ECLI:NL:RBDHA:2026:160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
NL25.16275
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Venezolaanse eiser wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 7 januari 2026 uitspraak gedaan in een asielprocedure. Eiser, een Venezolaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld op 27 november 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigden aanwezig waren. Eiser stelt dat hij vreest voor zijn leven door de colectivos, een gewelddadige groepering in Venezuela, die zijn vader hebben vermoord toen deze probeerde te deserteren. Eiser heeft verschillende documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn verhaal, waaronder een overlijdensakte en getuigenverklaringen. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de verklaringen van eiser inconsistent en onlogisch zijn, en dat verweerder op goede gronden heeft kunnen stellen dat de problemen met de colectivos niet geloofwaardig zijn. De rechtbank concludeert dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is en verklaart het beroep ongegrond. Eiser heeft geen recht op proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt en er is informatie gegeven over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16275

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom–van Berckel).

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 27 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J.W. de Man als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat de zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt de Venezolaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 2004. De vader van eiser maakte deel uit van de colectivos, een verzamelnaam voor groeperingen en bendes die opdrachten krijgen van de Venezolaanse regering. Toen hij eruit wilde stappen in 2017 werd de vader van eiser vermoord. De colectivos hebben vervolgens in december 2023 geprobeerd om eiser te rekruteren. Ze hebben naar eiser gezocht bij eiser thuis, bij zijn oma en bij zijn werk. Eiser vreest bij terugkeer gedood te worden door de colectivos.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven: 1) identiteit, nationaliteit en herkomst, en 2) problemen met de colectivos. Verweerder vindt het eerste asielmotief geloofwaardig en het tweede niet. De verklaringen van eiser vormen volgens verweerder geen samenhangend en aannemelijk geheel en daarmee voldoet hij
niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser betwist dat hij wisselend heeft verklaard over waarom hij zeker weet dat de colectivos verantwoordelijk zijn voor de dood van zijn vader vanwege diens poging te deserteren. Eiser stelt dat hij door het overleggen van de overlijdensakte, het krantenartikel en de getuigenverklaringen heeft onderbouwd dat zijn vader lid was van de colectivos en door hen is gedood. Over de waarde van getuigenverklaringen heeft eiser gewezen op de uitspraak van de hoogste bestuursrechter [1] van 31 maart 2025. [2] Verder voert eiser aan dat verweerder zich op sterk verouderde informatie baseert. Het algemeen ambtsbericht over Venezuela stamt uit 2020. Eiser verwijst naar de landeninformatie van de International Crisis Group die erop duidt dat de slachtoffers en doelwitten van colectivors divers is en dat bedreigingen zich vaak uitstrekken tot familieleden. Daarnaast betoogt eiser dat gedwongen rekrutering door de colectivos niet vreemd is, nu ook de Venezolaanse autoriteiten hebben moeten overgaan tot gedwongen rekrutering voor het leger. Verweerder heeft te weinig onderzoek gedaan om vast te stellen dat er sprake is van gedwongen rekrutering door de colectivos. Eiser voert verder aan dat van hem niet verwacht kan worden te weten waarom de colectivos zich bij de eerste ontvoeringspoging hebben teruggetrokken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder op goede gronden de problemen met de colectivos niet geloofwaardig geacht. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
5.1.
Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de verklaringen van eiser over de bedreigingen van de colectivos onlogisch en inconsistent zijn. Verweerder heeft er in dit verband op kunnen wijzen dat niet aannemelijk is dat de zeven of acht gewapende mannen die eiser de eerste keer thuis opzochten om hem te rekruteren hem niet meteen hebben meegenomen en zich hebben laten afschrikken door een oploop van buren.
5.2.
Verweerder heeft verder het standpunt mogen innemen dat niet aannemelijk is geworden dat eisers vader door colectivos is vermoord. Daarbij heeft verweerder wel degelijk mogen stellen dat eiser hierover wisselend heeft verklaard, terwijl dit de kern van zijn relaas betreft. Zo zouden de vrienden van de vader van eiser zijn moeder persoonlijk hebben geïnformeerd dat zijn vader behoorde tot de colectivos en dat hij vanwege zijn desertie uit de colectivos door hen is vermoord. [3] Vervolgens heeft eiser in de zienswijze gesteld dat zijn moeder op basis van die informatie onderzoek bij de politie zou hebben gedaan, maar te horen zou hebben gekregen dat het dossier verdwenen was en dat daarom het onderzoek niet kon worden voortgezet. Op basis van het onderzoek bleek het dossier er toch wel te zijn en hierin was volgens eiser geconcludeerd dat ene [naam] als verdachte kan worden aangewezen. Eiser heeft bij de zienswijze een kopie van een krantenartikel overgelegd, waarin dit zou zijn gepubliceerd. Verweerder heeft er echter op mogen wijzen dat eiser in de gronden van beroep ineens stelt dat het dossier niet meer beschikbaar was in het archief, wat niet overeenkomt met zijn eerdere verklaringen in de zienswijze. In het overgelegde krantenartikel, waarvan niet valt in te zien waarom niet eerder is overgelegd, staat enkel “un hombre, la víctima del hampa”, maar dit is vertaald naar “een man, het slachtoffer van de onderwereld”. Dat sprake zou zijn van een verkeerde vertaling heeft verweerder niet hoeven volgen. Weliswaar blijkt uit de overgelegde overlijdensakte en het krantenartikel dat eisers vader om het leven is gebracht, maar niet dat de colectivos dit hebben gedaan vanwege zijn desertiepoging. De door eiser overgelegde getuigenverklaringen maken dit niet anders. Over het beroep op de uitspraak van de Afdeling van 31 maart 2025 overweegt de rechtbank dat deze jurisprudentie ziet op de plicht van verweerder om getuigenverklaringen in de geloofwaardigheidsbeoordeling te betrekken. In dit geval zijn de getuigenverklaringen echter in beroep, dus na het bestreden besluit, ingebracht. Verweerder heeft er ter zitting wel een standpunt over ingenomen en er op kunnen wijzen dat deze verklaringen grotendeels van familie en buren afkomstig en dus niet objectief verifieerbaar zijn. Daarnaast heeft verweerder erop kunnen wijzen dat de verklaringen in grote lijnen overeen komen met eisers asielrelaas en dat het aan eiser is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat nu eiser hierin met zijn verklaringen niet is geslaagd, aan de door hem overgelegde getuigenverklaringen dus niet de waarde kan worden gehecht die eiser daaraan zou willen hechten.
5.3
Ten slotte heeft verweerder eiser niet hoeven volgen in zijn stelling dat de colectivos hem probeerden te rekruteren. Verweerder heeft onlogisch mogen vinden dat de colectivos eiser zouden willen rekruteren omdat zijn vader lid was en eruit wilde stappen. Daarbij heeft verweerder erop mogen wijzen dat niet valt in te zien waarom de colectivos zolang hebben gewacht en waarom ze eiser zouden willen rekruteren, terwijl zijn vader zelf niet meer bij de colectivos wilde horen en om die reden zou zijn vermoord. Verweerder heeft er verder op kunnen wijzen dat uit openbare bronnen niet blijkt dat de colectivos gedwongen rekruteren. [4] Uit het Country Focus rapport van EUAA blijkt ook dat lidmaatschap van de partij van Maduro vereist is voor lidmaatschap van de colectivos. Uit de andere bronnen [5] die eiser heeft overgelegd blijkt weliswaar het gewelddadige karakter van de colectivos, maar niet dat zij gedwongen rekruteren. Dat de Venezolaanse autoriteiten moeite hebben met het rekruteren van soldaten, zoals eiser heeft gesteld, betekent niet dat dit ook geldt voor de colectivos.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft verweerder het relaas ongeloofwaardig mogen achten. Wat betreft de verklaringen van derden uit Nederland die eiser heeft overgelegd ziet de rechtbank dat eiser veel steun van zijn omgeving heeft, maar deze verklaringen hebben geen betrekking op de geloofwaardigheid van het asielrelaas.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat verweerder de aanvraag op goede gronden heeft afgewezen als ongegrond.
8. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).
3.Zie pagina 10 van het nader gehoor.
4.Zie bijvoorbeeld het Algemeen Ambtsbericht Venezuela: juni 2020, maar ook het door eiser in de zienswijze aangehaalde rapport van EUAA, European Union Agency for Asylum, Country Focus Venezuela, november 2023, bladzijde 43.
5.Brief van Vluchtelingenwerk Nederland van 15 mei 2025, rapport van Human Rights Watch van april 2025 en een rapport van de Refugee Board van Canada van 2017.