Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 29 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Standpunten ter zitting
toedienen van medicatieen
medische controleszijn niet nodig aangezien betrokkene van oordeel is dat er niets met hem aan de hand is.
Beperken van de bewegingsvrijheidis niet nodig want betrokkene is bereid om vrijwillig in de accommodatie te verblijven.
Insluiten en het uitoefenen van toezichtis niet voorzienbaar aangezien er volgens de arts geen grote incidenten meer zijn geweest en betrokkene 2,5 jaar geleden voor het laatst is ingesloten. De
onderzoeksvormenen het
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelenzijn niet voorzienbaar omdat betrokkene al vijf jaar is gestopt met cannabisgebruik, hij geen alcohol gebruikt en hij bovendien vrijwillig aan de urinecontroles meewerkt. Het
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richtenis niet noodzakelijk daar een vervuilde kamer immers een eigen keuze is.
conform zorgplan) en er wordt gekeken naar een passende vervolgplek. Op de (gesloten) afdeling laat betrokkene uitdagend gedrag zien door bijvoorbeeld met zijn schouder vlak langs iemand anders te lopen. Betrokkene wordt tijdens vrijheden naar binnen en naar buiten gelaten. De arts acht de volgende vormen van verplichte zorg voorzienbaar.
Toedienen medicatieen
medische controles.
Insluiten en het uitoefenen van toezichtomdat betrokkene tot op de dag van vandaag doodsbedreigingen uit. De
onderzoeksvormenen het
controleren op de aanwezigheid van gedrag- beïnvloedende middelenin verband met het cannabisgebruik in het verleden. Het
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richtenomdat zijn zelfzorg en de zorg voor zijn kamer achterblijven en hij daar intensieve begeleiding bij nodig heeft.
Beoordeling
andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten, het uitoefenen van toezicht,
onderzoek aan kleding of lichaam, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte en controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen. Betrokkene gebruikt al enige tijd geen middelen meer. Niet gebleken is dat deze vormen voorzienbaar zijn en dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.