ECLI:NL:RBDHA:2026:15975

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/678953 / FA RK 25-440
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 270 RvArt. 798 RvArt. 1:26 BWArt. 10:100 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Erkenning Amerikaanse geboorteakte en gezag bij hoogtechnologisch draagmoederschap

De wensouders, gehuwd in 2023, konden hun kinderwens niet zelf realiseren en kozen voor hoogtechnologisch draagmoederschap in de Verenigde Staten. De draagmoeder, een ongehuwde Amerikaanse vrouw, droeg het kind na een IVF-behandeling met embryo's van de wensouders en een eiceldonatrice. Amerikaanse rechtbanken stelden het ouderschap van de wensouders vast en ontkenden het moederschap van de draagmoeder, met bevestiging van het gezamenlijk gezag.

De rechtbank Den Haag beoordeelde het verzoek tot erkenning van de Amerikaanse geboorteakte en de beslissingen van de District Court of Oklahoma. De rechtbank oordeelde dat het draagmoederschapstraject zorgvuldig was verlopen, met juridische en medische waarborgen, en dat de Amerikaanse beslissingen niet in strijd zijn met de Nederlandse openbare orde. De geboorteakte is vatbaar voor opname in het Nederlandse register van de burgerlijke stand.

De rechtbank erkent het gezamenlijk gezag van de wensouders over het kind en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De ambtenaar wordt gelast de geboorteakte in te schrijven en een latere vermelding van de Amerikaanse beslissing toe te voegen. Subsidiaire verzoeken worden niet behandeld vanwege toewijzing van de primaire verzoeken.

Uitkomst: De rechtbank erkent de Amerikaanse geboorteakte en het gezamenlijk gezag van de wensouders en gelast inschrijving in het Nederlandse register.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-440
Zaaknummer: C/09/678953
Datum beschikking: 13 mei 2026

Beschikking op het op 8 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

de verzoekers/wensouders dan wel [verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. V.W.J.M. Kuit te Amsterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand,

zetelend te ’s-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
 het verzoekschrift van 8 januari 2025, met bijlagen, van verzoekers;
 de brief van 7 februari 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;
 de brief van 13 februari 2025, met bijlage, van verzoekers;
 de brief van 26 februari 2025 van de ambtenaar;
 de brief van 1 mei 2025 van de ambtenaar;
 de brief van 3 juni 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), met als bijlage het raadsrapport met kenmerk KZ-1-653D785;
 de brief van 16 juni 2025 van verzoekers;
 de brief van 17 juli 2025 van de ambtenaar;
 het F9 formulier van 29 juli 2025 van verzoekers;
 het bericht van 30 april 2026 van de ambtenaar waarin deze aangeeft niet ter zitting te zullen verschijnen;
 het bericht van verzoekers van 6 mei 2026 waarin wordt aangegeven akkoord te gaan met het afzien van het recht op een mondelinge behandeling en enkelvoudige afdoening.

Feiten

 De wensouders zijn op [datum 1] 2023 te [plaats 1] met elkaar gehuwd.
 Verzoekers kunnen hun kinderwens niet op eigen kracht realiseren. Zij hebben voor hoogtechnologisch draagmoederschap gekozen.
 De draagmoeder is [draagmoeder] , ongehuwd en woonachtig in de Verenigde Staten. De wensouders hebben een draagmoederschapsovereenkomst met haar gesloten, die is getekend op 31 oktober 2023 en 5 november 2023.
 Verzoekers hebben [eiceldonatrice] bereid gevonden om als eiceldonatrice op te treden. Met haar is een donorovereenkomst gesloten, getekend op 22 maart 2023.
 In het laboratorium van Western Fertility Institute te Encino, California, Verenigde Staten, zijn embryo’s gemaakt met het semen van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] en de eicel van de eiceldonatrice.
 De draagmoeder is na een ivf-behandeling door voornoemde kliniek in verwachting geraakt. Er is daarbij één van deze embryo’s bij de draagmoeder geplaatst. Dit blijkt uit de verklaring van [naam 1] , M.D. van 23 december 2024.
 De draagmoeder heeft op 31 oktober 2023 een ‘affidavit and consent of gestational carrier’ getekend ten overstaan van [naam 2] , Notary Public, State of Oklahoma, waarin zij de afspraken zoals gemaakt in de draagmoederschapsovereenkomst herbevestigt.
 Bij beslissing van 14 november 2023 van de District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma, Verenigde Staten, voorzien van een apostille, is onder meer het volgende bepaald:
(…)
IT IS HEREBY ORDERED, ADJUDGED AND DECREED AS FOLLOWS:
A.
The Gestational Agreement filed herein between [verzoeker 1] , [verzoeker 2] , and [draagmoeder] is hereby validated pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(1);
B.
[verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall be the sole Parents of any child(ren) born as a result of the Gestational Agreement;
C.
[verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall be listed as the Parents on the birth certificate to be filed with the state registrar of vital statistics as provided by Oklahoma law with regard to any child(ren) born as a result of the Agreement and that neither the Gestational Carrier be listed on such birth certificate pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(2);
D.
Any hospital, birthing facility or any other medical facility where such child is born shall recognize [verzoeker 1] and [verzoeker 2] as the legal Parents of such child(ren) for all purposes immediately upon the birth of such child pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(3); and
E.
Any hospital, birthing facility or any other medical facility where such child(ren) is born shall, upon being provided with actual notice of this order, grant to [verzoeker 1] and [verzoeker 2] the following rights:
a.
Immediate custody and access to such child(ren);
b.
The right to name such child(ren);
c.
The right to make any and all health decisions regarding such child(ren) upon birth;
d.
The right to be designed as the people to be issued armbands or other security devices identifying them as the parents of such child(ren); and
e.
[draagmoeder] shall not receive such armbands or security devices unless it is medically necessary for such child’s welfare;
(…)
 [verzoeker 2] heeft het kind waarvan de draagmoeder in verwachting was op 11 juni 2024, met toestemming van de draagmoeder, prenataal erkend.
 Op [datum 2] 2024 is uit de draagmoeder te [plaats 2] , Verenigde Staten, [minderjarige] geboren.
 Bij het verzoekschrift is gevoegd de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] , voorzien van een apostille, gedagtekend op 12 augustus 2024, waarop als ouders zijn opgenomen de wensouders.
 Bij beslissing van 28 augustus 2024 van de District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma, Verenigde Staten, voorzien van een apostille, is onder meer het volgende bepaald:
(…)
IT IS THEREFORE ORDERED, in addition to all previous order issued by this Court, that Intended Parents [verzoeker 1] and [verzoeker 2] are confirmed to be the sole legal parents of [minderjarige] with all rights, duties and obligations of a parent as if [minderjarige] was naturally and biologically conceived and born to the Intended Parents. Gestational Carrier, [draagmoeder] shall have no right, duties, or interest in [minderjarige] .
 De draagmoeder is volgens de Affidavit van [draagmoeder] , afgelegd ten overstaan van [naam 3] , Notary Public, State of Oklahoma, getekend op 12 september 2024, Amerikaans burger. In deze Affidavit verklaart zij onder meer het volgende:
11. I have been advised that under Dutch law, the national law of The Netherlands, the decision with respect to the custody may not (directly) be enforceable. For this reason I declare and reiterate with this affidavit that I regard it in the best interest of [minderjarige] to allow [verzoeker 1] and [verzoeker 2] to have the full custody and parental power, sole or shared amongst them, with my true and genuine consent if the Dutch court so decides according to the law of The Netherlands.
12. To the extent that I have parental rights or obligations towards [minderjarige] under Dutch law, I declare that it is my intention that [verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall have full custody, care and control over [minderjarige] and responsibility for all decisions normally made by a parent and/or guardian regarding [minderjarige]
(…)
13. I will not be involved in the care and upbringing of the child and do not intent to act as their mother now or in the future. The child has nothing to expect from me as its mother. I expressly consent to the recognition of the said court order and the birth certificate of [minderjarige] in the Dutch legal system, or to any other judicial procedure in the Netherlands whereby the exclusive legal parentage with full parental rights of [verzoeker 1] and [verzoeker 2] is confirmed or established, including through adoption, if so required by Dutch law. I have no reason or desire to attend the adoption (or other) proceedings conducted by the court anywhere in the Netherlands. I unconditionally accept the jurisdiction of the court of Amsterdam and The Hague, the Netherlands, to hear any of the said legal proceedings.
(…)
 Uit het overgelegde rapport van DNA-onderzoek van Consanguinitas van 11 februari 2025 blijkt dat met een zekerheid van 99,9999999% kan worden vastgesteld dat [verzoeker 1] / [verzoeker 2] de biologische vader is van [minderjarige] .
 De wensouders verzorgen [minderjarige] sinds haar geboorte en voeden haar sinds haar geboorte op.
 De Raad heeft in zijn rapport de rechtbank geadviseerd om de door [verzoeker 1] en [verzoeker 2] ingediende verzoeken te honoreren, nu dit vanuit pedagogisch oogpunt in het belang is van [minderjarige] .

Verzoek

Verzoekers verzoeken de rechtbank – voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad –:
primair voor recht te verklaren dat de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] , met state file nummer [nummer] , waarop beide verzoekers als ouders worden vermeld, van rechtswege in Nederland wordt erkend en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag;
subsidiair, voor zover nodig, de geboortegegevens van [minderjarige] nader vast te stellen;
voor recht te verklaren dat de beslissingen van de ‘District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma’, getekend op 14 november 2023 en 28 augustus 2024, waarbij rechtens is vastgesteld dat de heren [verzoeker 1] en [verzoeker 2] de enige juridische ouders zijn van [minderjarige] met alle rechten, taken en verplichtingen ten aanzien van het ouderschap en dat [draagmoeder] geen rechten, taken en verplichtingen heeft ten aanzien van het kind, van rechtswege in Nederland worden erkend en naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand;
e ongewijzigde inschrijving in het register van geboorten van de gemeente Den Haag te gelasten van de Amerikaanse geboorteakte en de door de bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften in Oklahoma, Verenigde Staten van Amerika, opgemaakte geboorteakte van:
 [minderjarige] , geboren op [datum 2] 2024 te [plaats 2] , VS, state file nummer [nummer] , gedagtekend op 12 augustus 2024 met vermelding van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] als de juridische ouders;
te verklaren voor recht dat de minderjarige (ook) uit hoofde van de prenatale erkenning vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit bezit;
te bepalen dat de ambtenaar op deze geboorteakte een (latere) vermelding plaatst van voornoemde Amerikaanse beslissingen, welke de verklaring voor recht behelst dat de draagmoeder niet de juridische ouder is van de minderjarige en dat [verzoeker 1] en [verzoeker 2] de juridische ouders zijn van de minderjarige;
primair vast te stellen, althans te overwegen dat uit de beslissingen van District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma getekend d.d. 14 november 2023 en 28 augustus 2024, voortvloeit dat verzoekers het gezamenlijk gezag uitoefenen,
subsidiair om verzoekers te belasten met het gezamenlijk gezag over de minderjarige;
de griffier opdracht te geven aantekening te doen in het gezagsregister dat verzoekers het gezamenlijk ouderlijk gezag uitoefenen.
De ambtenaar heeft schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.

Beoordeling

Rechtsmacht
Nu verzoekers met [minderjarige] in Nederland woonachtig zijn, acht deze rechtbank zich op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd om van de voorliggende verzoeken kennis te nemen.
Relatieve bevoegdheid
Verzoekers zijn woonachtig binnen het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, zodat de rechtbank Noord-Holland bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. Verzoekers hebben hun verzoek ingediend bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank leidt hieruit af dat zij overeenkomstig artikel 270 Rv Pro een forumkeuze voor de bevoegdheid van de rechtbank Den Haag hebben gedaan en geen verwijzing wensen naar de rechtbank Noord-Holland, omdat verzoekers willen dat de rechtbank Den Haag het verzoek in behandeling neemt. De rechtbank acht zich daarom bevoegd van het verzoek kennis te nemen.
De positie van de draagmoeder
De draagmoeder kan in beginsel als belanghebbende als bedoeld in artikel 798 Rv Pro worden aangemerkt. De rechtbank zal de draagmoeder echter niet als belanghebbende aanmerken. Dit gelet op de hierboven vastgestelde feiten, waaronder de afgelegde verklaring van de draagmoeder waarin zij samengevat heeft verklaard dat zij verzoekers erkent als de juridische ouders, dat verzoekers het gezag over [minderjarige] hebben en dat zij geen juridisch ouder van [minderjarige] wenst te zijn. De rechtbank zal daarom geen afschrift van de uitspraak aan de draagmoeder toesturen.
Verzoeken onder a. en c.: verklaringen voor recht
Verzocht wordt om voor recht te verklaren dat de familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming tussen [minderjarige] en de wensouders bij geboorte in Amerika zijn vastgesteld en van rechtswege voor erkenning in aanmerking komen en dat de buitenlandse geboorteakte in Nederland kan worden erkend en voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage vatbaar is.
De rechtbank stelt voorop dat de deze verzoeken zijn gegrond op artikel 1:26 BW Pro. Op grond van dit artikel kan een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te geven dat een op hem betrekking hebbende, buiten Nederland opgemaakte akte of gedane uitspraak, overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of gedaan en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand. Het belang van verzoekers is erin gelegen dat zij in Nederland als wettige ouders van [minderjarige] zullen worden erkend en geregistreerd. Dit is een gerechtvaardigd belang zodat aan verzoekers een beroep op artikel 1:26 BW Pro toekomt.
De rechtbank beoordeelt eerst of de Amerikaanse uitspraak van 14 november 2023 van de District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma, Verenigde Staten, die heeft geleid tot het opmaken van de geboorteakte van 12 augustus 2024, voor erkenning in aanmerking komt, in ieder geval voor zover deze betrekking heeft op de totstandkoming van familierechtelijke betrekkingen. Daarna beoordeelt de rechtbank of dat ook geldt voor de geboorteakte en of deze vatbaar is voor opname in het register van de burgerlijke stand.
Erkenning van de Amerikaanse uitspraak
In artikel 10:100 BW Pro is bepaald dat een in het buitenland gedane rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd van rechtswege worden erkend, tenzij:
- voor de rechtsmacht van de betreffende rechter onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van diens land;
- aan de beslissing geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of
- de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde.
Nu het draagmoederschapstraject in de Verenigde Staten heeft plaatsgevonden en de draagmoeder daar woonachtig is, kan niet worden geoordeeld dat er voor de rechtsmacht van de Amerikaanse rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond. Niet is gebleken dat aan de procedure geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging vooraf is gegaan.
Vervolgens is het de vraag of de openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen tussen de wensouders en [minderjarige] zoals vastgesteld in de Amerikaanse beslissing.
Openbare orde exceptie: zorgvuldig draagmoederschapstraject?
De rechtbank stelt het volgende voorop. De Amerikaanse beslissing kan worden gekwalificeerd als een ontkenning van het moederschap van de draagmoeder en een vaststelling van het ouderschap van de wensouders. De omstandigheid dat de Nederlandse wet ontkenning van het moederschap van de moeder uit wie het kind geboren is niet kent, is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van onverenigbaarheid met de openbare orde. Immers ook de Nederlandse wet kent de mogelijkheid om de familierechtelijke betrekking met de geboortemoeder te beëindigen, namelijk langs de weg van adoptie.
De rechtbank acht het in het kader van de openbare orde toets wel van belang om te oordelen of het in het buitenland gevolgde traject van draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden, gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouders in kwestie. Hierbij zijn de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap zoals opgenomen in het adviesrapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 van belang en de door het kabinet in zijn brief van 12 juli 2019 (kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouders en het kind.
Hieruit volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
Op grond van de overgelegde stukken komt de rechtbank tot het oordeel dat het draagmoederschapstraject dat de wensouders in de VS hebben doorlopen, zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank onder meer dat de naam van zowel de eiceldonatrice als de draagmoeder en hun contactgegevens bekend zijn. De eiceldonatrice, de draagmoeder en de wensouders hebben bovendien onafhankelijk juridisch advies ontvangen en voor de draagmoeder was medische zorg en psychologische bijstand geregeld. Verzoekers hebben ook de eiceldonatrice ontmoet en twee keer online gezien en zij hebben haar via het bemiddelingsbureau op de hoogte gebracht van de geboorte van [minderjarige] . De enige omstandigheid dat op dit moment bij de wensouders en bij [minderjarige] niet bekend is wie van de wensouders de biologische vader is, maakt niet dat sprake is van een onzorgvuldig traject. Bij de rechtbank is dit wel bekend. Het DNA-rapport is beschikbaar, net als de verklaring van de IVF-arts waaruit blijkt welk embryo bij de draagmoeder is geplaatst. Uit het voorgaande blijkt dat [minderjarige] haar ontstaansgeschiedenis kan achterhalen.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Amerikaanse beslissing van 14 november 2023 waarbij de familierechtelijke betrekking tussen de wensouders en [minderjarige] is vastgesteld, in Nederland kan worden erkend.
Erkenning van de Amerikaanse geboorteakte
Voor de vraag of de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] erkend kan worden, zal de rechtbank de in boek 10:101 BW geplaatste erkenningsregeling naar analogie toepassen.
In artikel 10:101 lid 1 BW Pro is, voor zover hier van belang, de in artikel 10:100 leden Pro 1, onder b en c, 2 en 3 BW opgenomen erkenningsregeling van overeenkomstige toepassing verklaard op buitenslands tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen, waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften opgemaakte akte.
Ook hiervoor geldt dus dat deze erkend kan worden, tenzij deze niet door een bevoegde instantie is opgemaakt of:
- aan de beslissing geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of
- de erkenning van de rechtshandeling onverenigbaar is met de openbare orde.
De rechtbank stelt vast dat voor [minderjarige] een Amerikaanse geboorteakte is opgemaakt, waarin de wensouders – overeenkomstig de Amerikaanse beslissing van 14 november 2023 die in Nederland wordt erkend – als ouders zijn opgenomen. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te oordelen dat deze akte niet door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt of dat aan deze rechtshandelingen geen behoorlijk onderzoek is voorafgegaan. Ook ten aanzien van de Amerikaanse geboorteakte gaat het daarom om de vraag of erkenning van de uit de Amerikaanse geboorteakte voortvloeiende afstammingsrelatie kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde.
Openbare orde exceptie: geboorteakte zonder geboortemoeder?
De rechtbank stelt het volgende voorop. De uitzondering dat er sprake is van kennelijke onverenigbaarheid met de openbare orde, zoals opgenomen in artikel 10:100 lid 1 sub c BW Pro mag niet snel worden aangenomen. De exceptie van de Nederlandse openbare orde – waaronder kunnen worden verstaan de beginselen van waarden van juridische, sociale of morele aard, die in de eigen rechtsorde fundamenteel worden geacht – mag slechts als ultimum remedium worden ingezet. Met andere woorden: er moet sprake zijn van zulke fundamentele waarden, waarmee dat toepasselijke buitenlands recht strijdig is, dat dit recht niet wordt toegepast. Bij fundamentele waarden en normen uit de Nederlandse rechtsorde moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het beginsel van non-discriminatie, de gelijke behandeling van man en vrouw en het recht op bescherming van het privé- en gezinsleven. Daarom wordt alleen in uitzonderlijke gevallen een beroep op strijd met de openbare orde gegrond geacht. De invulling van de vraag of sprake is van strijd met de openbare orde wordt bovendien beïnvloed door ontwikkelingen in de maatschappij en de rechtspraak.
Uit de Memorie van Toelichting,
Kamerstukken II1995/96, 24649, nr. 3 (hierna: MvT), blijkt dat de wetgever destijds, bij het bepalen van de term “moeder” van het kind ook heeft stilgestaan bij de bijzondere wijzen van voortplanting. De MvT zegt daarover op pagina 7:

De moeder van het kind is de vrouw die het kind heeft gebaard, ook als het genetische materiaal waaruit het kind is ontstaan, niet van haar afkomstig is. Het gaat mij te ver om, nu er technische mogelijkheden tot embryodonatie zijn voor alle gevallen het vaste uitgangspunt ten aanzien van het moederschap te vervangen door een vermoeden van moederschap dat zonodig door de vrouw die het kind heeft gebaard of het kind en eventueel door de vader kan worden ontkracht. Het gegeven dat de vrouw op deze wijze een kind wilde krijgen, de zwangerschap en de geboorte vormen voor deze opvatting voldoende grondslag.” Er is destijds, dus al in 1995, door de wetgever nagedacht over een mogelijkheid om het vaste uitgangspunt dat de moeder van het kind altijd de vrouw is uit wie het kind geboren is, te verlaten. Daar is weliswaar vanaf gezien, maar het idee dat de moeder een ander kan zijn, was geaccepteerd.
De genetische verbanden en het dragen van een kind zijn, mede vanwege de mogelijkheden tot IVF en de draagmoeder, los van elkaar komen te staan. Het familierecht was en is echter nog steeds voor een groot deel gebaseerd op het idee van een traditioneel gezin. Hierin is met de invoering van de Wet lesbisch ouderschap en de Wet evaluatie openstelling huwelijk en geregistreerd partnerschap in 2014 enige verandering gebracht. In het BW is echter tot op heden nog geen artikel te vinden over het draagmoederschap. Nederland heeft lange tijd een consistent ontmoedigingsbeleid gevoerd ten aanzien van het draagmoederschap. Volgens het kabinet was het draagmoederschap een ongewenst verschijnsel vanwege emotionele problemen voor de draagmoeder door de afstand van het kind, identiteitsproblemen voor het kind, verstoring van het hechtingsproces en het risico dat het kind tussen wal en schip valt, indien wensouders vóór de geboorte terugkomen op hun intentie. Aan de Staatscommissie Herijking Ouderschap is gevraagd om na te denken over de vraag of draagmoederschap meer of anders zou moeten worden geregeld. Dit in reactie op de maatschappelijke en medisch-technologische veranderingen. De Staatscommissie heeft in het eerder genoemde Rapport “Kind en ouders in de 21ste eeuw” hierover een aanbeveling gedaan. De rechtbank toetst op dit moment ook al of de buitenlandse draagmoederschapstrajecten voldoen aan de door de Staatscommissie genoemde voorwaarden.
Hoewel destijds is afgezien van het aanpassen van de wet worden wel al stappen gezet om dat later mogelijk alsnog te doen, ingegeven door de toename van het aantal kinderen dat geboren wordt middels hoogtechnologisch draagmoederschap. Op dit moment is er een wetsvoorstel aanhangig, namelijk het “Wetsvoorstel Wet kind, draagmoederschap en afstamming” (36390). De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de Memorie van Toelichting behorende bij dit wetsvoorstel. Hierin wordt een regeling getroffen waarin de wensouders vanaf de geboorte als ouders op de geboorteakte staan vermeld. In de toelichting wordt vermeld dat de Nederlandse openbare orde zich niet langer verzet tegen het niet vermeld staan van een geboortemoeder op de geboorteakte. Wel moet de identiteit van de geboortemoeder op termijn voor het betrokken kind te achterhalen zijn. Dit geldt ook voor de overige gegevens betreffende de genetische afstamming, zoals die van de eiceldonatrice.
Uit het voorgaande blijkt dat ook in Nederland de opvattingen over wie als ouder op een geboorteakte moet worden vermeld zijn veranderd en dat wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt dat – net zoals op de geboorteakte van [minderjarige] – op de geboorteakte geen geboortemoeder staat, maar in haar plaats een wensouder. Dat alleen al is naar het oordeel van de rechtbank voldoende om te oordelen dat een dergelijke geboorteakte niet strijdig is met de Nederlandse openbare orde.
Dit alles maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de geboorteakte van [minderjarige] , met de daarin vastgelegde familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming, van rechtswege in Nederland kan worden erkend.
Amerikaanse geboorteakte vatbaar voor opname in de registers van de burgerlijke stand?
Verzoekers vragen om voor recht te verklaren dat de geboorteakte waarop zij als wensouders staan geregistreerd, vatbaar is voor opname in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage.
De ambtenaar heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 29 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:6851).
Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat bij inschrijving van een buitenlandse geboorteakte de stappen die zijn gezet binnen het draagmoederschapstraject ook tot uitdrukking komen in de Nederlandse registers, zodat deze stappen voor de kinderen op latere leeftijd kenbaar zijn. Zo wordt melding gemaakt van de buitenlandse beslissingen, maar ook van de onderhavige beslissing van de Nederlandse rechtbank. Deze uitspraken worden ook bewaard door de rechtbank, waarbij de zaken uiteindelijk worden opgenomen in het Nationaal Archief, zodat een kind inzage in de Nederlandse uitspraak kan vragen en zijn afstamming kan achterhalen. Hieruit volgt dat het ontbreken van de geboortemoeder op de akte niet in de weg staat aan inschrijving van de Amerikaanse geboorteakte van [minderjarige] in het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. Deze akte is naar het oordeel van de rechtbank dan ook vatbaar voor opneming in dit register.
Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank aan het verzoek zo nodig de geboortegegevens van [minderjarige] vast te stellen, niet toe.
De rechtbank is van oordeel dat de prenatale erkenning bij de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in [plaats 1] , gelet op het voorgaande, geen zelfstandig effect meer heeft. Deze zal daarom ook geen plek behoeven op de akte van inschrijving van de Amerikaanse geboorteakte.
Verzoeken onder d. en f.: het gelasten van de ambtenaar
De Amerikaanse geboorteakte
Zoals hiervoor overwogen is de rechtbank van oordeel dat de Amerikaanse geboorteakte vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand van de gemeente
’s-Gravenhage. De rechtbank zal dan ook de ambtenaar op grond van artikel 1:26b BW in samenhang met artikel 1:25 BW Pro gelasten deze geboorteakte van [minderjarige] in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
De Amerikaanse beslissing
Voor wat betreft de inschrijving van de Amerikaanse beslissing van 14 november 2023 bepaalt artikel 1:20b BW – voor zover hier van belang – dat op verzoek van een belanghebbende dan wel ambtshalve van akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie zijn opgemaakt of gedaan en een overeenkomstige uitwerking hebben als de akten en rechterlijke uitspraken, bedoeld in artikel 1:20 BW Pro, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding wordt toegevoegd aan de desbetreffende in de registers van de burgerlijke stand hier te lande voorkomende geboorteakte, tenzij de Nederlandse openbare orde zich hiertegen verzet.
De in de Verenigde Staten genomen beslissing komt overeen met een Nederlandse rechterlijke uitspraak zoals bedoeld in artikel 1:20 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat de ambtenaar niet heeft betwist dat de Amerikaanse beslissing vatbaar is voor opneming in het register van geboorten van de burgerlijke stand. Uit de uitlatingen van de ambtenaar maakt de rechtbank op dat deze beslissing als latere vermelding kan worden toegevoegd aan de geboorteakte. De rechtbank zal dan ook in die zin de ambtenaar gelasten een latere vermelding te plaatsen op de geboorteakte van [minderjarige] . Voor wat betreft de wijze van vermelding van deze beslissingen laat de rechtbank dit aan de ambtenaar om te bepalen. Door de beslissing op de geboorteakte van [minderjarige] te vermelden, komt de akte daarmee in lijn met de wijze van het tot stand komen van de afstamming van [minderjarige] . Het belang van [minderjarige] is daarmee ook gediend.
Verzoek onder e.: verklaring voor recht Nederlanderschap
Gelet op de toewijzing van de verzoeken onder a., c., d. en f., waaruit blijkt dat [minderjarige] vanaf haar geboorte twee ouders met de Nederlandse nationaliteit heeft op grond waarvan zij bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit van rechtswege heeft verkregen, hebben verzoekers geen belang meer bij het verzoek onder e.
Verzoek onder g. en h.: het gezag
Verzoekers vragen primair vast te stellen dat zij gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen.
In de beslissing van 28 augustus 2024 van de District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma, Verenigde Staten, is naast de vaststelling van de familierechtelijke betrekking, ook bepaald dat de wensouders gezamenlijk het gezag hebben over [minderjarige] . Deze beslissing komt ook op dat punt voor erkenning in aanmerking. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Een buitenlandse beslissing komt, tenzij anders is bepaald zoals met betrekking tot een beslissing ten aanzien van de vaststelling van familierechtelijke betrekkingen, voor erkenning in aanmerking indien voldaan is aan vier cumulatieve vereisten:
1. de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is (waarbij aansluiting kan worden gezocht bij de bevoegdheidsgronden uit de verordening Brussel IIter of het HKBV 1996);
2. de buitenlandse beslissing is tot stand gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van een behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging (zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro);
3. de erkenning van de buitenlandse beslissing is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde;
4. de buitenlandse beslissing is niet onverenigbaar met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Nederland vatbaar is.
De rechtbank is van oordeel dat de Amerikaanse beslissing aan alle vier de vereisten voldoet. Zoals hiervoor is overwogen, heeft het draagmoederschapstraject in de VS plaatsgevonden en woont de draagmoeder in de VS. De bevoegdheid van de Amerikaanse rechtbank om te beslissen over het gezag, berust derhalve op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is. Daarnaast heeft de rechtbank hiervoor ook al overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat aan de Amerikaanse beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan. Verder is niet gebleken dat de erkenning van de beslissing van de Amerikaanse rechtbank in strijd is met de Nederlandse openbare orde of dat er sprake is van tussen partijen gegeven beslissingen van de Nederlandse rechter dan wel van een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust.
Het voorgaande betekent dat de beslissing van de Amerikaanse rechtbank waarin verzoekers met het gezag over [minderjarige] zijn belast in Nederland wordt erkend. Daarmee staat vast dat zij vanaf de geboorte samen met het gezag over [minderjarige] zijn belast. Vanwege het bepaalde in artikel 16 lid 3 HKBV Pro 1996 is dat gezag in stand gebleven toen verzoekers met [minderjarige] naar Nederland kwamen. De rechtbank zal dat vaststellen en ziet aanleiding die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, lid 1, aanhef en onder a, van het Besluit gezagsregisters, tevens bepalen dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Nu de primaire verzoeken van verzoekers worden toegewezen, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de subsidiaire verzoeken van verzoekers.

Beslissing

De rechtbank:
*
verklaart voor recht dat de Amerikaanse geboorteakte (state file nummer [nummer] ), gedagtekend op 12 augustus 2024 te State of Oklahoma, VS, van [minderjarige] , geboren op [datum 2] 2024 te [plaats 2] , VS, waarop verzoekers als ouders worden vermeld, van rechtswege in Nederland wordt erkend en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in het register van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage;
*
verklaart voor recht dat de uitspraak van 14 november 2023 van de District Court of [plaats 2] , State of Oklahoma, Verenigde Staten, waarbij het moederschap van de draagmoeder is ontkend en familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming tussen verzoekers en de minderjarige zijn vastgesteld van rechtswege in Nederland wordt erkend en naar zijn aard vatbaar is voor opneming in een Nederlands register van de burgerlijke stand;
*
gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage van de door de bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften afgegeven geboorteakte (state file nummer [nummer] ), gedagtekend op 12 augustus 2024 te State of Oklahoma, VS, van [minderjarige] , geboren op [datum 2] 2024 te [plaats 2] , VS, die hiervoor is vermeld en waarvan een fotokopie aan deze beschikking is gehecht;
*
bepaalt dat de ambtenaar op voornoemde akte een (latere) vermelding plaatst van voornoemde Amerikaanse beslissing van 14 november 2023, welke beslissing de ontkenning van het moederschap van de draagmoeder en de vaststelling van het ouderschap van verzoekers betreft;
*
stelt vast dat verzoekers gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige] , geboren op [datum 2] 2024 te [plaats 2] , Verenigde Staten;
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking, waaruit volgt dat verzoekers vanaf haar geboorte belast zijn met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] ;
verklaart deze beschikking ten aanzien van deze gezagsbepalingen uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, rechter, bijgestaan door mr. M. Meijer als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.