ECLI:NL:RBDHA:2026:16018

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704784 / FA RK 26-4584
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging machtiging tot verplichte zorg wegens manisch psychotisch beeld

De rechtbank Den Haag behandelde op 13 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een eerder afgegeven zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en momenteel verblijft in een zorginstelling. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en gaf via haar advocaat aan geen contact te willen, terwijl de arts meldde dat direct contact met betrokkene schadelijk kan zijn.

De zorgmachtiging, oorspronkelijk afgegeven op 19 augustus 2025, voldeed niet meer vanwege een acute manisch psychotische opleving met agressief gedrag en onrust. De medicatie was afgebouwd en wordt nu weer opgebouwd. Betrokkene vertoont geen inzicht en vertoont ontremd gedrag, wat leidde tot insluiting in de Intensive Care Unit (ICU).

De rechtbank concludeerde dat de huidige vormen van verplichte zorg onvoldoende zijn en dat aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om de veiligheid van betrokkene en anderen te waarborgen. De voorgestelde uitbreiding van verplichte zorg is proportioneel, effectief en gericht op herstel en maatschappelijke participatie.

De rechtbank wijzigt daarom de zorgmachtiging door onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, beperkingen in de vrijheid van eigen leven en opname in een accommodatie toe te voegen. De machtiging geldt tot en met 19 augustus 2026.

Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De zorgmachtiging wordt gewijzigd en verlengd tot 19 augustus 2026 met uitbreiding van verplichte zorgmaatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704784 / FA RK 26-4584
Datum beschikking: 13 mei 2026

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] , [plaats] ,
advocaat: mr. P. Arkema-Hummel te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 8 mei 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 19 augustus 2025 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 4 mei 2026;
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 4 mei 2026 door [naam 1] , zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 7 mei 2026 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 4 mei 2026;
- een aanvullende medische verklaring van 6 mei 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 13 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- de behandeld arts, [naam 2] ;
- de begeleider, [naam 3] .
Betrokkene is niet ter zitting verschenen. De rechtbank stelt vast dat betrokkene behoorlijk is opgeroepen voor de zitting.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid en niet in staat is om gehoord te worden op de volgende gronden. Betrokkene heeft tegen haar advocaat gezegd dat zij niemand wil zien, dat zij ook niet met de rechter wil spreken en dat het verzoek kan worden toegewezen. Normaal gesproken stelt de rechtbank daarop zelf ook nog vast dat betrokkene niet bereid is om gehoord te worden door betrokkene deze vraag ook persoonlijk nogmaals te stellen. Ter zitting is echter door de arts aangegeven dat het thans door de rechtbank opnieuw vragen aan betrokkene zelf of zij inderdaad niet gehoord wenst te worden ‘een rode lap’ kan zijn. Omdat de rechtbank ook van de overige aanwezigen ter zitting hoort dat de benadering door de rechtbank zelf betrokkene hoogstwaarschijnlijk meer schade zal toebrengen, heeft de behandeling zonder aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Namens betrokkene is door de advocaat ter zitting gezegd dat zij het eens is met de wijziging en dat het verzoek kan worden toegewezen.
Door de arts is naar voren gebracht dat hij gisteren in het kader van de beoordeling heeft gepoogd om betrokkene te spreken waarop betrokkene direct begon te schreeuwen. De stemmingsstabilisator is afgebouwd en er is nu een acute opleving van het manisch psychotische toestandsbeeld zichtbaar gepaard gaande met angsten en grootheidsideeën waarbij zij veel schreeuwt. Betrokkene is eigenlijk chronisch psychotisch waardoor zij nooit helemaal psychose vrij is. Eerder was haar stemmingsstabilisator afgebouwd, hetzelfde middel wordt nu weer opgebouwd. Wanneer de medicatie is opgebouwd en betrokkene weer meer rust ervaart, zal zij terug kunnen keren naar de afdeling. De afgelopen periode was het nodig om betrokkene tweemaal in te sluiten en naar verwachting is dit in de nabije toekomst mogelijk nogmaals nodig.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 19 augustus 2025 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
Betrokkene is bekend met schizofrenie en toont de afgelopen weken een manisch psychotisch beeld waarbij ze verbaal agressief is. Ook is zij onrustig en ontwrichtend op de afdeling. Ze klopt op diverse deuren en was luidruchtig in de avond. Betrokkene was hierin niet te sturen waarbij het tot twee keer toe nodig is geweest om haar in de ICU te plaatsen. Betrokkene toont geen inzicht.
Op dit moment wordt medicatie die eerder is afgebouwd weer opgebouwd waarbij te verwachten is dat het manisch beeld zal verbleken, echter is betrokkene nog steeds boos in gesprek met de behandelaar, waarbij ze geen inzicht toont en het te verwachten is dat het insluiten mogelijk nogmaals nodig kan zijn om nadeel voor anderen te beperken en ook de prikkels voor betrokkene zelf te beperken wat haar herstel ten goede komt.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet.
Betrokkene verzet zich echter tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg. De rechtbank leidt uit de stukken af dat betrokkene op deze momenten meent dat er niets met haar aan de hand is, terwijl de zorgverleners zien dat ze ontremd is. Bij herhaling heeft betrokkene in haar boosheid cliënten en personeel geschopt en kwam zij ongewenst op de kamer van anderen.
Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen tot en met 19 augustus 2026 aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de op 19 augustus 2025 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats] , [land] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 augustus 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door I. de Vroom als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.