Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:15912

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
704810
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:119 BWArt. 8:45 AwbWet open overheidGrondwet art. 17 lid 1
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen Saints & Stars tegen Staat inzake Woo-verzoek en communicatie over arbeidsinspectieonderzoek

Saints & Stars, een fitnessonderneming, vorderde in kort geding dat de Staat de afspraken uit een proces-verbaal over het verstrekken van documenten op grond van een Woo-verzoek zou nakomen en dat de Staat zou worden verboden verdere mededelingen te doen over het onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA).

De NLA had een onderzoek ingesteld naar overtredingen van arbeidswetten bij Saints & Stars, wat leidde tot publicaties en negatieve gevolgen voor de onderneming. Saints & Stars stelde dat niet alle gevraagde documenten waren verstrekt en dat de Staat onzorgvuldig en onwaar had gecommuniceerd met de media, met name Het Parool.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de afspraken in het proces-verbaal niet vereisten dat alle documenten binnen de reikwijdte van het Woo-verzoek zonder meer verstrekt moesten worden, maar dat de Woo-beslissing leidend is. De bestuursrechtelijke route is de juiste weg om de juistheid van het Woo-besluit te betwisten. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de Staat onzorgvuldig had gehandeld in de communicatie met de media.

De vorderingen van Saints & Stars werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Saints & Stars af en veroordeelt haar in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/704810 / KG ZA 26/477
Vonnis in kort geding van 15 mei 2026
in de zaak van
Saints & Stars B.V.te Amstelveen,
eiseres,
advocaat mr. H. Mouselli te Tilburg,
tegen
de Staat der Nederlanden (ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid)te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. M.S. Klijsen te Den Haag.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Saints & Stars’ en ‘de Staat’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13;
- de door de Staat overgelegde conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14;
- de op 15 mei 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij onder meer namens beide partijen pleitnotities zijn voorgedragen en overgelegd.
1.2.
Op 15 mei 2026 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking die is vastgesteld op 8 juni 2026.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
Saints & Stars is een fitnessonderneming. Zij heeft op dit moment vier vestigingen die zich alle in Amsterdam bevinden.
2.2.
De Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: NLA) is op 3 juni 2025 een onderzoek gestart naar de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), de Wet minimumloon en vakantiebijslag (Wml) en de Arbeidstijdenwet (Atw) door Saints & Stars. Dit onderzoek heeft geleid tot de vaststelling van overtredingen.
2.3.
Op 15 juli 2025 heeft de NLA op haar website en op haar LinkedIn-pagina een nieuwsbericht geplaatst met de titel “23 medewerkers illegaal aan het werk in Amsterdamse sportschoolketen”. Vervolgens heeft zij op 24 juli 2025 op haar website een nieuwsbericht geplaatst met de titel “Boekhouder Amsterdamse sportschool aangehouden”. Ook heeft zij de aanhouding van de boekhouder in een bericht op haar LinkedIn-pagina gemeld.
2.4.
Het Parool heeft op 25 en 26 juli 2025 artikelen gepubliceerd over Saints & Stars waarin wordt verwezen naar het onderzoek van de NLA naar Saints & Stars.
2.5.
Nadien hebben Saints & Stars en de bij haar onderneming betrokken personen te maken gehad met belaging, bedreiging en vernieling van eigendommen. Ook hebben klanten hun abonnement opgezegd en hebben zakenpartners de samenwerking met Saints & Stars beëindigd.
2.6.
Op 28 juli 2025 heeft Saints & Stars bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister) een verzoek ingediend in het kader van de Woo, de Wet open overheid (hierna: het Woo-verzoek). Zij heeft verzocht om alle informatie en documenten te verstrekken die betrekking hebben op of verband houden met (i) de publicatie van de nieuwberichten, (ii) de contacten die er in de periode 1 januari 2025 tot en met 28 juli 2025 zijn geweest tussen medewerkers van de Arbeidsinspectie, dan wel het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: het Ministerie) enerzijds en journalisten en/of andere derden anderzijds in het kader van het door de NLA ingestelde onderzoek en (iii) de door een woordvoerder, dan wel andere medewerkers van de Arbeidsinspectie of het Ministerie aan Het Parool, Hart van Nederland, NRC en/of andere derden gedane mededelingen over het onderzoek.
2.7.
Diezelfde dag heeft Saints & Stars bij de NLA verzocht om volledige inzage in het onderzoeksdossier. In reactie op dat verzoek heeft de NLA laten weten dat zij ter voorkoming van enige belemmering van het onderzoek geen (nadere) informatie verstrekt. Zij heeft erop gewezen dat het boeterapport en de daarbij behorende stukken na afronding van het onderzoek aan Saints & Stars zullen worden verstrekt.
2.8.
Op 30 januari 2026 heeft de Minister aan Saints & Stars bericht dat hij voornemens is om naar aanleiding van de onderzoeksbevindingen van de NLA bestuurlijke boetes met openbaarmaking van inspectiegegevens en waarschuwingen preventieve stillegging aan Saints & Stars op te leggen (hierna: de voorgenomen besluiten) en heeft hij Saints & Stars in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen op de voorgenomen besluiten.
2.9.
In maart 2026 heeft Saints & Stars in kort geding gevorderd dat de Staat wordt verboden om (verdere) mededelingen te doen over (het onderzoek naar) Saints & Stars en dat hem wordt opgedragen om alle door hem gepubliceerde nieuwsberichten over Saints & Stars te verwijderen. Daarnaast beoogde Saints & Stars met dit kort geding uitstel te krijgen voor het indienen van haar zienswijze tegen de voorgenomen besluiten en de Staat te dwingen de definitieve besluitvorming aan te houden tot na de beslissing op het Woo-verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling op 23 maart 2026 hebben partijen onderling afspraken gemaakt ter beëindiging van het geschil in kort geding. Deze afspraken zijn vastgelegd in een proces-verbaal en luiden – voor zover van belang – als volgt:
“1. Eiseres krijgt tot en met 10 april 2026 de gelegenheid om zienswijzen in te dienen.
2. Gedaagde zegt toe dat uiterlijk 1 mei 2026 op het Woo-verzoek zal worden beslist.
3. Eiseres heeft vervolgens na ontvangst van de beslissing op het Woo-verzoek met de
gevraagde bescheiden twee weken de tijd om de zienswijzen aan te vullen.
4. Vervolgens zal in onderling overleg een datum voor een te houden mondelinge zienswijze
worden vastgesteld. Er wordt gestreefd naar een mondelinge zienswijze op 18 mei 2026.
5. Gedaagde zegt toe dat geen publicatie zal worden geplaatst totdat een besluit zal zijn
genomen. Gedaagde zegt toe eiseres en haar advocaten een week voor het nemen van een
besluit te informeren over het feit dat een besluit volgt. Gedaagde heeft eveneens
toegezegd dat over een besluit aangaande eiseres niet eerder wordt gepubliceerd dan een
dag na de datum van het betreffende besluit en dat dit de enige publicatie is hierover.”
2.10.
Op 16 april 2026 heeft de Minister beslist op het Woo-verzoek van Saints & Stars.
Uit het besluit volgt dat na een zoekslag in de door woordvoering en/of het hoofd van de directie Communicatie van de NLA gebruikte systemen 149 documenten zijn aangetroffen die betrekking hebben op het verzoek van Saints & Stars. In een bijlage bij het besluit is vermeld of en in hoeverre de in die documenten opgenomen informatie openbaar wordt gemaakt. Diezelfde dag is de eerste trance van bescheiden, bestaande uit 67 pagina’s, aan Saints & Stars verstrekt. De tweede tranche, bestaande uit 43 pagina’s, is op 1 mei 2026 verstrekt.
2.11.
Vervolgens heeft het Ministerie, onder verwijzing naar de ter zitting gemaakte afspraken, aan Saints & Stars bericht dat zij tot en met 18 mei 2026 de tijd krijgt om een aanvullende schriftelijke zienswijze in te dienen tegen de voorgenomen besluiten. Saints & Stars heeft in reactie hierop het Ministerie laten weten dat zij zich hierin niet kan vinden, omdat zij haars inziens nog niet alle ‘gevraagde bescheiden’ heeft ontvangen. Ook heeft zij nadere informatie gevraagd over de contacten die het Ministerie heeft onderhouden met Het Parool.

3.Het geschil

3.1.
Saints & Stars vordert – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de Staat verplicht het proces-verbaal van 23 maart 2026 volledig na te komen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000.000 voor iedere dag of dagdeel waarop de Staat hiermee in gebreke blijft;
de Staat beveelt om Saints & Stars schriftelijk uitstel te verlenen voor het indienen van haar schriftelijke en mondelinge zienswijzen tegen de voorgenomen besluiten tot op de laatste dag van de twee weken te rekenen vanaf de dag na de datum waarop i) het Woo-besluit van 16 april 2026 in kracht van gewijsde is gegaan, ii) Saints & Stars de gevraagde bescheiden heeft ontvangen en een inhoudelijk gemotiveerde schriftelijke verslaglegging van alle gesprekken (zowel
off the recordals
on the record) die ambtenaren van het ministerie van SZW hebben gevoerd met een journalist van Het Parool en andere journalisten of personen over de onderzoeken naar Saints & Stars,
het onder B gevorderde bevel te versterken met een dwangsom van € 500.000 voor iedere dag of dagdeel waarop nakoming achterwege blijft, met een maximum van
€ 5.000.000;
de Staat verbiedt besluiten te nemen in vervolg op de kennisgevingen aangaande de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, Wet minimumloon en minimumvakantie-bijslag en de Arbeidstijdenwet door Saints & Stars, tot op de eerste dag van de derde week te rekenen vanaf de dag na de datum waarop i) het Woo-besluit van 16 april 2026 in kracht van gewijsde is gegaan, ii) Saints & Stars de gevraagde bescheiden heeft ontvangen en een inhoudelijk gemotiveerde schriftelijke verslaglegging van alle gesprekken (zowel
off the recordals
on the record) die ambtenaren van het Ministerie hebben gevoerd met een journalist van Het Parool en andere journalisten of personen over de onderzoeken naar Saints & Stars, zodat Saints & Stars in de gelegenheid zal zijn gesteld de hiervoor bedoelde zienswijzen in te dienen;
het onder D gevorderde verbod te versterken met een dwangsom van € 5.000.000 voor ieder besluit dat in strijd met het verbod genomen wordt;
de Staat verplicht een inhoudelijk gemotiveerde schriftelijke verslagging op te stellen van alle gesprekken zowel off-the-record als on the record die ambtenaren van het Ministerie hebben gevoerd met een journalist van Het Parool en andere journalisten of personen over de onderzoeken naar Saints & Stars en dit onverwijld, dan wel binnen zeven dagen na datum uitspraak in kort geding, aan Saints & Stars te verstrekken, zodanig dat Saints & Stars in de gelegenheid wordt gesteld dit in de hiervoor bedoelde zienswijzen te betrekken;
het onder F. gevorderde te versterken met een dwangsom van € 1.000.000 voor iedere dag of dagdeel waarop het Ministerie hiermee in gebreke blijft;
de Staat verbiedt enige online- of offline-mededeling te doen aan media en/of derde(n) aangaande Saints & Stars en de onderzoeksbevindingen van het Ministerie en/of Arbeidsinspectie aangaande de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de Arbeidstijdenwet en dit verbod te versterken met een dwangsom van € 1.000.000 voor iedere dag of dagdeel waarop het Ministerie hiermee in gebreke blijft;
I. iedere andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden acht;
te bepalen dat verbeurde dwangsommen worden vermeerderd met wettelijke rente indien de dwangsom(men) niet binnen 14 dagen na iedere datum van verbeuren worden voldaan;
de Staat te veroordelen in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Daartoe voert Saints & Stars – samengevat – het volgende aan. De Staat komt haar afspraak uit het proces-verbaal niet na om de met het Woo-verzoek gevraagde bescheiden te verstrekken en laat na antwoord te geven op de door Saints & Stars gestelde vragen over de contacten met de media voorafgaand aan de publicaties in het Parool. Hij heeft in totaal 110 pagina’s aan bescheiden verstrekt, terwijl tijdens de mondelinge behandeling op 23 maart 2026 is gezegd dat er zo’n 100 documenten (ongeveer 500 pagina’s) onder het Woo-verzoek vallen. Daarnaast weigert de Staat openheid van zaken te geven over (de inhoud van) de contacten die de NLA onderhield met een journalist van Het Parool en andere media, in het bijzonder over de
on the recorden
off the record-gesprekken zoals die blijken uit de wel verstrekte bescheiden. Als gevolg hiervan komen het recht van Saints & Stars op deugdelijke verdediging en daarmee ook de
equality of armsdirect in gedrang. De ontbrekende informatie kan immers niet betrokken worden bij de besluitvorming. Stars & Saints heeft er gelet op de uiterste datum voor indiening van de aanvullende zienswijze dan ook alle belang bij dat zo snel mogelijk voorlopige voorzieningen worden getroffen.
Saints & Stars stelt zich daarnaast op het standpunt dat de Staat zijn uit artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voortvloeiende waarheidsplicht heeft geschonden door tijdens de mondelinge behandeling op 23 maart 2026 te verklaren dat er geen nauwe contacten zijn geweest met Het Parool, terwijl inmiddels is gebleken dat dat aantoonbaar onjuist is. Dit en ook de rol die de Staat heeft gespeeld in
the trial by mediaals gevolg van de artikelen in Het Parool, rechtvaardigen volgens Saints & Stars dat de Staat wordt verboden om (verdere) mededelingen te doen over het onderzoek naar Saints & Stars.
3.3.
De Staat voert verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

de vorderingen A. tot en met G.
4.1.
De Staat heeft aangevoerd dat Saints & Stars niet-ontvankelijk is in haar vorderingen die zien op de bestuursrechtelijke voorprocedure van de NLA en de vorderingen over de bestaande of toekomstige besluiten van de Minister, omdat voor wat Saints & Stars met die vorderingen wil bereiken een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bestaat bij de bestuursrechter. Daarmee miskent de Staat echter dat de vorderingen primair zijn gebaseerd op nakoming van de afspraken die partijen tijdens de mondelinge behandeling van 23 maart 2026 hebben gemaakt. Met die afspraken hebben zij beoogd de bestuursrechtelijke voorprocedure te stroomlijnen, in die zin dat zij een stappenplan zijn overeengekomen dat, kort gezegd, bepaalt dat Saints & Stars eerst zienswijzen tegen de voorgenomen besluiten indient, vervolgens op het Woo-verzoek wordt beslist, Saints & Stars daarna aan de hand van verkregen stukken – waarover hierna meer – haar zienswijzen tegen de voorgenomen besluiten mag aanvullen en eerst dan definitieve besluitvorming zal plaatsvinden. Saints & Stars kan de (niet-)nakoming van deze privaatrechtelijke, ter zitting van de civiele rechter gemaakte afspraken (en de gevolgen daarvan) in een civielrechtelijk kort geding aan de orde stellen en daarmee samenhangende vorderingen instellen. Naar de voorzieningenrechter begrijpt neemt Saints & Stars het standpunt in dat het bij de tweede stap spaak is gelopen en dat dit tot gevolg heeft dat de volgende stappen nog niet genomen kunnen worden, hetgeen resulteert in de vorderingen A. tot en met E (en F en G). Gelet op de uiterste datum voor indiening/aanvulling van de schriftelijke zienswijzen en de datum van de mondelinge zienswijze, heeft Saints & Stars een spoedeisend belang bij deze vorderingen.
4.2.
De vraag die op grond van het primaire standpunt van Saints & Stars moet worden beantwoord is of de Staat is tekortgeschoten in de nakoming van de afspraken uit het proces-verbaal van 23 maart 2026 door in het kader van het Woo-verzoek ‘slechts’ 110 pagina’s aan bescheiden aan Saints & Stars te verstrekken. Volgens Saints & Stars heeft de Staat daarmee niet alle met het Woo-verzoek gevraagde bescheiden verstrekt. De Staat stelt daarentegen dat hij wel heeft voldaan aan de gemaakte afspraken, nu hij alle (gevraagde) bescheiden heeft verstrekt die op grond van de Woo voor openbaarmaking in aanmerking komen. Wat ontbreekt zijn documenten die buiten de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, die al openbaar zijn gemaakt, die dubbel zijn geïnventariseerd of waarop een Woo-uitzonderingsgrond van toepassing is, aldus de Staat.
4.3.
Het komt in dit geval aan op de uitleg van de betekenis van de frase “de gevraagde bescheiden” zoals opgenomen in onderdeel 3. van het proces-verbaal. Saints & Stars legt deze uit als alle bescheiden die binnen de reikwijdte van haar Woo-verzoek vallen. Als deze uitleg wordt gevolgd zou dit betekenen dat alle in de systemen van de NLA aangetroffen documenten die betrekking hebben op de in het Woo-verzoek vermelde aangelegenheid aan Saints & Stars moeten worden verstrekt. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat partijen dit voor ogen stond op het moment waarop zij de in het proces-verbaal vastgelegde afspraken maakten en is in ieder geval van oordeel dat Saints & Stars de afspraken redelijkerwijs niet aldus heeft mogen opvatten. Het geheel van afspraken duidt daar namelijk niet op. In het overeengekomen stappenplan wordt twee keer uitdrukkelijk verwezen naar de nog te nemen
beslissingop het Woo-verzoek. Dat veronderstelt dat eerst wordt getoetst of en in hoeverre de gevraagde bescheiden op grond van de Woo kunnen worden verstrekt. In dat kader is van belang dat in hoofdstuk 5 van de Woo verschillende uitzonderingsgronden zijn opgenomen die aan openbaarmaking van bepaalde informatie in de weg staan. Saints & Stars mocht redelijkerwijs niet ervan uitgaan dat de Staat de gehele Woo-toetsing aan de uitzonderingsgronden liet varen. Daarvoor bestaan onvoldoende aanknopingspunten. De door Saints & Stars geschetste gang van zaken tijdens de mondelinge behandeling van 23 maart 2026 werpt hierop geen ander licht. Uit het enkele antwoord van de behandelaar van het Woo-verzoek op een daartoe strekkende vraag van de voorzieningenrechter dat er ongeveer 100 documenten (circa 500 pagina’s) onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen, mocht Saints & Stars niet afleiden dat zij dan dus ook al die documenten verstrekt zou krijgen. Nergens blijkt namelijk uit dat partijen dat laatste met de nadien gemaakte afspraken hebben beoogd. Dat de woorden “met de gevraagde bescheiden” aan onderdeel 3. van het proces-verbaal zijn toegevoegd, is, gelet op de koppeling met de beslissing op het Woo-verzoek, daarvoor een onvoldoende aanwijzing. Als de redenering van Saints & Stars zou worden gevolgd, zou die Woo-beslissing immers zinledig worden omdat de uitkomst – alles verstrekken – immers al zou vaststaan. De voorzieningenrechter sluit zich dan ook aan bij de uitleg die de Staat aan het begrip “de gevraagde bescheiden” geeft, luidende de bij het (naar aanleiding van het Woo-verzoek genomen) Woo-besluit te openbaren bescheiden.
4.4.
Voor zover Saints & Stars meent dat op grond van de Woo meer documenten in aanmerking komen voor openbaarmaking dan de documenten die aan haar zijn verstrekt, geldt dat zij hiermee feitelijk de juistheid van het Woo-besluit ter discussie stelt. Met de Staat is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze discussie via de bestuursrechtelijke route (door het indienen van bezwaar en eventueel beroep) moet worden beslecht. Het is niet aan de (civiele) voorzieningenrechter om de juistheid van het Woo-besluit te toetsen. Uit de in het proces-verbaal opgenomen afspraken volgt niet dat de termijn voor indiening van aanvullende zienswijzen door Saints & Stars pas aanvangt nadat het Woo-besluit onherroepelijk is. De Staat kon, nadat zij op 1 mei 2026 alle op grond van het (primaire) Woo-besluit voor openbaarmaking in aanmerking komende bescheiden aan Saints & Stars had verstrekt, op grond van de gemaakte afspraken dan ook de uiterste datum voor indiening van aanvullende zienswijze bepalen op 18 mei 2026. Van een tekortkoming in de nakoming van de schikkingsovereenkomst is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen sprake. De vorderingen A. tot en met E. kunnen daarom niet op die grondslag worden toegewezen.
4.5.
Saints & Stars heeft onder F. en G. gevorderd dat de Staat, op straffe van verbeurte van een dwangsom, wordt verplicht een verslag op te stellen van alle gesprekken die door ambtenaren van de NLA met journalisten zijn gevoerd. Als Saints & Stars meent dat zij hier op grond van haar Woo-verzoek aanspraak op kan maken, verwijst de voorzieningenrechter naar wat hiervoor is overwogen.
4.6.
In de dagvaarding heeft Saints & Stars gesteld dat het niet verstrekken van de gevraagde bescheiden en het niet inhoudelijk beantwoorden van haar vragen (ook) onrechtmatig is. Zij wijst daarbij op het verdedigingsbeginsel, artikel 17, eerste lid, van de Grondwet en diverse artikelen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de redelijkheid en billijkheid. Volgens Saints & Stars heeft zij er belang bij inzage te krijgen in de (overige) gevraagde bescheiden en antwoord te krijgen op de door haar gestelde vragen, teneinde het handelen of nalaten van de Staat in relatie tot de voorgenomen besluiten te kunnen beoordelen. Door de gevraagde bescheiden niet te verstrekken, geen antwoord te geven op de gestelde vragen en geen nadere termijn te bieden voor het indienen van zienswijzen wordt zij ernstig in haar verdediging geschaad, aldus Saints & Stars.
4.7.
Op zichzelf is juist dat Saints & Stars recht heeft op informatie en stukken die noodzakelijk zijn voor een effectieve verdediging tegen de voorgenomen besluiten. De Staat betwist dat ook niet, met dien verstande dat hij erop wijst dat dit recht met name ziet op informatie/stukken die behoren tot het (onderzoeks)dossier, welk dossier al in het bezit is van Saints & Stars. Of de Staat in de bestuursrechtelijke voorprocedure kan volstaan met de verstrekking van dit dossier in combinatie met de op grond van de Woo vrijgegeven stukken, is echter niet een oordeel dat aan de (civiele) voorzieningenrechter toekomt. Met de Staat is de voorzieningenrechter van oordeel dat de bestuursrechter over die vraag gaat en dat er een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat.
4.8.
De bestuursrechter is in beginsel de aangewezen rechter om – in het kader van de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de besluiten – een oordeel te geven over de handelswijze van de Staat in de bestuurlijke voorprocedure. Slechts wanneer de bestuursrechtelijke rechtsgang onvoldoende rechtsbescherming biedt, omdat daarin geen vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt, fungeert de voorzieningenrechter in het civiele kort geding als ‘restrechter’. Hoewel Saints & Stars anders betoogt, is dat hier niet aan de orde. Het standpunt van Saints & Stars komt erop neer dat als de volgens haar ontbrekende informatie bij de besluitvorming wordt betrokken, dit tot gevolg zou kunnen hebben dat de boetes en/of andere voorgenomen sancties niet worden opgelegd, dan wel worden gematigd op grond van het evenredigheidsbeginsel en dat daarmee schade wordt voorkomen. Dat betekent echter niet dat niet van haar kan worden gevergd dat zij de aanvang van bestuursrechtelijke rechtsgang (bij het indienen van bezwaar tegen de voorgenomen besluiten) afwacht. Weliswaar is de indiening van zienswijzen de enige mogelijkheid voor Saints & Stars om vooraf invloed uit te oefenen op de besluitvorming, maar dat laat onverlet dat Saints & Stars in een nadien te volgen bestuursrechtelijke procedure voldoende mogelijkheden heeft om zich tegen de besluiten te verweren. Daarbij kan zij ook een beroep doen op schending van de in dit kort geding aan de orde gestelde rechten en beginselen, in welk verband de bestuursrechter de Staat kan verzoeken om inlichtingen of stukken te verstrekken (vgl. artikel 8:45 Algemene Pro wet bestuursrecht). Bovendien kunnen in die procedure ook voorlopige voorzieningen worden getroffen, waarmee de gestelde nadelige gevolgen van de besluiten tijdelijk kunnen worden stilgelegd. Dat de belangen van Saints & Stars, zoals zij stelt, onevenredig en onomkeerbaar worden aangetast als zij de besluitvorming moet afwachten, onderschrijft de voorzieningenrechter dan ook niet. Een andersluidend oordeel zou ertoe leiden dat geschillen die in alle bestuursrechtelijke voorprocedures rijzen aan de civiele voorzieningenrechter zouden kunnen worden voorgelegd. Dit verhoudt zich niet tot de specialiseringsgedachte waarop de gerechtelijke bevoegdheidsverdeling voornamelijk is geënt. De vorderingen van Saints & Stars kunnen dan ook evenmin worden toegewezen voor zover zij zijn gegrond op onrechtmatigheid vanwege de schending van onder meer het verdedigingsbeginsel.
de vordering onder H.
4.9.
Saints & Stars stelt zich op het standpunt dat de Staat de regisseur is geweest van de, zoals zij het noemt,
trial by mediadie na de publicaties in Het Parool heeft plaatsgevonden. Zij baseert zich daarbij op de in het kader van het Woo-verzoek aan haar verstrekte bescheiden. Volgens Saints & Stars blijkt uit die bescheiden dat de Staat, in tegenstelling tot wat tijdens de zitting van 23 maart 2026 namens hem is gezegd, nauwe contacten had met een journalist van het Parool en andere media en herleidbare informatie met hen heeft gedeeld. Saints & Stars wijst in het bijzonder op Whatsapp-gesprekken die tussen een ambtenaar van de NLA en een journalist van het Parool hebben plaatsgevonden en trekt daaruit vergaande conclusies. Saints & Stars spreekt over het heimelijk voeden van Het Parool met informatie over de zaken en over het inzetten van een koers van maximale en zo schadelijk mogelijke publicaties en informatieverstrekking aan de media. Die door de Staat gemotiveerd betwiste conclusies kan de voorzieningenrechter echter niet aannemelijk achten. De daaraan door Saints & Stars ten grondslag gelegde feitelijke basis is daarvoor namelijk te dun.
4.10.
Uit de stukken blijkt dat er verschillende keren contact heeft plaatsgevonden met een journalist van Het Parool en dat het initiatief voor dat contact ook wel vanuit de NLA kwam. Zo heeft een medewerking van voorlichting een bericht gestuurd waarin hij/zij schrijft “Ik heb nieuws”. Verder volgt uit de stukken dat via de journalist namen en nummers van inspecteurs zijn doorgegeven aan kennelijk niet bij het Ministerie bekende bronnen van de journalist die stelden als werknemer benadeeld te zijn door Saints & Stars. Kennelijk is in dat verband ook de mededeling gedaan dat het “taggen” van politie en FairWork een goede zaak leek. Verder wijst Saints & Stars op de omstandigheid dat in een vroeg stadium is medegedeeld dat de boekhouder was aangehouden en dat een (niet uitgewerkt) telefoongesprek van ongeveer een kwartier is gevolgd op de “off the record-vraag” van de journalist of het OM al onderzoek doet. Ten slotte ontvangt de journalist van het Parool direct na publicatie van het artikel van 25 juli 2025 een bericht van voorlichting van NLA dat luidt: “Stevig artikel. Goed verhaal! Wordt het andere artikel morgen geplaatst?”
4.11.
Dit contact kan in zeker zin als nauw worden aangemerkt en in zoverre is de opmerking van de Staat tijdens de zitting van 23 maart 2026 niet juist. Er is thans echter onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat het contact verder ging dan het geven van algemene voorlichting over het lopende onderzoek en het beantwoorden van vragen. Dat er
off the record-(telefoon)gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de ambtenaar en de journalist van Het Parool roept weliswaar vragen op, maar daarmee is nog niet aannemelijk gemaakt dat de Staat in die gesprekken zorgvuldigheidsnormen heeft overtreden. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat namens de Staat is verklaard dat
off the recordin dit geval wil zeggen dat in reactie op vragen van een journalist door woordvoering informatie wordt gedeeld die, voordat het één op één (als quote) door de journalist in een publicatie mag worden opgenomen, eerst nog door juristen van de NLA moet worden geverifieerd. In de stukken zijn onvoldoende aanwijzingen te vinden dat in dit geval aan
off the recordeen andere betekenis moet worden toegekend.
Ook in de overgelegde interne communicatie over de publicatie van de eigen nieuwsberichten, die met name gaat over juridische kwalificaties van de vermoedelijke overtredingen, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om voorlopig te oordelen dat de Staat met de publicaties onzorgvuldig heeft gehandeld en Saints & Stars doelbewust heeft willen schaden.
4.12.
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat er onvoldoende grond bestaat voor oplegging van het door Saints & Stars gevorderde verbod of enige andere restrictie ten aanzien van de communicatie over het onderzoek naar Saints & Stars. Daarbij moet bovendien worden betrokken dat niet gauw tot het opleggen van een dergelijk verbod zal kunnen worden overgegaan, niet alleen omdat daarmee de maatschappelijke, voorlichtende taak van de overheid aan banden wordt gelegd, maar ook omdat dat de vrije nieuwsgaring raakt. Ook de onjuiste mededeling tijdens de zitting van 23 maart 2026 rechtvaardigt een zodanig verstrekkend verbod of enige andere restrictie niet en evenmin een ander procedureel gevolg. Overigens heeft de Staat reeds toegezegd dat hij totdat een besluit is genomen zelf geen publicaties zal plaatsen en dat die te zijner tijd te plaatsen publicatie over het besluit de enige publicatie zal zijn.
conclusie en proceskosten
4.13.
De slotsom is dat alle vorderingen van Saints & Stars worden afgewezen.
4.14.
Saints & Stars is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Staat worden begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
totaal € 2.101
4.15.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van Saints & Stars af;
5.2.
veroordeelt Saints & Stars in de proceskosten van € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Saints & Stars niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Saints & Stars € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
5.3.
veroordeelt Saints & Stars in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.4.
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2026.
EI