13 januari 2026, met productie 6,
- de mondelinge behandeling van 1 mei 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt die zich in het griffiedossier bevinden.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Q-Park is exploitant van de parkeergarage AMSTERDAM-Oostenburg (hierna: de parkeergarage).
2.2.
Artikel 5.5 van de algemene voorwaarden van Q-Park luidt als volgt:
“Het met een Motorvoertuig of enig ander voertuig verlaten van de Parkeerfaciliteit zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd Parkeerbewijs (bijvoorbeeld door langs de slagboom te rijden of door middel van het zogenoemde “treintje rijden”, waarbij de Klanten direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt,) is onder geen beding toegestaan. Indien Q-Park gebruik van de Parkeerfaciliteit in strijd met het bepaalde in dit artikel constateert, is de Klant het voor de betreffende Parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” (zoals vermeld bij de inrit van de Parkeerfaciliteit) verschuldigd, alsmede een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 382,41 (prijspeil 2025).”
2.3.
Op een informatiebord bij de ingang van de parkeergarage wordt verwezen
naar de algemene voorwaarden. Dit informatiebord staat voor de slagboom en voor de kaartautomaat.
2.4.
Op 25 juni 2025 om 14:49 uur heeft [gedaagde partij] in een Audi A1 Sportback, met kenteken [kenteken] , de parkeergarage verlaten door direct achter een voorganger onder dan wel langs de slagboom te rijden zonder gebruik te maken van een geldig parkeerbewijs, hierna “treintje rijden” genoemd.

3.Het geschil

3.1.
Q-Park vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 428,41, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten. Q-Park legt aan haar vordering primair het volgende ten grondslag. [gedaagde partij] heeft gehandeld in strijd met artikel 5.5 van de algemene voorwaarden en is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tegen Q-Park door op 25 juni 2025 om 14:49 uur door middel van “treintje rijden” de parkeergarage te verlaten. Op grond van de algemene voorwaarden is [gedaagde partij] het verschuldigde parkeergeld (berekend naar rato van de aanwezigheid van de auto en het parkeertarief per uur) en een schadevergoeding verschuldigd. Dit komt neer op € 46,00 aan parkeergeld en € 382,41 aan schadevergoeding.
3.2.
Subsidiair legt Q-Park aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde partij] onrechtmatig tegen haar heeft gehandeld door direct achter een voorganger, althans zonder dat hij een geldig parkeerbewijs- of middel heeft gebruikt, de parkeergarage heeft verlaten. Dit is volgens Q-Park in strijd met hetgeen volgens ongeschreven regels in het maatschappelijke verkeer betaamt. Q-Park stelt zich op het standpunt dat zij door het handelen van [gedaagde partij] schade lijdt die aldus aan hem kan worden toegerekend.
3.3.
Ondanks aanmaning heeft [gedaagde partij] niet aan Q-Park betaald. Q-Park maakt daarom eveneens aanspraak op een bedrag van € 64,26 aan buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.
3.4.
[gedaagde partij] erkent dat hij “treintje heeft gereden”, maar betwist de hoogte van de schade. Daarbij voert hij aan dat hij geen middelen had om te betalen en zo de parkeergarage te verlaten. Ook stelt hij dat hij geen contact kreeg via de intercom met de klantenservice van Q-Park.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde partij] heeft erkend dat hij zonder geldig parkeerbewijs of -middel langs de slagboom is gereden door kort achter een voorganger aan te rijden. Daarmee staat vast dat hij in weerwil van artikel 5.5 van de algemene voorwaarden heeft gehandeld en moet hij de door Q-Park gevorderde schadevergoeding ad € 382,41 betalen. [gedaagde partij] heeft de hoogte van dit bedrag betwist maar verder niet onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbijgaat. De kantonrechter gaat ook voorbij aan het verweer van [gedaagde partij] dat hij tevergeefs contact heeft gezocht via de intercom. Q-Park heeft aan de hand van het logboek onderbouwd dat geen melding van de zijde van [gedaagde partij] staat geregistreerd. Vervolgens is [gedaagde partij] hier niet meer op teruggekomen. Het gevorderde parkeergeld ad € 46,00 ligt eveneens voor toewijzing gereed, nu [gedaagde partij] dit bedrag onvoldoende heeft betwist en Q-Park voldoende onderbouwd heeft gesteld dat [gedaagde partij] het parkeergeld verschuldigd is. Nu het primair gevorderde slaagt, behoeft het subsidiair gevorderde van Q-Park geen bespreking.
Buitengerechtelijke kosten
4.2.
Q-Park vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Q-Park heeft aan [gedaagde partij] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 64,26 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.3.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Q-Park worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
473,28

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 428,21, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 25 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Q-Park te betalen een bedrag van € 64,26 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 25 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.