ECLI:NL:RBDHA:2026:15944

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/688329 / FA RK 25-5258
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken, alimentatie en paspoort minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2026 een verzoek van de moeder tot vaststelling van een zorgregeling, kinderalimentatie en paspoort voor hun minderjarige kind. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag en hadden reeds afspraken gemaakt over de zorg, waarbij het kind om de week bij de vader verblijft van vrijdag na de BSO tot zondagavond.

Het geschil betrof met name het tijdstip waarop het kind op zondag teruggebracht wordt: de moeder wilde dat de vader het kind thuisbrengt om 19.30 uur, terwijl de vader wilde dat de moeder het kind eerder ophaalt vanwege zijn werkverplichtingen. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van het kind is dat de omgang met de vader wordt hersteld en bepaalde dat de vader het kind om 18.00 uur terugbrengt.

Verder werd vastgesteld dat het kind gedurende twee weken in de zomervakantie bij de vader verblijft. De ouders bereikten overeenstemming over de kinderalimentatie, waarbij de vader met terugwerkende kracht vanaf 8 juni 2024 € 100,- per maand betaalt en vanaf 1 mei 2026 € 200,- per maand. De rechtbank verleende ook toestemming voor de paspoortaanvraag van het kind.

De proceskosten worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders verzochte af.

Uitkomst: De rechtbank stelt een zorgregeling vast waarbij het kind om de week van vrijdag na de BSO tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijft, met vastgestelde kinderalimentatie en toestemming voor paspoortaanvraag.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5258
Zaaknummer: C/09/688329
Datum beschikking: 13 mei 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, paspoort en alimentatie

Beschikking op het op 11 juli 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.E.M. Elbertse te Pijnacker.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van der Klauw te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van de moeder van 20 maart 2026, met bijlagen.
Op 15 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder strekt er, na aanvulling, toe:
  • een zorgregeling vast te stellen, waarbij de vader om de week [minderjarige] op vrijdag ophaalt van de BSO en hem op zondag om 19.30 uur weer terugbrengt bij de moeder, met een opbouwregeling zoals de rechtbank juist acht;
  • te bepalen dat [minderjarige] in de zomervakantie minimaal twee volle weken bij de vader zal verblijven;
  • de vader te verplichten om binnen veertien dagen na de beschikking in deze over de periode van 8 juni 2024 tot aan de datum van de start van de kinderalimentatie € 100,- per maand te betalen op de spaarrekening van [minderjarige] met bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [minderjarige] , onder last van een dwangsom van € 50,- per dag dat de vader hieraan niet voldoet, met een maximum van € 2.500,-;
  • met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, de kinderalimentatie op € 265,- per maand te bepalen, althans met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht, waarbij dit bedrag onderworpen zal zijn aan de wettelijke indexatie per 1 januari 2026;
  • aan de moeder vervangende toestemming te verlenen voor de aanvraag van een paspoort voor [minderjarige] ;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht te bepalen dat de moeder [minderjarige] in de weekends dat [minderjarige] bij de vader verblijft, op zondagavond om 19.30 uur bij de vader ophaalt, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
  • De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
  • In het ouderschapsplan van 8 juni 2024 zijn de ouders het volgende overeengekomen:
- [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder;
- [minderjarige] zal bij de vader zijn:
- elke zaterdag van 10.00 tot 19.30 uur en eenmaal per veertien dagen vanaf zaterdagochtend 10.00 uur tot zondagavond 19.30 uur;
- de vakanties en feestdagen worden in onderling overleg verdeeld;
- de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie voor [minderjarige] bedraagt € 100,- per maand en wordt door de vader gestort op de spaarrekening van [minderjarige] . Wettelijke indexering is uitgesloten;
- De ouders zijn nadien mondeling overeengekomen dat [minderjarige] met ingang van januari 2025 om de week van vrijdag tot zondag bij de vader verblijft.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
De ouders hebben voorafgaand aan de zitting grotendeels afspraken kunnen maken over de zorgregeling. Zij zijn het erover eens dat [minderjarige] om de week op vrijdag na de BSO tot en met zondagavond bij de vader zal verblijven en dat die regeling ingaat na een korte opbouwperiode. Het geschil spitst zich toe op de vraag of [minderjarige] op de zondagavond door de vader wordt thuisgebracht of door de moeder wordt opgehaald en het tijdstip waarop dat plaatsvindt. De moeder wil dat de vader [minderjarige] op de zondag thuisbrengt, omdat zij al het grootste gedeelte van de zorg voor [minderjarige] draagt. Zij zou het fijn vinden als [minderjarige] dan al bij de vader heeft gegeten en dus om 19.30 uur bij de moeder wordt thuisgebracht. De vader wil dat de moeder [minderjarige] bij hem ophaalt, omdat hij op de zondagavond de administratie voor zijn bedrijf moet doen en zich wil voorbereiden op zijn werkweek. Aangezien zijn andere kinderen rond 17.00 uur worden opgehaald, wil de vader graag dat [minderjarige] al om 18.00 uur wordt opgehaald door de moeder.
De rechtbank stelt voorop dat het in het belang van [minderjarige] is dat de omgang met zijn vader binnen afzienbare tijd wordt hersteld. De rechtbank stelt vast dat het zwaartepunt van de opvoeding en verzorging al geruime tijd bij de moeder ligt. Tegen die achtergrond overweegt de rechtbank dat van de vader kan worden verlangd dat hij [minderjarige] op de zondagavond terugbrengt bij de moeder. De vader draagt immers slechts een beperkt deel van de zorg voor [minderjarige] . Zodra zijn andere kinderen zijn opgehaald door hun moeder, kan de vader [minderjarige] naar de moeder brengen. De rechtbank heeft op de zitting opgeworpen dat de vader [minderjarige] dan rond 18 uur bij de moeder kan brengen. De ouders hebben ter zitting aangegeven dat zij dit een redelijke oplossing vinden. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vader [minderjarige] om 18.00 uur bij de moeder brengt. Gelet op het tijdstip is er dan ook voldoende tijd voor de voorbereiding van zijn werkweek.
De ouders zijn het er over eens dat [minderjarige] in de zomervakantie gedurende twee weken bij de vader zal verblijven, zodat de rechtbank conform deze overeenstemming zal beslissen.
Paspoort
De ouders hebben op de zitting overeenstemming bereikt over de aanvraag van het paspoort van [minderjarige] , zodat de rechtbank hierover geen beslissing meer hoeft te nemen.
Kinderalimentatie
De ouders hebben voorafgaand aan de zitting overeenstemming bereikt over de kinderalimentatie. Zij zijn overeengekomen dat de vader met terugwerkende kracht met ingang van 8 juni 2024 € 100,- per maand en met ingang van 1 mei 2026 € 200,- per maand aan de moeder zal betalen. De rechtbank zal op verzoek van de ouders conform deze overeenstemming beslissen.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de onderling getroffen regeling:
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ;
bij de vader zal zijn:
  • om de week van vrijdag uit de BSO tot zondag 18.00 uur, als zijn andere kinderen ook bij hem zijn, waarbij de vader [minderjarige] op vrijdag ophaalt uit de BSO en op zondag terugbrengt bij de moeder;
  • gedurende twee weken in de zomervakantie.
bepaalt dat alvorens bovenstaande regeling in werking treedt, [minderjarige] twee keer op zaterdag van 10 uur tot 18 uur bij zijn vader is en vervolgens twee keer van zaterdag 10 uur tot en met zondag 18 uur;
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 8 juni 2024 met terugwerkende kracht een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] van € 100,- per maand betaalt en met ingang van 1 mei 2026 € 200,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 mei 2026.