Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet vanwege een concreet risico op onderduiken en een aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogt dat hij een verblijfsrecht ontleent aan zijn relatie met een partner in Nederland en dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de wijziging van de verantwoordelijke lidstaat. De rechtbank stelt vast dat eiser de zware en lichte gronden voor bewaring niet heeft betwist en dat deze gronden feitelijk juist en voldoende onderbouwd zijn.
De rechtbank oordeelt dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende zijn om het afgeleide verblijfsrecht op grond van het Unierecht aannemelijk te maken. Ook is verweerder voldoende voortvarend geweest bij de wijziging van de verantwoordelijke lidstaat van Spanje naar Duitsland.
De maatregel van bewaring is niet onrechtmatig gebleken en het beroep wordt ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.