Uitspraak
Beschikking op het op 8 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,
de ambtenaar van de burgerlijke stand,
Procedure
Feiten
The Gestational Agreement filed herein between [verzoeker 1] , [verzoeker 2] , and [draagmoeder] is hereby validated pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(1);
[verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall be the sole Parents of any child(ren) born as a result of the Gestational Agreement;
[verzoeker 1] and [verzoeker 2] shall be listed as the Parents on the birth certificate to be filed with the state registrar of vital statistics as provided by Oklahoma law with regard to any child(ren) born as a result of the Agreement and that neither the Gestational Carrier be listed on such birth certificate pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(2);
Any hospital, birthing facility or any other medical facility where such child is born shall recognize [verzoeker 1] and [verzoeker 2] as the legal Parents of such child(ren) for all purposes immediately upon the birth of such child pursuant to 10 O.S. § 557.10(C)(3); and
Any hospital, birthing facility or any other medical facility where such child(ren) is born shall, upon being provided with actual notice of this order, grant to [verzoeker 1] and [verzoeker 2] the following rights:
Immediate custody and access to such child(ren);
The right to name such child(ren);
The right to make any and all health decisions regarding such child(ren) upon birth;
The right to be designed as the people to be issued armbands or other security devices identifying them as the parents of such child(ren); and
[draagmoeder] shall not receive such armbands or security devices unless it is medically necessary for such child’s welfare;
Verzoek
Beoordeling
Kamerstukken II1995/96, 24649, nr. 3 (hierna: MvT), blijkt dat de wetgever destijds, bij het bepalen van de term “moeder” van het kind ook heeft stilgestaan bij de bijzondere wijzen van voortplanting. De MvT zegt daarover op pagina 7:
De moeder van het kind is de vrouw die het kind heeft gebaard, ook als het genetische materiaal waaruit het kind is ontstaan, niet van haar afkomstig is. Het gaat mij te ver om, nu er technische mogelijkheden tot embryodonatie zijn voor alle gevallen het vaste uitgangspunt ten aanzien van het moederschap te vervangen door een vermoeden van moederschap dat zonodig door de vrouw die het kind heeft gebaard of het kind en eventueel door de vader kan worden ontkracht. Het gegeven dat de vrouw op deze wijze een kind wilde krijgen, de zwangerschap en de geboorte vormen voor deze opvatting voldoende grondslag.” Er is destijds, dus al in 1995, door de wetgever nagedacht over een mogelijkheid om het vaste uitgangspunt dat de moeder van het kind altijd de vrouw is uit wie het kind geboren is, te verlaten. Daar is weliswaar vanaf gezien, maar het idee dat de moeder een ander kan zijn, was geaccepteerd.
’s-Gravenhage. De rechtbank zal dan ook de ambtenaar op grond van artikel 1:26b BW in samenhang met artikel 1:25 BW Pro gelasten deze geboorteakte van [minderjarige] in te schrijven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.