Uitspraak
[eiser 1a]en zijn (inmiddels meerderjarige) kinderen
[eiser 1b]en
[eiser 1c], te [plaats 1] , Irak,
2.
[eiser 2a]in persoon en als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige
[eiser 2b], te [plaats 2] ,
3.
[eiser 3], in persoon en als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige
[eiser 2b], te [plaats 2] ,
4.
[eiser 4]te [plaats 1] , Irak,
5.
[eiser 5a] ', in persoon en als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen
[eiser 5b],
[eiser 5c]en
[eiser 5d], alsmede in persoon zijn inmiddels meerderjarige zoon
[eiser 5e], te [plaats 1] , Irak,
[eiser 6]te [plaats 1] , Irak,
7.
[eiser 7a], en haar (meerderjarige) kinderen
[eiser 7b],
[eiser 7c]en
[eiser 7d], te [plaats 3] , Irak,
8.
[eiser 8]te [plaats 3] , Irak,
9.
[eiser 9]te [plaats 3] , Irak,
10.
[eiser 10a]en zijn echtgenote
[eiser 10b], moeder
[eiser 10c]en zus
[eiser 10d], te [plaats 3] , Irak,
11.
[eiser 11a], in persoon en als wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarige
[eiser 11b], alsmede in persoon hun meerderjarige zoon/broer
[eiser 11c], te [plaats 4] , Irak,
reasonable commander. Bij de beantwoording van deze vraag acht de rechtbank in de hoofdzaak (hierna: de hoofdkamer) twee kwesties van bijzonder belang. In de eerste plaats is dat de kwestie van de al dan niet bestaande voorzienbaarheid van het risico op een secundaire explosie met ingrijpende gevolgen voor de omgeving. In de tweede plaats is van bijzonder belang wat bij de RCH bekend was over het zogenoemde
pattern of lifein en direct rond de fabriek, met andere woorden of in de directe omgeving daarvan burgers verbleven en, zo ja, op welke tijdstippen. De hoofdkamer heeft de Staat bevolen nadere toelichtingen te geven en een aantal stukken in het geding te brengen.
target folder, de gelakte onderdelen in de processen-verbaal van de verhoren die de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) heeft afgenomen van de RCH en de verbindingsofficieren, de gelakte onderdelen in het Memorandum dat is gericht aan de Commandant der Strijdkrachten getiteld
‘Onderzoek CIVCAS melding 2 juni 2015 ‘VBIED Facility’van 30 juni 2016 (hierna: het memorandum), de gelakte onderdelen in door de Staat overgelegde producties 31B tot en met 41B, 44B tot en met 51B en 53B, en de bewegende beelden genoemd onder 3.2.8 van de akte na tussenvonnis van 22 mei 2024 (hierna: de bewegende beelden). De geheimhoudingskamer wijst het verzoek van de Staat af voor zover dat betrekking heeft op de door de Staat overgelegde producties 42B, 43B, 52B en 54B.
2.De procedure
- het vonnis van de geheimhoudingskamer van 26 februari 2025 en de daarin genoemde stukken;
- de akte na tussenvonnis, tevens houdende akte overlegging producties van de Staat van 2 juli 2025, met bijlagen I en II en producties 26 tot en met 55;
- de antwoordakte van eisers van 31 december 2025, met producties 130 en 131;
- de akte uitlaten producties 130 en 131 van de Staat van 25 februari 2026;
- de rolbeslissing van 10 april 2026 dat de geheimhoudingskamer kennis zal nemen van de
- de e-mail van de Staat van 15 april 2026 over het bezoek van de geheimhoudingskamer aan het ministerie van Defensie; en
- het op 17 april 2026 door de Staat overgelegde overzicht van wat op de bewegende beelden te zien is.
target folderen de bewegende beelden bekeken.
3.De nadere beoordeling
reasonable commander-toets. Indien namelijk eerdere bombardementen op ogenschijnlijk soortgelijke VBIED-faciliteiten slechts zeer beperkte secundaire explosies hadden veroorzaakt, zou dat in de gegeven situatie een indicatie kunnen vormen dat dat laatste ook voor de VBIED-faciliteit zou gelden.
pattern of lifein en direct rond de VBIED-faciliteit, met andere woorden of in de VBIED-faciliteit zelf of in de directe omgeving daarvan burgers (geregeld) verbleven en, zo ja, op welke tijdstippen, bijvoorbeeld alleen overdag of ook ’s nachts. Ook zou van belang kunnen zijn of, en zo ja, wat de RCH wist over de duur en intensiteit van het onderzoek daarnaar in vergelijking met eerdere inzet van wapens in vergelijkbare gevallen. (…)
pattern of lifeen aan enkele stukken die zien op deze stellingen.
pattern of lifebeveelt de rechtbank een toelichting waarin een vergelijking wordt gemaakt betreffende de duur en intensiteit van het onderzoek daarnaar tussen enerzijds het bombardement op de VBIED-faciliteit in [plaats 3] en anderzijds bedoelde andere, aan dit bombardement voorafgegane bombardementen op VBIED-faciliteiten in Irak. Ook verlangt de rechtbank een toelichting op de vraag in hoeverre de RCH van de duur en intensiteit van bedoelde onderzoeken op de hoogte is gesteld. Deze toelichting kan in die zin algemeen van aard blijven, dat gevoelige technische aspecten van de surveillance achterwege mogen worden gelaten.
Air Task Force Middle East(hierna: ATF-ME) in de periode vóór 2 juni 2015 vier doelen heeft aangevallen die vergelijkbaar waren met de
Vehicle-Borne Improvised Explosive Devices(hierna: VBIED)-faciliteit in [plaats 3] .
mission materialsin het archief, waaronder beeldmateriaal. De Staat heeft vermeld dat hij per doel een representatieve selectie van de statische beelden en
stillsvan de bewegende beelden uit het archief in geschoonde vorm in het geding heeft gebracht.
After Action Reports(AAR’s) en afbeeldingen vanuit de lucht. Veel van deze AAR’s en afbeeldingen zijn deels ‘gezwart’.
- de
- de uitwerkingen (processen-verbaal) van de verhoren die de KMar heeft afgenomen van de RCH en de verbindingsofficieren;
- annex 18 bij het document van het Amerikaanse
- de derde pagina van het memorandum;
- de door de Staat op 22 mei 2024 genomen akte na tussenvonnis inclusief de daarbij in het geding gebrachte producties; en
- de bewegende beelden.
target folderen de bewegende beelden. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de Staat verwezen naar een bijlage die ook naar eisers is verzonden, bijlage I, en een vertrouwelijke bijlage, bijlage II, die alleen de geheimhoudingskamer heeft ingezien. Verder heeft de Staat zijn verzoek, voor zover dat betrekking heeft op de
target folder, onderbouwd met een brief van 14 maart 2025. De Staat heeft als productie 26A een kopie van die brief overgelegd waarin de functies en namen van de behandelend ambtenaren van zowel de Staat als van de Verenigde Staten zijn weggelakt.
target folderniet, zoals bevolen in het tussenvonnis van 26 februari 2025, aan de geheimhoudingskamer heeft overgelegd, maar haar (slechts) de mogelijkheid heeft gegeven deze onder strikte voorwaarden op het ministerie van Defensie in te zien. Die voorwaarden houden onder meer in dat de inzage dient plaats te vinden in een beveiligde ruimte binnen het ministerie van Defensie waarin geen gebruik mag worden gemaakt van opnameapparatuur en het maken van aantekeningen evenmin geoorloofd is. Eisers betogen dat door de inzage onder die omstandigheden te laten plaatsvinden de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de rechtspraak wordt aangetast. Zij stellen in verband daarmee primair dat de
target folderalsnog aan de geheimhoudingskamer overgelegd dient te worden en subsidiair dat in elk geval de voorwaarde dat geen aantekeningen gemaakt mogen worden van tafel moet. Dit betoog faalt om de volgende redenen. De Staat heeft bedoelde voorwaarden kennelijk gesteld met geen ander doel dan het door haar gestelde geheime karakter van de
target folderte waarborgen. De voorwaarde dat geen aantekeningen mogen worden gemaakt van wat in de desbetreffende ruimte op het ministerie is besproken of getoond, geldt voor alle functionarissen die van die ruimte gebruik (mogen) maken en is in die zin, naar de geheimhoudingskamer heeft begrepen, inherent aan het gebruik van die beveiligde ruimte. Verder heeft de geheimhoudingskamer, zoals zij ook had verlangd, zonder aanwezigheid van derden de
target folderkunnen bestuderen en bespreken en daarvoor de tijd genomen die zij nodig had. Van de beperking dat geen aantekeningen mochten worden gemaakt, heeft de geheimhoudingskamer geen hinder ondervonden. Hierbij is van belang dat de taak van de geheimhoudingskamer beperkt is tot de beoordeling van de vraag of sprake is van een gewichtige reden die maakt dat beperkte kennisname van de
target folder(een stuk van 8 pagina’s) door de hoofdkamer gerechtvaardigd is. De geheimhoudingskamer heeft die vraag kunnen beantwoorden zonder dat daarvoor ter plaatse van de inzage gemaakte aantekeningen nodig of gewenst waren. Nu geen sprake is geweest van de door eisers gestelde aantasting van de kwaliteit of van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in verband met de gestelde voorwaarden, hebben eisers geen belang bij hun bezwaar tegen de inzage van de
target folder(in plaats van het overleggen daarvan) en de voorwaarden waaronder deze inzage heeft plaatsgevonden.
target folderdoor de Amerikaanse autoriteiten is voorzien van de rubricering
“Secret”. Dit betekent dat de
target foldervalt onder de reikwijdte van het door de Staat ingeroepen bilaterale verdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten inzake de beveiliging van gerubriceerde gegevens uit 1960. [2] Op grond van dat verdrag is de Staat verplicht aan de
target folderdezelfde graad van beveiliging toe te kennen die de Amerikaanse regering heeft toegekend en de
target folderniet voor een ander dan het aangegeven doel te gebruiken. Dit brengt mee dat de Staat zonder toestemming van de Verenigde Staten de informatie die is vervat in de
target folderniet met eisers kan delen. Dit vormt naar het oordeel van de geheimhoudingskamer een gewichtige reden voor beperkte kennisneming van de
target folder.
target folderin het kader van de (hoofd)procedure met eisers te mogen delen. Dit verzoek heeft de Staat gedaan door middel van de in het geding gebrachte brief aan de Verenigde Staten van 14 maart 2025 met als onderwerp “
Court order regarding USA classified documents – Court case NLD airstrike VBIED-facility in [plaats 3] on June 2-3, 2015”. Volgens de Staat is namens de Verenigde Staten op 22 april 2025 negatief op dit verzoek gereageerd. Eisers voeren aan dat de Staat zich onvoldoende heeft ingespannen om bedoelde toestemming te verkrijgen. Dat zou volgens eisers in de eerste plaats blijken uit het rapport van de commissie-Sorgdrager, waarin ten aanzien van andere informatie over het bombardement op [plaats 3] , het zogenoemde AR 15-6 onderzoeksrapport, staat dat de Staat er onvoldoende prioriteit aan had gegeven en onvoldoende belangrijke mensen had ingeschakeld om te bewerkstelligen dat CENTCOM dit onderzoek met Nederland zou delen. Verder merken eisers op dat de Staat geen inzage geeft wie namens de Staat het verzoek heeft gedaan en aan wie van de Verenigde Staten het verzoek is gericht. Ten slotte heeft de Staat volgens eisers niet exact aan de Verenigde Staten gevraagd wat de rechtbank heeft bevolen. De geheimhoudingskamer overweegt hierover het volgende.
target folderniet met eisers mag delen omdat de Verenigde Staten dit stuk als
“Secret”hebben aangemerkt. Voorts is naar het oordeel van de geheimhoudingskamer genoegzaam gebleken dat de Staat de Verenigde Staten door middel van de brief van 14 maart 2025 heeft verzocht om de
target folderin het kader van de procedure ook met eisers te mogen delen. Immers nadat de Staat in deze brief de context van de rechtszaak en het bevel van de rechtbank tot overlegging van stukken heeft geschetst, legt hij aan de Verenigde Staten onder meer de volgende vraag voor: “
To what exten[t] can the USA (partially) declassify the aformentioned documents, to that the State can share the information in these documents with BOTH the court AND claimants?”Dat namens de Verenigde Staten op dit verzoek is beslist dat de informatie in de bewuste documenten, waaronder de
target folder, niet met eisers kan worden gedeeld, staat niet ter discussie, zodat in het midden kan worden gelaten wie precies de geadresseerde functionaris is binnen de Amerikaanse overheid. Zoals eisers terecht opmerken, kan uit de kopie van de brief van 14 maart 2025 die als productie 26A is overgelegd worden opgemaakt dat het verzoek namens de Staat is gedaan door een functionaris werkzaam bij de directie internationale zaken van het Directoraat-Generaal Beleid van Defensie. Daaruit volgt niet dat het verzoek afkomstig is van het verkeerde organisatieonderdeel van de Staat of “niet op het juiste niveau” is ingestoken, zoals eisers kennelijk veronderstellen. Dat volgt evenmin uit de door eisers aangehaalde passage uit het rapport van de commissie-Sorgdrager, reeds omdat die passage geen betrekking heeft op de
target folderen het verzoek van de Staat de inhoud daarvan ook met eisers te mogen delen. De slotsom is dat niet is gebleken dat de Staat zich onvoldoende heeft ingespannen om toestemming van de Verenigde Staten te verkrijgen om de
target foldermet eisers te mogen delen.
target foldertot de hoofdkamer gerechtvaardigd is. Aan eisers kan worden toegegeven dat kennisneming van de
target foldervan belang is voor het debat over de vragen waarvoor de hoofdkamer zich gesteld ziet. Daartegenover staat echter het meer algemene belang van de Staat dat kennisneming door eisers van de
target folderzou betekenen dat de Staat verdragsafspraken niet nakomt, wat de betrekkingen met bondgenoten, meer bepaald de Verenigde Staten, en de algehele betrouwbaarheid van de Staat in het internationale verkeer ernstig zou kunnen schaden. Dit algemene belang weegt naar het oordeel van de geheimhoudingskamer zwaarder dan het belang van eisers om van de
target folderkennis te nemen. De geheimhoudingskamer voegt hieraan toe dat zij het van belang acht dat eisers de hoofdkamer toestemming verlenen om mede op de grondslag van de
target folderuitspraak te doen, zodat de hoofdkamer onder meer kan toetsen of wat de Staat over de inhoud daarvan heeft gesteld (zie bijvoorbeeld akte na tussenvonnis van 2 juli 2025, 5.4.6 tot en met 5.4.8) juist is.
target folder, zoals blijkt uit 3.10 tot en met 3.14, gebaseerd op de geschoonde kopie van de brief (productie 26A).
rules of engagement; en
rules of engagementheeft de Staat voldoende toegelicht dat deze nummering in combinatie met de overige informatie in het memorandum inzicht biedt in de systematiek, strekking en/of inhoud van de rules of engagement van de NAVO en daarmee de voorwaarden waaronder Nederland en zijn bondgenoten bepaalde aanvallen wel of juist niet uitvoeren. Ten aanzien van de eenheid waar documentatie wordt opgeslagen, heeft de Staat voldoende toegelicht dat de vermelding daarvan te gedetailleerd weergeeft waar informatie wordt opgeslagen. De beperking van de kennisneming van het memorandum is dus gerechtvaardigd, gelet op de door de Staat naar voren gebrachte belangen en het feit dat eisers geen belang naar voren hebben gebracht bij (verdergaande) inzage.
Akte 22 mei 2024
target foldersvan de verschillende aanvallen op VBIED-faciliteiten die door ATF-ME zijn uitgevoerd. De Staat heeft zich op het standpunt gesteld dat deze zijn opgesteld door en eigendom zijn van de Verenigde Staten waardoor het de Staat niet vrijstaat deze in hun geheel aan eisers of de geheimhoudingskamer te verstrekken.
target foldersdan die is ingezien voorafgaand aan de aanval op [plaats 3] van 2-3 juni 2015. Zij gaat daarom voorbij aan het standpunt van de Staat over andere
target folders.
pattern of lifeheeft vermeld. Voor zover zij willen zeggen dat dit een weigering is in de zin van artikel 22 Rv Pro, volgt de geheimhoudingskamer dit niet. In de akte van 22 mei 2024, hoofdstuk 5, heeft de Staat een nadere toelichting gegeven op het onderzoek naar het
pattern of life. De Staat heeft zich niet op een gewichtige reden beroepen die de geheimhoudingskamer kan beoordelen. Of de Staat een bevredigend antwoord heeft gegeven op de vragen waarvoor de hoofdkamer zich gesteld ziet, is ter beoordeling van de hoofdkamer.
Producties bij aktes 22 mei 2024 en 23 oktober 2024 (producties 42, 43, 52 en 54)
Correspondentie met de Verenigde Staten (producties 31 tot en met 33)
AAR’s (producties 35, 36, 39, 40, 46 en 50)
AAR production date, Supported unit, Date & time of weapon employment, Province/district
Operation Inherent Resolve(hierna: OIR). Dat houdt ermee verband dat in de akte na tussenvonnis van 22 mei 2024 en de bijbehorende producties aanzienlijk meer informatie over deze aanvallen wordt verstrekt dan in de openbare database van luchtaanvallen die Nederland heeft uitgevoerd tijdens OIR of elders.
human shield-strategieën (het plaatsen van militaire objecten in of nabij civiele objecten en/of de burgerbevolking om te voorkomen dat deze worden aangegrepen) hierop af te stemmen.
pattern of lifewas rondom die locatie op het tijdstip van de aanval. Ook dit stelt tegenstanders in staat om hun
(human shield-)strategieën hierop af te stemmen en hun militaire objecten beter te beschermen.
Involved coalition partners
Involved local authorities
Execution
Joint Desired Point of Impact(hierna: JDPI)’s van de aanval, het type wapen dat is ingezet, het resultaat daarvan en/of een beschouwing van of (dit deel van) de aanval volgens plan verliep.
Commanders assessment
Afbeeldingen (producties 34, 37, 38, 41, 42, 43, 44, 45, 47, 48, 49, 51 en 53)
Rubricering/coalitiepartner (producties 34, 38, 41, 44, 47, 48 en 49)
Voorwaarden / restricties (producties 34, 38, 41, 44, 48, 51 en 53)
Gegevens gebouwen in omgeving doel (producties 34 en 41)
Code JDPI (producties 34, 38, 41, 44, 45, 48 en 49)
Code type gebouw en afstand tussen gebouw en doel (producties 34, 38, 44 en 48)
Productie 37
Lange balk onderaan op productie 45
battle damage assessmenten informatie over de ingezette wapens op productie 45 gerechtvaardigd is. De geheimhoudingskamer hecht een grotere waarde aan het belang van de Staat bij het voorkomen van inzicht in wapensystemen en modus operandi dan aan het belang van eisers bij kennisneming van deze gegevens. Daarbij weegt de geheimhoudingskamer mee dat eisers geen bezwaar hebben gemaakt tegen de beperkte kennisneming van deze gegevens.
stillsopgenomen van de bewegende beelden. Bovendien heeft de Staat op 17 april 2026 een overzicht overgelegd van wat op de bewegende beelden te zien is.
pattern of lifein [plaats 3] . De bewegende beelden zijn overgelegd in het kader van de vraag naar het risico op een secundaire explosie en zijn, zoals blijkt uit het op 17 april 2026 overgelegde overzicht, tijdens de aanval gemaakt.
4.De beslissing
target folder, de producties 27B tot en met 41B, 44B tot en met 51B en 53B en de bewegende beelden tot de hoofdkamer toe;
target folder, productie 27B (indien zij geen gebruik maken van de onder 4.4 genoemde mogelijkheid) en producties 28B tot en met 41B, 44B tot en met 51B en 53B en de ongeschoonde beelden uitspraak te doen;