Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
,
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 april 2026.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
Beslissing
,
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar voor cliënt, geboren in 1943, die verblijft in een zorgaccommodatie vanwege een psychogeriatrische aandoening (dementie).
Cliënt vertoont wegloopgedrag en verzet zich tegen het verblijf, maar de medische verklaring en het zorgplan tonen aan dat zij ernstige nadelen ondervindt, zoals lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, indien zij niet in de accommodatie blijft. De zoon en zorgverleners bevestigen de noodzaak van toezicht en zorg.
De rechtbank concludeert dat minder ingrijpende maatregelen niet toereikend zijn en dat de machtiging noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. Ondanks het verzoek van de advocaat om een machtiging voor één jaar toe te kennen, wordt de machtiging voor twee jaar verleend vanwege het stabiele of verslechterende ziektebeeld en het blijvende weglooprisico.
De beschikking is uitgesproken op 13 mei 2026 en geldt tot en met 13 mei 2028. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende rechterlijke machtiging voor twee jaar voor het verblijf van cliënt in de zorgaccommodatie.